Weense conferentie doet beroep op VN

WENEN, 25 JUNI. Op initiatief van islamitische landen heeft de Wereldconferentie van de Verenigde Naties over de mensenrechten gisteravond een beroep gedaan op de wereldgemeenschap het wapenembargo tegen Bosnië-Herzegovina op te heffen. Het appel is vooral gericht tot de VN-Veiligheidsraad.

Dat gebeurde in een “speciale verklaring”, die met 88 stemmen voor en één stem tegen bij 54 onthoudingen werd aangenomen. De verklaring was ingediend door Pakistan namens de 51 landen tellende Islamitische Conferentie Organisatie en had de debatten op conferentie dagenlang beheerst. De oproep kreeg vooral steun van Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen.

De verklaring vraagt verder dringend om voorkoming en bestraffing van genocide, een onmiddellijke uitvoering van een effectief staakt-het-vuren, herstel van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Bosnië en om de uitvoering van het Vance-Owen-plan.

Pakistan had namens de indieners gedreigd het slotdocument van de conferentie niet goed te keuren als een uitspraak over het wapenembargo tegen Bosnië uitbleef. Het aannemen van de verklaring maakte volgens een officiële VN-woordvoerster de weg vrij voor de goedkeuring van de slotdocumenten, die naar verwacht vandaag worden aanvaard.

Kort na de stemming over Bosnië keurde de conferentie zonder te stemmen een tweede “speciale verklaring” goed, ditmaal over Angola. Deze drong er onder meer bij de internationale gemeenschap op aan “krachtige en beslissende stappen te nemen” met het oog op de “onmiddellijke uitvoering van een effectief staakt-het-vuren en het herstel van vrede en veiligheid” in Angola.

Vooral Westerse landen hadden grote, vooral procedurele, bezwaren tegen de Bosnië-verklaring en onthielden zich in het algemeen van stemming. Een opvallende uitzondering was het gastland Oostenrijk, dat zich voor de verklaring uitsprak. Oostenrijks minister van buitenlandse zaken Alois Mock, die de conferentie voorzit, zei gisteravond, kort voordat hij het conferentiecentrum verliet: “Het is het minimale dat we voor deze mensen (de Bosnische moslims, red.) kunnen doen”.

Namens de Europese Gemeenschap tekende de Deense delegatieleider dat de Twaalf de verklaring om drie redenen niet konden steunen. Allereerst ging ze tegen de afspraak in dat de conferentie zich niet met situaties in afzonderlijke landen zou bezighouden. Verder week ze af van het streven dat alle besluiten op deze conferentie bij consensus, dus met algemene overeenstemming, worden genomen. En tenslotte ging de oproep om het wapenembargo tegen Bosnië op te heffen in tegen wat de leiders van de EG eerder deze week op hun top in Kopenhagen hadden afgesproken.

De leider van de Amerikaanse delegatie onderstreepte dat president Clinton zich eerder voor het opheffen van het wapenembargo. Toch konden de Verenigde Staten niet voor stemmen, omdat het niet mogelijk was gebleken consensus over de verklaring te bereiken en omdat de VS geen hiërarchie in schendingen van de mensenrechten aangebracht willen zien; en dat was volgens hem wat deze verklaring inhield.

Rusland was het enige tegenstemmende land en had tevoren verklaard het niet eens te zijn met “bepaalde elementen ” uit de verklaring en de algemene benadering ervan “onevenwichtig” te vinden. “Als we ja of nee tegen deze verklaring moeten zeggen, zeggen we nee”, aldus de Russische delegatieleider. China hield zich op de achtergrond en nam niet aan de stemming deel.

Veel landen die voor stemden deelden de bezwaren van de EG maar steunden toch de verklaring omdat, zoals de Chileense delegatieleider, Roberto Garreton, het voor zijn land uitdrukte, “Chili altijd zal staan aan de kant van degenen die lijden”. Hij plaatste, net als veel andere voorstemmers, een reserve bij het punt van het wapenembargo, “omdat een beslissing daarover op deze conferentie niet thuis hoort.”

Het hoofd van de Bosnische delegatie zei de stemming als “een morele overwinning” te zien.