Berooide stad Luik betaalt nauwelijks mee aan grote Simenon-tentoonstelling; Wandelen door de burelen van Maigret

LUIK, 26 JUNI. Georges Simenon, de man die boeken schreef in industriële hoeveelheden, "de Citroën van de literatuur', is terug in Luik, de stad waar hij 90 jaar geleden werd geboren. Ook al heeft hij er maar negentien jaar gewoond, hij is zich tot aan zijn dood in 1989 steeds als "die jongen uit Outremeuse' (het vrijgevochten eiland midden in de stad) blijven beschouwen. De stad toont zich daar nu erkentelijk voor. Het berooide stadsbestuur heeft er zelfs 50.000 frank (2750 gulden) tegenaan gegooid om de grote "Tout Simenon'-tentoonstelling mogelijk te maken, die vanaf vandaag tot 1 november in het Musée d'Art Wallon te zien is. De rest van de benodigde 100 miljoen frank (5,5 miljoen gulden) moet komen uit de entreegelden, bijdragen van sponsors en de winst die de organisatoren hebben gemaakt met hun grote kassucces uit 1991 'Tout Hergé', die al snel omgedoopt werd tot de Kuifje-tentoonstelling. De jonge verslaggever won het van zijn schepper.

Dat het nu de beurt is aan Simenon om door zijn beroemdste schepping, commissaris Maigret, te worden overvleugeld, lijkt uitgesloten. Anders dan Hergé maakte Simenon van zijn leven een spektakelstuk, dat in België en Frankrijk mythische vormen heeft aangenomen. Bovendien is hij zelf een Kuifje-avant la lettre geweest toen hij op zestienjarige leeftijd als jonge verslaggever bij de Gazette de Liège de 'chiens écrasés'-rubriek (gemengd nieuws) voor zijn rekening nam. Op de tentoonstelling is het redactielokaal nagebouwd, waar Simenon zijn eerste stukjes mocht tikken.

Uit zijn Parijse periode stammen de loge van minnares Joséphine Baker - haar parfum hangt er nog - en de glazen kooi, waar het schrijvende fenomeen zijn kunsten aan het Parijse publiek had moeten tonen door binnen een week een 'roman-record' te tikken. De kooi heeft nooit bestaan, maar het plan van de kranteuitgever Eugène Merle om er een te bouwen leverde Simenon in 1927 veel meer publiciteit op dan zijn verhouding met "la Baker'.

Daarna biedt de tentoonstelling een realistische kijk op het leven van commissaris Maigret. In een gang van de Quai d'Orfèvres staat de deur van het kantoor van commissaris Maigret open, op zijn bureau liggen de vijf pijpen klaar. De bezoeker loopt met de norse commissaris naar de snijkamer van de patholoog-anatoom, naar een morsig hotel waar in een van de kamers de voeten van een vrouw onder een bebloed laken uitsteken en naar een oude bioscoop waar juist En cas de malheur met Jean Gabin en Brigitte Bardot draait. Tussen die scènes door worden de toeschouwer eindeloze rijen boeken voorgeschoteld, van schuine boekjes tot het meer literaire werk dat hij op verzoek van Gaston Gallimard schreef.

De afbraak van de mythe-Simenon in de vorig jaar verschenen biografieën van Patrick Marnham en Pierre Assouline is door de familie niet bijzonder gunstig ontvangen. Vooral Assouline moet het ontgelden, omdat hij de aandacht heeft gevestigd op de 25 artikelen over "het joodse gevaar', die Simenon op 17-jarige leeftijd in de Gazette de Liège publiceerde naar aanleiding van het verschijnen van Het protocol van de wijzen van Zion. “Mijn vader was geen racist,” zegt de oudste zoon Marc, die samen met zijn halfbroers Johnny en Pierre in Luik was. “Integendeel: hij kon zich vreselijk opwinden over racisme en antisemitisme. Natuurlijk heeft hij die stukken geschreven, maar dat was een stommiteit van een jongen van zeventien jaar die ervoor moest zorgen dat er thuis brood op de plank kwam. Ik heb er lang over gepraat met Assouline en ik denk dat hij in de volgende editie die passage gaat wijzigen.” Dat wordt door Assouline, gisteren ook aanwezig in Luik, ten stelligste ontkend: “Ik zou er een onbetrouwbaar boek van maken als ik dat eruit liet.”

Ook Johnny Simenon, die in de Verenigde Staten een filiaal van het Franse abonneetelevisiestation Canal Plus leidt, wil geen kwaad woord over zijn vader horen: “Ik heb iedere dag naast een uiterst tolerante man geleefd, die nooit een kwaad woord over een ander zei. Probeer te begrijpen maar oordeel niet, hield hij ons voor.” Het zint Johnny ook niet dat de seksuele discipline van zijn vader zo uitvoerig is beschreven: “Hij deed alles met een geweldige overgave, dat waarschijnlijk ook, maar het was beslist geen maniak die prat op ging op zijn seksuele prestaties. En dat verhaal van die tienduizend vrouwen die hij zou hebben gehad? Ach, ik heb er zelf bij gezeten toen hij het er met Fellini over had. Hij heeft alleen maar willen zeggen dat hij misschien tienduizend keer iets seksueels met een vrouw had gehad, zeker niet dat hij er zoveel verschillende minnaressen op na gehouden heeft.”

    • Jacques Herraets