Tweede Kamer achter idee commissie-Wiegel

DEN HAAG, 25 JUNI. Alle grote partijen in de Tweede Kamer, behalve het CDA, reageren positief op het pleidooi van de commissie-Wiegel om af te zien van departementale herindeling, maar de ministeries wel drastisch in te krimpen tot zogenoemde kerndepartementen.

Het CDA wil voorlopig niet reageren. Fractievoorzitter Brinkman en mogelijk formateur van het komend kabinet heeft vorige week nog gepleit voor samenvoeging van sommige ministeries. Nog dit jaar zouden daar afspraken over moeten worden gemaakt, aldus Brinkman.

PvdA-woordvoerster Van Nieuwenhoven noemt het onderscheiden van kerndepartementen die zich bezighouden met de ontwikkeling van beleid en verzelfstandigde uitvoeringsorganisaties “nastrevenswaardig”. Tevens is ze positief over het instellen van een algemene bestuursdienst waarbij beleidsambtenaren tussen de verschillende ministeries rouleren.

De PvdA acht het, net als commissievoorzitter Wiegel, van belang dat het kabinet zelf ervoor zorgt dat de komende tijd iets met de aanbevelingen van de commissie wordt gedaan. “De top van het kabinet zal het moeten trekken. Anders wordt het niks”, aldus Wiegel.

Kamerlid Wiebenga (VVD) juicht de praktische aanpak van de commissie toe: “Het vormen van superministeries is geen wondermiddel tegen de kwalen van de overheid.” Hij ziet veel in de vorming van kleine kerndepartementen. Net als Wiegel wijst Wiebenga erop dat verzelfstandiging van uitvoerende taken in de praktijk heel verschillende vormen kan aannemen. In het ene geval kan worden volstaan met verzelfstandiging, waarbij het verzelfstandigde deel in de publieke dienst blijft, zoals de Rijksdienst voor het Wegverkeer. In het andere geval kan de uitvoerende dienst helemaal worden geprivatiseerd, zoals binnenkort met de PTT gebeurt.

De D66-fractie beschouwt de conclusies van de commissie als “een vruchtbare handreiking voor veranderingen binnen de rijksoverheid”. Voor wie had gedacht dat de commissie zou komen met een concreet plan voor departementale herindeling, komt het rapport als een koude douche, zo merkt woordvoerster Scheltema op. Maar, zegt ze: “De ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaande rijksoverheid wordt eerder gedwarsboomd dan gestimuleerd door ad hoc-bezuiniginsvoorstellen of herindelingsvoorstellen die de commissie terecht afdoet met "spierballenvertoon'.”

D66 heeft wel kritiek op de manier waarop de commissie met de ministeriële verantwoordelijkheid omgaat. Die geldt volgens de comissie alleen maar voor de kerndepartementen. D66 is zich daar nog niet uit. “Een en ander vergt een behoedzame en kritische aanpak”, aldus Scheltema.

GroenLinks kan zich eveneens in grote lijnen vinden in de aanbevelingen van de commissie Wiegel. Kamerlid Willems wil het advies niettemin aanscherpen. Hij denkt aan clustering van directies van onder meer Bestuur (Binnenlandse Zaken en Justitie), Welzijn en Zorg (WVC en Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Duurzame Ontwikkeling (Ruimtelijke Ordeling, EZ en Landbouw en Visserij).

Aan het door de commissie Wiegel bepleite projectministerschap blijken de nodige haken en ogen te zitten. Wiegel zei gisteren dat bijvoorbeeld een projectminister voor minderheden zeggenschap zou moeten krijgen over relevante begrotingsposten van de betrokken ministeries. Bij minderheden zijn dat onder meer Justitie, Binnenlandse Zaken en WVC. De secretarissen-generaal, de hoogste ambtenaren van de departementen, zijn sceptisch over zo'n aanpak. “Zo'n superminister raakt al snel verstrikt in het net der Haagse competenties”, zegt één van hen.