Te vroeg voor de Marseillaise

Wat is er mis met de opmerking dat de Franse franc, de Nederlandse gulden en de Belgische en Luxemburgse frank "tijdelijk' de ankerfunctie van de D-Mark kunnen overnemen in het Europees monetaire stelsel (EMS)? Wat is er verkeerd aan de vaststelling dat “de EG niet langer door één munt wordt beheerst”, en dat dat een goede zaak is?

Niet zoveel natuurlijk. Feit is immers dat de nieuwe Franse regering onder leiding van premier Balladur begin deze week een belangrijk psychologisch succes heeft geboekt door de Franse rente (voor het eerste sinds de jaren zestig) onder het Duitse niveau te laten zakken. Daarom miszegde voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie ook niets toen hij dinsdag op de Europese Top in Kopenhagen met de hierboven geciteerde uitspraken de nieuwe realiteiten in Europe schetste.

Delors miszegde vooral niets, omdat hij wel zo verstandig was de nadruk te leggen op de tijdelijkheid van de nieuwe situatie. Dat de Franse franc - waartegen twee maanden geleden in aanloop tot de verkiezingen nog volop werd gespeculeerd - echt voor langere tijd de rol van ankermunt zou overnemen in Europa, dat leek ook hem wat naëf gedacht. “We moeten dus niet meteen de Marseillaise gaan zingen”, waarschuwde Delors in Kopenhagen.

Toch heeft die nuancering niet het wantrouwen kunnen wegnemen over de preciese bedoelingen van Delors met zijn uitspraken. Immers, behalve voorzitter van de Europese Commissie is hij ook Fransman, en die omstandigheid maakt dat zijn woorden al snel een eigen leven gaan leiden. Zeker als in Frankrijk zelf misschien nog wel niet de Marseillaise wordt gezongen, maar er toch steeds meer tekenen van ontluikende overmoed zijn te bespeuren. En zeker in Bonn wordt het nogal overmoedig gevonden en in ieder geval niet op prijs gesteld, indien Frankrijk - of welk ander buitenland ook - meent rechtstreekse invloed te kunnen uitoefenen op het rentebeleid van de (onafhankelijke) Bundesbank.

Op de Europese Top verliep de discussie over het rentebeleid nog volgens de geijkte patronen. De regeringsleiders van alle lidstaten drongen aan op snelle daling van de rente als belangrijkste middel om de broodnodige economische groei te stimuleren, met uitzondering van bondskanselier Kohl. “Die heeft het woord rente niet in de mond genomen”, aldus een woordvoerder. Vervolgens kwam in de eindverklaring van Kopenhagen te staan dat de Europese Raad het er over eens is “dat het van primair belang is om de budgettaire en economische voorwaarden te scheppen om de rentepercentages in Europa op korte termijn te verlagen”. Dat is een formulering waar men ook in Bonn en Frankfurt geen moeite mee heeft: ze laat de Bundesbank immers vrij om zelf te beoordelen wanneer de voorwaarden aanwezig zijn om de rente te verlagen.

Maar Parijs volgt een andere denkpiste, zo blijkt uit het conflict dat gisteren naar buiten is gekomen over het voor vandaag geplande, maar inmiddels afgelaste economische overleg tussen Frankrijk en Duitsland. Vorige week al noemde de Franse ministers van economische en financiële zaken, Edmond Alphandéry, het beleid van de Duitse centrale bank “onredelijk”. Gisteren dacht hij vervolgens het initiatief naar zich toe te kunnen trekken door aan te kondigen dat Parijs en Bonn vandaag zouden gaan praten over “de coördinatie van renteverlagingen”. Alleen al de in die mededeling vervatte suggestie dat Frankrijk directe inbreng zou kunnen hebben, moet in Bonn en in Frankfurt tot grote irritatie hebben geleid. Geen wonder dat de Duitse regering een gesprek met zo'n agenda op tafel maar eventjes hebben uitgesteld. Het doorgaan van de ontmoeting op die basis, zou juist groot nieuws zijn geweest.

De ruzie laat nog eens zien dat het met de Duits-Franse samenwerking in Europa op dit moment niet zo vlot. Ook op het gebied van het handelsbeleid hebben beide partijen tegenover elkaar liggende stellingen betrokken. Duitsland ergert zich mateloos aan de obstructieve houding van Parijs in de GATT-onderhandelingen, terwijl Frankrijk (als enige EG-lidstaat overigens) woedend heeft gereageerd op de eenzijdige toezegging van Duitsland aan de VS dat het geen Amerikaanse bedrijven zal discrimineren bij overheidsaanbestedingen. Op die manier frustreert Bonn het gemeenschappelijke handelsbeleid van de EG, dat in de ogen van Frankrijk nog niet agressief/protectionistisch genoeg is.

Zo krijgt de boodschap van de Europese Top in Kopenhagen dat eensgezind hard moet worden gewerkt aan economisch herstel en aan het scheppen van meer banen, al snel weer een twijfelachtig bijsmaak. Het belangrijkste is dat er “een herstel van vertrouwen” komt, aldus premier Lubbers afgelopen maandag op de top. Voorlopig moeten burgers en bedrijven het doen met de aankondiging dat EG-commissievoorzitter Delors eind dit jaar een "Witboek' zal publiceren over groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid in Europa. Misschien dat tegen die tijd ook de Duitse rente wat verder is gedaald.