Valse chique

Zet een bus Brabanders in Italië neer, laat Aad de Mos (zonder snor) als eerste uitstappen en iedereen denkt dat Nederlanders Duitsers zijn.

Nog voor de winterstop hangt over PSV de grauwsluier van Bochum of Dresden. IJzervreters onder elkaar; soldatenhumor. En alleen op zaterdagavond een zweem valse chique. De schoonheid - het wezen ook - van een voetbalclub die als laatste instantie nog iets van collectieve paradijsmythes invult voor de dromende jongeling is in één klap weggeslagen. Lubbers krijgt met de regerende triptiek Ruts, Ploegsma, De Mos in Eindhoven nu toch zijn eerste kampement: voetbal als lijfstraf.

Even hoopte ik nog dat De Mos zich tijdens dat sabbatjaar zou bevrijd hebben uit de goulash van pretenties, onbeschoftheden en innerlijke conflicten. En dat hij op zijn eerste persconferentie zou verschijnen met de romantische getiktheid van iemand die de boel opnieuw op gang wil brengen. Gretig maar deemoedig. Nee dus. “Ik ben een waarborg voor resultaat”, loeide de Hagenaar. De Mos was meteen ouderwets aanwezig: als de meest ordinaire victoriekraaier in het Europese voetballandschap.

Ploegsma luisterde mee als een glimmende schilfer die net uit het heelal is neergedaald en zei niets. Een enkele keer werd hij retorisch aangesproken door de nieuwe coach die daarmee ook in zijn intieme hierarchie liet kijken. De Mos had het nooit over Kees of meneer Ploegsma maar over Ploegsma, tout court. Ruts was drukker aanwezig, op het amechtige af. De PSV-voorzitter leek me iets te opgelucht. Zijn brede glimlach had de glans van boenwas. En zoals je dat prelaten wel eens ziet doen bij een oude vrijster gebruikte hij ook de twee handen voor een televisie- handdruk met De Mos. De liefde van Ruts was verdacht dienend. Een slecht geweten misschien?

Enkele dagen voor de officiële aanstelling van Aad de Mos reisde Ruts stiekem naar Anderlecht. De clubleiding van Anderlecht was door de PSV-voorzitter vooraf gewaarschuwd: “Geen persmuskieten in de buurt!” Ruts kwam zich bij manager Verschueren presenteren als de enige, echte leider van de Eindhovense club. Voortaan konden de zaakjes het best met hem worden geregeld. “Ploegsma is terug bij af: een klerk,” orakelde Ruts met episcopale hooggezetenheid. De PSV-voorzitter was niet te beroerd om een aantal vette details over de loonslaaf Ploegsma te laten uitzwermen in zijn monoloog.

Ruts vroeg de Anderlecht-manager om een bloemlezing uit de karakterstudies van De Mos. Hij had niet bijster veel vertrouwen in de Haagse proleet, zo zei hij, maar PSV kon het vacuüm in de technische staf nu eenmaal niet langer laten etteren. Michel Verschueren die zich graag laat bewonderen als een kruising van Ross Perot en Pinochet bleef opvallend beheerst. Ja, De Mos was een parvenu die graag als een zonnekoning door gezelschappen sniert en snoert maar met een ijzeren hand boven hem zou het nog wel meevallen. Dat wilde de manager wel kwijt. Verschueren zei niets over de intriges van zijn ex-coach om Lagendijk bij Anderlecht binnen te halen, nog wel in een sleutelpositie. Hij zweeg over de uittocht van de beste spelers van de club die niet langer bestand waren tegen de duivelse kliekjes-strategie van deze trainer. Het boekje over de dure transfers van De Mos kon ook maar beter gesloten blijven, bedacht de manager.

“Voorzitter, een ding wil ik u nog wel zeggen,” zei Verschueren plechtig. “Met De Mos moet je op de man spelen. Zoniet is de vereniging na een paar jaar geruneerd. Lege clubkas, clubliefde van de spelers dood, lynchethiek onder de bestuurders, kortom rotzooi alom.”

Ruts knikte beduusd en dankte de manager voor zoveel openhartige vriendschap. In zijn C&A-regenjas liep hij naar het Astridpark. Een beetje frisse lucht kon er wel in. Hij richtte de blik naar boven en schrok van de zware Jacques Brel-lucht die over Brussel hing. Kwamen de wolken niet als messen op hem af? “Paranoia moet ik nu niet hebben,” mompelde de Philips-renegaat en hij floot op twee vingers naar zijn chauffeur.

Verschueren had zich inmiddels in zijn rococo-kantoor een wodka ingeschonken. Hij zou de oude mandarijn Vanden Stock maar eens bellen. “President”, juichte de manager, “we zijn er vanaf. De Mos tekent bij PSV.” Het bleef een tijdje stil. Dan met de klank van een bevel: “Verschueren, staat de champagne koud? Ik kom eraan.”

    • Hugo Camps