Regeling voor gedoogden is "mislukt'

DEN HAAG, 25 JUNI. Van de 7.633 asielzoekers die er voor in aanmerking kwamen hebben er sinds begin vorig jaar slechts 209 een gedoogdenstatus aanvaard. Dit zei gisteren staatssecretaris Kosto (justitie) in een overleg met de Tweede Kamer. Vluchtelingenwerk Nederland trekt hieruit de conclusie dat de regeling voor gedoogde asielzoekers is mislukt.

Kosto heeft inmiddels besloten de Vreemdelingenwet te wijzigen om gedoogden voortaan een "voorwaardelijke vergunning tot verblijf' te kunnen geven. De behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is echter tot na het zomerreces uitgesteld.

Het ministerie van Justitie kwam begin vorig jaar met de "gedoogdenregeling' omdat het justitieel apparaat overbelast raakte door het grote aantal afgewezen, maar doorprocederende asielzoekers. "Gedoogden' zijn vluchtelingen die een afwijzing hebben gekregen op hun asielverzoek, maar die echter voorlopig om humanitaire redenen niet naar hun land van herkomst worden teruggestuurd.

Als de vluchteling de gedoogdenstatus aanvaardt, krijgt hij recht op onderwijs en na langere tijd op werk. Deze situatie mag drie jaar duren, daarna bestaat de mogelijkheid dat hij een verblijfsvergunning krijgt. Krijgt hij die niet, dan mag hij alsnog een asielprocedure beginnen.

De gedoogdenstatus is volgens een woordvoerder van Vluchtelingenwerk Nederland onaantrekkelijk omdat de gedoogde drie jaar lang in een onzekere positie zit. Hij kan worden teruggestuurd als de situatie in het land van herkomst is verbeterd.

De Raad van State heeft zich onlangs kritisch over de gedoogdenstatus uitgelaten. In zes gevallen oordeelde de raad dat het vreemd was dat een vluchteling in Nederland wordt gedoogd omdat de situatie in het land van herkomst slecht is, maar dat hij niettemin geen vergunning tot verblijf kan krijgen op humanitaire gronden. Staatssecretaris Kosto klaagde gisteren over de uitspraak van de Raad van State. “Die uitspraak maakt de bestaande gedoogdenregeling bijna onmogelijk.”