Renegades brengen staal tot zingen

Concert: World Roots Festival met o.a. zangeres Dimi Mint Abba uit Mauretanië, Lapiro de Mbanga uit Kameroen, Mi Oso es mi Kas uit de Bijlmer en The Renegades Steel Orchestra uit Trinidad. Gehoord: 23 en 24/6 Melkweg Amsterdam. Het Festival wordt vanavond vervolgd met o.a. Tarika Sammy uit Madagaskar en Baba Maal uit Senegal.

Hoe brengt men een paar ton staal tot zingen? Het geheim berust bij Jit Samaroo, arrangeur van The Renegades Steel Orchestra afkomstig uit Trinidads hoofdstad Port of Spain.

Het is verbluffend wat dit 25-koppige orkest uit een vrachtwagen vol aan vaten weet te halen. Van één zoemende bij tot een heel nachtegaalskoor, van draaiorgel-trillers tot gitaartremolo's, men kan het blijkbaar niet te gek bedenken. En dat is dan nog slechts het melodische vertoon, ook harmonisch en ritmisch lijkt alles mogelijk: contrasterende partijen, vlotte modulaties, heftige breaks, en dat alles in elk tempo van nul tot honderd. De melodie-pannen op de voorgrond stelen de show, de tenoren en de bassen doen het zware werk, met achter hen een fel stuwende timbalist plus nog zo'n vier man op andere percussie. Van merengue naar calypso, van shuffle naar samba, en Bob Marley's luid meegezongen reggae No Woman, No Cry als deinend rustpunt; het veert zo soepel als een trampoline.

De conclusie is gezien dit alles onontkoombaar: het Renegades Steel Orchestra "staat' volgend jaar, vorstelijk betaald in het Holland Festival. Niet in de marge dus maar breeduit in het Concertgebouw waar deze akoestische band uitstekend zal klinken. Wel even de stoelen naar zolder brengen, graag. Ter geruststelling van hen die vrezen voor "ontheiliging': ook voor Tsjaikovsky's Notenkraker Suite of een vlotte galop van Liszt draaien The Renegades de hand niet om.

Dansmuziek van veel mechanischer aard bracht zanger/gitarist Lapiro de Mbanga en zijn vijfmansgroep uit Kameroen. Is de Zarese soukous inmiddels niet voldoende uitgemolken? Ja. Is het leuk als de drum-machine gewoon doorgaat terwijl de drummer uit zijn neus eet? Nee. Iets nieuws bedenken zou dus lang niet gek zijn. Ook door modekoningen ontworpen "zwerverskledij' hebben we intussen wel genoeg zien.

De in spijkerbroeken en rode t-shirts gestoken Surinaams-Nederlandse kawina-groep Mi Oso es Mi Kas kwam na een wat stijf begin heel aardig op dreef. De zeven jonge zangeressen klonken vooral in de samenzang heel bevredigend, de zevenmans ritmesectie speelde heel solide, zij het misschien soms een tikje te hard. Het bijzondere van deze muziek steekt in zijn "roots': dat een "Bijlmer'-band "Afrikaanser' kan klinken dan veel muziek die momenteel uit Afrika komt, is een idee waaraan men moet wennen.

Nog veel traditioneler, bijna archasch klonk woensdag het kwintet van de Mauretanische zangeres Dimi Mint Abba. De begeleiding van percussie en snaren is rudimentair, de kracht komt bijna uitsluitend van de zangeres zelf die zichzelf begeleidt op een variant van de kora. De woestijn is eindeloos, het leven is hard, de stem schijnt niets te weten van zoete broodjes.

Het World Roots Festival, gevarieerd als altijd, wordt dit jaar geteisterd door calamiteiten. Nadat visa-problemen van een viertal-groepen te elfder ure waren opgelost, blijken twee damesgroepen alsnog niet beschikbaar. Les Amazones de Guinée komen niet, de vervangende act, zangeres Aicha Cone werd teruggeroepen door haar echtgenoot, Fatala valt nu in op zaterdag. Het als klapper voor zondag geplande Orquesta Anacaona houdt het na drie dagen op het vliegveld van Havana voor gezien. Naar vervanging wordt naarstig gezocht.