Rederij Spliethoff onttrekt zich aan alle wetten recessie

AMSTERDAM, 15 JUNI. Terwijl de scheepvaart in het algemeen wordt geconfronteerd met overcapaciteit, lage vrachtprijzen en een te gering rendement op het genvesteerde vermogen om nieuwe schepen te kunnen bouwen, lijkt de Amsterdamse rederij Spliethoff zich aan al die wetten te ontrekken.

De zes splinternieuwe multi-purpose schepen met een waarde van 250 miljoen gulden die het bedrijf in Nederland laat bouwen, dienen zowel voor uitbreiding als vervanging van de vloot van 47 vrachtschepen van de Amsterdamse rederij, die zich gespecialiseerd heeft in de wilde vaart en zeer hecht aan flexibiliteit. De schepen kunnen allerlei soorten lading vervoeren, variërend van hout, kolen en fruit tot papier en containers. Waar de schepen zich op zee ook bevinden, er zijn korte lijnen met het hoofdkantoor in Amsterdam. Daardoor kunnen ladingen snel worden samengevoegd of plotseling naar andere havens worden vervoerd.

Spliethoff was voor de oorlog een bevrachtingsbedrijf aan de Keizersgracht in Amsterdam. Daarna maakte het de overstap naar de zeevaart. Het bedrijf bemiddelde aanvankelijk tussen rederijen en expediteurs. Het vervoer van hout en celluloise en de van oudsher sterke band van de handel met de Baltische landen zijn twee van de sterke pijlers waar Spliethoff nog steeds op rust.

In de beginjaren als rederij ondervond Spliethoff aanzienlijke financiële ondersteuning van Amsterdamse houtimporteurs, die behoefte hadden aan vrachtcapaciteit. Die directe betrokkenheid van de klanten bij de exploitatie van de onderneming zou een formule blijken waar Spliethoff in feite nog steeds op terugvalt. Verzekeraars en transportbedrijven zijn nog steeds mede-aandeelhouders van de schepen.

“Het is een kien en uitstekend gerund bedrijf waar andere rederijen een voorbeeld aan kunnen nemen”, merkt een betrokkene op. “Spliethoff beschikt over een ultramoderne vloot. Het oudste schip dateert van begin jaren tachtig. Er wordt vroegtijdig genvesteerd in nieuwbouw. Alleen met gespecialiseerde vaart valt op zee tegenwoordig nog echt geld te verdienen. Dat heeft Spliethoff uitstekend begrepen. De schepen zijn uitgerust met zelfdragende kranen van drie keer 24 ton. Zelfs wanneer een haven geen enkele infra-structuur heeft kunnen deze jongens daardoor gewoon hun werk doen.”

Omzet en winst worden niet gepubliceerd door Spliethoff, dat niet genoteerd is aan de Amsterdamse beurs. “We blijven het liefst helemaal uit de publiciteit”, verklaart directeur Bos. “Daar kopen we weinig voor.”

De financiering van de schepen is creatief. Voor ieder schip wordt een aparte commanditaire vennootschap opgericht, waarin beleggers venoot kunnen worden. Hetgeen een belastingvoordeel oplevert. Een schip kan wel over dertig aandeelhouders beschikken. Een aantal aandeelhouders heeft daarbij een belang in meerdere schepen. “Als we over winst praten, spreken we daarom over het geld van anderen. Dat doen we dus niet”, aldus een woordvoerder. Wel wil hij kwijt dat de omzet van 400 miljoen gulden die Spliethoff in 1992 heeft behaald een betrouwbaar cijfer is. In totaal werken bij de rederij ongeveer 900 mensen, waarvan ruim 100 op de wal.

Spliethoff heeft zich inmiddels na Nedlloyd opgewerkt tot één van de grootste Nederlandse rederijen. Het wordt qua tonnage van schepen na Nedlloyd alleen nog overtroffen door Seatrade, hoewel dit van origine Groningse bedrijf inmiddels een gedeelte van de activiteiten heeft overgeheveld naar Antwerpen. Wel is Spliethoff één van de weinige rederijen die zijn vloot volledig onder Nederlandse vlag heeft varen. De bemanning per schip is daarbij zo klein als toegelaten wordt onder de bestaande Nederlandse voorschriften. Spliethoff bouwt zijn schepen steeds vlak onder de bovengrens, zodat met een minimale bemanning een zo groot mogelijk schip gevaren kan worden.