Wasbak

Mijn eerste studentenkamer was drie bij vier meter en ik betaalde mijn hospita 36 gulden per maand.

Vergeleken bij dat bedrag was een uitgaaf van 25 gulden voor een wastafel heel wat maar ik had er een gekocht. Met zweet en vlijt had ik het ding aan de muur geschroefd, de kraan aangesloten en de afvoer zo goed en zo kwaad als dat ging met een aan de muur bungelend pijpje verbonden. Daar hing 25 gulden aan de muur. Toen ik dan ook een paar maanden later door de hospita het huis werd uitgezet heb ik - onder luid protest van het opgewonden mens - de wasbak losgetrokken en met mijn overige bezittingen op de gehuurde bakfiets gelegd. Daarmee kon ik in een ritje de verhuizing voltooien.

Nog zie ik in mijn herinnering de brokken kalk en steen en de danig vernielde afvoer die na mijn weghaaloperatie de drie bij vier meter ontsierden.

Was die wasbak eigenlijk wel van mij? Ik vond van wel maar nu ik toch nog jurist ben geworden aarzel ik. Een zaak die zo vast zit aan een hoofdzaak dat hij niet kan worden losgemaakt zonder de boel ernstig te beschadigen wordt een bestanddeel van de hoofdzaak. Dat staat in de wet. En van een bestanddeel kan je geen eigenaar zijn. De eigendom daarvan gaat op in de eigendom van de hoofdzaak.

Ik vond in elk geval dat mijn hospita mij in de gelegenheid had moeten stellen die wasbak mee te nemen, of ik nou eigenaar was of niet. Als ze niet zo geschreeuwd had, was ik niet zo zenuwachtig geworden en dan was de schade best meegevallen. Niet eens zo'n gekke redenering. Voor ingewijden: zakenrechtelijk zat ik misschien fout maar verbintenisrechtelijk zat ik goed.

De zakenrechtelijke vraag is die naar de eigendom. Kan men nog eigenaar zijn van zo'n vastgeplakte zaak of wordt de eigendom meegezogen in die van de hoofdzaak? In de praktijk spelen dit soort vragen vooral een rol in geval van faillissement. De crediteuren moeten hun vordering indienen en dan verder maar afwachten. Maar degenen die kunnen volhouden dat ze eigenaar zijn van iets, kunnen die zaak uit het faillissement lichten. En degenen die hypotheek hebben op het onroerend goed, een gebouw bij voorbeeld, kunnen met dat gebouw alles meeverkopen wat daar al bestanddeel bij hoort en zo een hogere opbrengst krijgen. Dus dat kan schelen.

Kun je bij voorbeeld volhouden dat een waterdistillatie-unit met voorraadvat, besturingskast en pyrogeenvrije stoomgenerator - ik verzin maar iets - een bestanddeel is van het fabrieksgebouw waarin dat ding staat? Zo ja, dan is de eigendom van die hele installatie opgegaan in de eigendom van de fabriek, waarmee de installatie valt onder de hypotheek. Zo nee, dan mag de curator de installatie verkopen en de opbrengst verdelen onder de crediteuren. Of, als de leverancier van de installatie bij de levering een eigendomsvoorbehoud heeft gemaakt: dan mag de leverancier de installatie uit het faillissement vissen, deze verkopen en zijn vordering uit de opbrengst voldoen.

De eerste vraag is of de installatie zonder ernstige beschadiging van de installatie zelf of het fabrieksgebouw kan worden verwijderd. Maar laten we nu eens aannemen dat dat kan. Dan nog is de zaak niet bekeken want een tweede regel in de wet is dat als bestanddeel van een zaak ook wordt aangemerkt iets dat volgens de "verkeersopvatting' onderdeel is van die zaak. En wie maakt uit wat de verkeersopvatting meebrengt? Dat maakt in Nederland uiteindelijk de Hoge Raad uit. Die heeft daar verstand van.

Zo ook in deze zaak die kortgeleden door de Hoge Raad beslist werd. Waar je naar moet kijken, zegt de Hoge Raad, is of het gebouw en de apparatuur in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd. Of van de andere kant bekeken: of het gebouw uit het oogpunt van geschiktheid als fabrieksgebouw bij ontbreken van de apparatuur als onvoltooid moet worden beschouwd.

Hoe verzinnen ze het. Ik had het trouwens zelf kunnen bedenken. En dan wordt het mij weer angstig te moede wanneer ik aan mijn wasbak denk. Want die twaalf vierkante meter van mij moest uit het oogpunt van geschiktheid als studentenkamer bij ontbreken van de wasbak bepaald als onvoltooid worden beschouwd. Daarom had ik het ding juist opgehangen.

Toch maar goed dat ik nog een verbintenisrechtelijke escape had. Die heb je bij faillissement niet want de verbintenis levert alleen een vordering op en die moet je dan maar bij de curator indienen.

    • P. van Schilfgaarde