Tempo inflatie in vrijwel de gehele EG afgenomen

BRUSSEL, 25 JUNI. De inflatie in de Europese Gemeenschap is in mei verder afgenomen tot gemiddeld 3,3 procent op jaarbasis. In april bedroeg de inflatie nog 3,4 procent en in mei vorig jaar 4,7 procent. Dit heeft Eurostat, het EG-bureau voor statistiek, gisteren bekendgemaakt.

De Europese Gemeenschap kan wat betreft de inflatie de vergelijking met de Verenigde Staten doorstaan. Daar bedroeg de inflatie in mei 3,2 procent. In Japan lag die met 1,1 procent daarentegen een stuk lager.

In alle landen in de EG, op Griekenland na, neemt het tempo van de inflatie af. Ierland registreerde de laagste inflatie, namelijk 0,9 procent tegen 3,6 procent in mei 1992. Daarmee werd Denemarken (respectievelijk 1 en 2,5 procent) verdrongen van de eerste plaats op de EG-ranglijst. In Groot-Brittannië nam de inflatie af van 4,3 tot 1,3 procent. De sterkste daling kwam echter voor rekening van Portugal. Vorig jaar was de inflatie daar nog 9,8 procent, nu "slechts' 5,7 procent.

Nederland behoort tot de middenmoot met een inflatie van 2,2 procent. Vorig jaar was dat nog 4,3 procent. Nederland was in mei wel de enige lidstaat waar de prijzen omlaag gingen, al was de daling met 0,1 procent minimaal.

De Griekse inflatie stak met 16,4 procent met kop en schouders uit boven het EG-gemiddelde en was bovendien 0,6 procent hoger dan vorig jaar.

Ook in Noorwegen, Zweden en Finland, drie kandidaten voor het EG-lidmaatschap, steeg de inflatie ten opzichte van vorig jaar. Zweden zit nu met 4,8 procent boven het EG-gemiddelde. In Oostenrijk, het vierde kandidaat-lid, daalde de inflatie in vergelijking met mei vorig jaar met 0,1 procent tot 3,9 procent.

De inflatie binnen de EG daalt al geruime tijd en zit nu zelfs onder het niveau van juni 1988. (AP, ANP)