Rinnooy Kan: We kunnen niet de 21ste eeuw insuffen

DEN HAAG, 25 JUNI. “Ik probeer geen paniek te zaaien. Maar we moeten niet doen alsof er niets aan de hand is. Er liggen serieuze problemen, om het woord crisis niet te gebruiken. En die crisis biedt kansen op structurele vernieuwing, dat is bij elke crisis zo.” Dat zei voorzitter A.H.G. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen vanmorgen in een gesprek met deze krant.

Geen paniek? Gistermorgen stelde de VNO-voorzitter in het radioprogramma EO-Tijdsein dat het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering nu sneller stijgt dan in de rampjaren 1982-1984.

Is dat zo?

Rinnooy Kan: “Dat is niet het geval. Maar het niveau ligt in 1994 volgens de prognoses van het Centraal Planbureau hoger dan in het recordjaar 1984.”

Maar dan heeft u het over het aantal uitkeringen. Niet alle RWW-ers en WW-ers zoeken werk. De geregistreerde werkloosheid is veel lager. Bovendien werken nu veel meer mensen dan begin jaren tachtig. Het werkloosheidspercentage ligt nu toch veel lager dan tien jaar geleden?

“Maar er is ook een grote verborgen werkloosheid. Er is iets wezenlijks mis, niet alleen in Nederland maar in heel Europa. Ook als de economie straks weer aantrekt. Het aanpassingsvermogen schiet tekort.”

U verweet gistermorgen met name de politiek dat men te lauw reageert.

“Ach, de sociale partners verwijten het kabinet dat van de ondersteuning van de koopkracht weinig is terechtgekomen en het kabinet vindt de CAO's veel te duur. Maar dat is allemaal niet zo interessant. Wat die CAO's betreft: er was sprake van een snelle draai, maar de bocht werd te ruim genomen.

“Belangrijker is de gelatenheid, de louwloenigheid waarmee het grote publiek reageert. En bij de politiek zie ik een zekere lusteloosheid, een soort glazigheid waarmee men naar de problemen kijkt. En als er een reactie komt dan verbaast die mij. Op nationaal niveau zullen de banenplannen weer op ons afstormen. En internationaal zie je steeds meer vormen van schaamteloos protectionisme. De Amerikanen spreken dan nog van fair trade, in Frankrijk is Mitterrand nog veel duidelijker. Dat is reuze jammer.”

Heeft het kabinet niet adequaat op de economische tegenwind gereageerd? De begroting 1993 van september 1992 werd al in november bijgesteld. Beoordeelde het VNO de oorspronkelijke begroting niet redelijk positief?

“Dat is juist. Het kabinet gaf toen hoge prioriteit aan het verminderen van lasten voor burgers en bedrijven. De eigen verantwoordelijkheid kreeg veel aandacht, vooral in de Sociale Nota die financiële prikkels bevatte voor mensen met een uitkering om weer aan de slag te gaan. In april 1993 waren we opnieuw positief, toen het kabinet investeringen in de infrastructuur aankondigde. Het zou jammer zijn als die goede signalen nu wegdrijven in paniekerig gejammer.”

Centraal in Rinnooy Kan's toekomstvisie staat het begrip innovatie. “We moeten streven naar meer industriële innovatie, je ziet in Nederland dat nieuwe bedrijven vaak beneden de grens van honderd werknemers blijven, ze groeien niet door. Maar ook hoogwaardige diensten, op het terrein van milieu, de gezondheidszorg, moeten innoveren.”

Maar wat kan de overheid doen? Overschat u de macht van de politiek niet?

“Nee. Het centraal overleg van vorige week ademde juist een sfeer van realisme. Dat betekent niet dat we dan maar moeten berusten. We moeten wèg met het gevoel van: 't wordt toch niks. We kunnen niet de 21ste eeuw insuffen. Zo moeten we niet alleen de collectieve lastendruk verkleinen, maar ook de administratieve druk op het midden- en kleinbedrijf verlichten.”

VVD-leider Bolkestein vindt dat het Nederlandse bedrijfsleven teveel beschermingsconstructies kent, waardoor de ondernemers lui worden.

“Daar geloof ik niets van. Ik ken geweldig veel actieve ondernemers.”

Als u het heeft over structurele problemen, heeft u het ongetwijfeld ook over de sociale rechtsstaat.

“We hebben een te lankmoedig systeem. We moeten naar een stelsel dat strenger en soberder is. En niet, omdat de administratieve problemen zo groot zijn, naar een nòg lankmoediger stelsel.”

Dus geen basisinkomen à la Planbureau-directeur Zalm?

“Ach, de lijn van meer strengheid en soberheid is toch veel realistischer.”

De afgelopen tien jaar is de inkomensverdeling in Nederland aanzienlijk schever geworden. Moeten we die lijn doortrekken?

“We moeten in ieder geval niet terug naar hoe het was. Onze inkomensverdeling is nog steeds één van de platste ter wereld.”