Roman van T. Coraghessan Boyle over de dictatoriale Dr. Kellogg; Hoe Amerika aan de cornflake raakte

Onder de dynamische leiding van John Harvey Kellogg, de uitvinder van de cornflakes, groeide het kleine plaatsje Battle Creek Michigan binnen korte tijd uit tot een "bastion van weldenkendheid, vegetarisme en zelfverbetering.'

T. Coraghessan Boyle schreef een barokke, humoristische roman over Dr. Kellogg, waarin hij de draak steekt met de Amerikaanse gezondheidsmanie.

T. Coraghessan Boyle: The Road to Wellville. Uitg. Viking, 496 blz. Prijs ƒ 50,40 (geb.).

De Amerikaan John Harvey Kellogg was de uitvinder van geroosterde maisvlokken, pindakaas en meer dan zeventig andere soorten gezondheidsvoedsel. Hij was een vooraanstaand arts met een eigen sanatorium in Michigan en gold in de eerste helft van deze eeuw als de fanatiekste voorvechter van onder andere vegetarisme en dagelijkse darmspoelingen. Toch heeft hij buiten zijn vaderland de encyclopedieën niet gehaald. Als zijn naam niet toevallig verbonden was aan het pak cornflakes op de ontbijttafel, zou hij net zo onbekend zijn als de uitvinder van de ballpoint, de paperclip, het nietje, of het wc-papier.

Rondom deze Dr. Kellogg - "onverzettelijk, onvermoeibaar, positief-denkend en gezond-levend' - heeft T. Coraghessan Boyle zijn nieuwe roman gebouwd. T.C. Boyle, die in Nederland doorbrak met zijn briljante "historische fuga' Duyvels End (1988), koos een onderwerp dat bijzonder genoeg was voor een dik boek, en niet zó vertrouwd dat iedere afwijking van de historische werkelijkheid hinderlijk zou werken. Waar hij op uitkwam was The Road to Wellville, een satirische, dickensiaanse roman over de gezondheidsindustrie in het vroeg-twintigste-eeuwse Battle Creek, "The Biggest Little City of the U.S.A.'

Battle Creek Michigan was in het midden van de negentiende eeuw nog een onopmerkelijk plaatsje in het hoge Noorden van de Verenigde Staten. De grootste bezienswaardigheid was het Western Health Reform Institute, een instelling van Zevendedagadventisten waar zieken uit heel Amerika konden kennismaken met de heilzame werking van matigheid en hygiëne. Onder de dynamische John Harvey Kellogg, die in 1876 benoemd werd tot directeur, groeide het "Sanitarium' binnen korte tijd uit tot een "bastion van weldenkendheid, vegetarisme en zelfverbetering.' Battle Creek werd de bestemming van duizenden patiënten per jaar, en van talloze ondernemers die een graantje wilden meepikken van de gezondheidsindustrie. Vooral na Kelloggs ontwikkeling van de cornflake - de hoeksteen van zijn systeem van "biologic living and scientific eating' - kreeg het stadje te maken met een ware grainrush: rond de eeuwwisseling kon de liefhebber van ontbijtgranen kiezen uit meer dan honderd verschillende soorten. Allemaal "celery-impregnated and peptonized' en versterkt met ijzer en vitamine.

Bezwendeld

In het Battle Creek van T.C. Boyle, "The Cereal Bowl of the World', komen in de winter van 1907 drie treinreizigers aan: Will en Eleanor Lightbody, rijke middenklassers met huwelijksproblemen die een tijdje komen kuren in het Sanitarium; en Charlie Ossining, een naëve jongeman die hoopt om net als alle andere breakfast tycoons binnen de kortste keren miljonair te worden. Zowel voor Will als voor Charlie wordt het verblijf in Battle Creek een purgatorium. De een gaat bijna kapot aan de onzinnige therapieën en de verplichte klisma's van dokter Kellogg, de ander wordt bezwendeld door zijn zakenpartner en ziet zijn Amerikaanse Droom in rook opgaan. Alleen Eleanor Lightbody voelt zich in Battle Creek als een vis in het water; zij geniet van alles dat "The San' te bieden heeft - of het nu het druivendieet is of het "sinusodale bad', de donderpreken van Kellogg of het galadineetje met de beroemde kauwspecialist Horace B. Fletcher ("The Great Masticator').

The Road to Wellville vertelt hoe Will na een eindeloze reeks vernederingen zijn lot weer in eigen handen neemt en zijn vrouw uit de klauwen van de gezondheidswaanzinnigen redt. Het beschrijft de louteringsweg van Charlie, die met de gevangenis in zicht de gouden formule ontdekt voor Per-To gezondheidstonicum (40 procent alcohol, "Alleen Toegevoegd Als Conserveringsmiddel'). Maar het is vooral het verhaal van John Harvey Kellogg, kruisvaarder tegen de "autotoxicatie' van de moderne mens. Boyle maakte van hem meer dan een invloedrijke gezondheidsprofeet, meer dan een Amerikaanse Dr. Vogel. In The Road to Wellville rijst Kellogg op als een puriteinse kwakzalver, een self-made man zonder twijfels die niet alleen zijn 42 (!) aangenomen kinderen, maar ook zijn patiënten met harde hand probeert te hervormen naar zijn eigen beeld.

In zijn monomane jacht op een ongrijpbaar doel herinnert de romanfiguur Kellogg aan twee andere beroemde literaire helden: Captain Ahab en Jay Gatsby. En net als in Moby-Dick en The Great Gatsby vallen er doden onderweg. Tijdens het verblijf van Will en Eleanor in The San sterven twee patiënten aan de gevolgen van experimenten met elektro- en radiotherapie. Ook de zwaarlijvige secretaris van Kellogg overleeft het regime van zijn werkgever niet: hij krijgt een hartaanval wanneer hij probeert het moordende tempo van de fietsende dokter bij te houden. “Hier ligt een man, een goed mens en een uitstekende secretaris,” zegt Kellogg als hij van zijn fiets is afgestapt; “maar behalve dat ook een man die zich niet stoorde aan de imperatieven van het fysiologisch leven.”

De beschrijving van de dood van de secretaris is Boyle op zijn best: barok, humoristisch en ongewoon tot in het absurde. Maar het is nog niets vergeleken met het sluitstuk van The Road to Wellville, de laatste confrontatie tussen Kellogg en zijn boosaardige adoptiefzoon George. Na een spookachtige achtervolging door de kelders en magazijnen van het brandende Sanitarium, doodt Kellogg eigenhandig de ontaarde zoon die een bedreiging is van alles waar hij voor staat; George stikt in een vat met pindakaas. Het is een brute moord, maar voor één keer heeft Kellogg de sympathie van de lezer aan zijn kant. Boyle heeft George zo monsterlijk gekarakteriseerd en zijn wraakzuchtige machinaties zo nauwkeurig beschreven dat je bij de showdown zelfs de neiging hebt om de dictatoriale dokter aan te moedigen.

Vlees en bloed

Hoewel Boyle de pijnlijkste gebeurtenissen met veel humor weet te vertellen, is The Road to Wellville geen tragikomedie. Daarvoor is de lezer te weinig met de hoofdpersonen begaan. De schlemielige Will Lightbody - vanuit wiens perspectief meer dan een derde van het verhaal verteld wordt - is nog wel een personage van vlees en bloed, met zijn verboden hunkeringen naar zijn vrouw, en zijn onontdekte maagzweer die door een melkdieet alleen maar erger wordt. Maar Charlie Ossining en John Harvey Kellogg, hoe kleurrijk ook, zijn geen romanfiguren waar je je mee vereenzelvigt; het zijn eendimensionale personages die door de schrijver zijn ingezet om The Road to Wellville vaart en suspense te geven. Met succes, dat wel - maar een Amerikaanse Zauberberg is Boyle's sanatoriumroman vanzelfsprekend niet geworden.

Behalve als spannende zedenroman is The Road to Wellville vooral geslaagd als satire op de Amerikaanse gezondheidsmanie, op de eeuwige "verbeter-je-lichaam'-drang die de moderne wereld heeft vervuld van callanetics en vitaminepreparaten. In Boyle's handen wordt het verstikkende regime in Battle Creek Sanitarium een allegorie op het leven in hedendaags Amerika, met zijn health food menus (notenbiefstuk en glutenstamppot), zijn anti-rookcampagnes en zijn cholesterolvrees. John Harvey Kellogg is de hogepriester van de "Battle Freaks'; zijn "maandagavondlezingen' zijn apocalyptische waarschuwingen tegen het eten van vlees die zelfs de hellepreken van de jezuëten in Joyce' Portrait of the Artist doen verbleken. Wie bij Boyle leest over krioelende parasieten en "vomit being pressed into sausage casings' eet nooit meer varkensvlees.

"BETTER YOURSELF IN BATTLE CREEK' luidt Kelloggs reclameslogan op het station van Cornflake City ("The Road to Wellville' is er een van de concurrentie). Maar hoewel Will en Eleanor uiteindelijk gelouterd de stad verlaten, is het duidelijk dat niemand beter is geworden van de zendingsdrang van Dr. Kellogg. Will heeft na de verschrikkelijkste diëten een onnodige operatie aan zijn darmen ondergaan ("Kellogg's kinkectomy'), Eleanors kennismaking met de nieuwe genezingswijzen leidt zelfs tot anorexia en een relatie met een schimmige Duitse sekstherapeut; "seeking health she'd found disease and corruption' is niet alleen haar conclusie, maar ook de moraal van The Road to Wellville.

T. Coraghessan Boyle is een van Amerika's grootste vertellers - dat was al gebleken uit zijn vorige romans Duyvels End en Oost is oost. The Road to Wellville mag dan dik zijn, en een typisch voorbeeld van de literaire vetzucht die epidemisch is in de Amerikaanse literatuur - het verveelt geen bladzijde. Het boek zit vol met verrassende ontwikkelingen en passages die zich vasthaken in het geheugen. Een aantal daarvan heb ik geparafraseerd, één verdient het om in zijn geheel geciteerd te worden - als proeve van Boyle's stijl en timing. Het fragment beschrijft de vergeefse poging van Charlie Ossining en zijn compagnons om het recept te vinden voor "Per-Fo', een supercornflake waarmee ze rijk willen worden. Al hun geld zit in de ingrediënten, maar zelfs na dagen mixen laat het resultaat te wensen over.

"De lampen flikkerden. De regen viel. De nacht was lang. Alle vier de proefbaksels werden doorgegeven met wisselende gradaties van weerzin, en toen Bookbinder de kelder inging om monsters uit de iets-minder-veelbelovende bakken te halen, toonde niemand ook maar een spoor van enthousiasme. Dit keer waren het vijf monsters, en de lepels bewogen traag naar de bodem van de kommen. Uiteindelijk ging alles de trog in, alle zevenentwintig proefbakken van de eerste lading Per-Fo, en het treurigste van alles was dat zelfs de varkens het weigerden te eten.'