Reder bestelt zes schepen in Nederland

PAG.14 SPLIETHOFF

ROTTERDAM, 25 JUNI. De Amsterdamse rederij Spliethoff heeft bij Nederlandse werven - onder andere De Merwede, Frysian Shipyards en waarschijnlijk IHC - een order geplaatst voor de bouw van zes vrachtschepen ter waarde van 250 miljoen gulden. Met de totale order is tussen 800 en 900 manjaren werk gemoeid.

De Merwede in Hardinxveld verzorgt de technische coördinatie van de te bouwen schepen, die in 1994 en 1995 moeten worden opgeleverd. Spliethoff heeft de werven een optie op nog twee schepen in het vooruitzicht gesteld.

Volgens directeur G.D. Bos van Spliethoff was zijn bedrijf op grond van “een simpele kosten baten-analyse” bijna met de opdracht uitgeweken naar werven in Noorwegen of het Verre Oosten. Mede dank zij overheidssteun werd de opdracht voor Nederland behouden.

“Het is inderdaad een dubbeltje op zijn kant geweest”, bevestigt Henk Vos, PvdA-Kamerlid en voorzitter van de vaste kamercommissie voor economische zaken, die wegens de bemoeienis van Economische Zaken met de order nauw bij het project betrokken is geweest. De order bleef uiteindelijk in Nederland omdat zowel de reder als de werven in aanmerking komen voor overheidssteun.

Spliethoff maakt gebruik van een overgangsregeling voor de Investerings Premie voor de Zeevaart (IPZ) van de Nederlandse staat en ontvangt een investeringspremie van in totaal 10 procent, ongeveer 20 miljoen gulden. De werven ontvangen van de overheid bovedien zogeheten "generieke steun', in dit geval 18 miljoen gulden. De totale korting komt daarmee op 38 miljoen gulden, de reder betaalt uiteindelijk 212 miljoen.

Alleen scheepswerven die zich de afgelopen jaren met nieuwbouw hebben bezig gehouden komen voor de generieke steun in aanmerking. Werven als De Schelde en Wilton Fijenoord, die zich voornamelijk met reparatie bezighouden, vallen buiten de boot.

De drie werven zijn terughoudend in hun commentaar. De contracten met Spliethoff worden namelijk pas volgende week ondertekend. Dan wordt ook definitief duidelijk of IHC daadwerkelijk een schip mag bouwen. Zo niet, dan bouwt Frysian Shipyards vier schepen en De Merwede twee. Het is niet duidelijk waarom de participatie van IHC nog niet is veiliggesteld.

De schepen zullen in segmenten worden gebouwd en het is niet uitgesloten dat een aantal andere scheepsbouwers als onderaannemer wordt ingeschakeld. “Gezien de snelheid waarmee deze schepen moeten worden gebouwd lijkt me dat wel aannemelijk”, verklaart directeur A.J.Houweling van De Merwede.

Een van de mogelijke onderaannemers zou de noodlijdende werf RDM, behorend tot het industrële conglomoraat van Begemann van Joep van den Nieuwenhuyzen, zijn. Het is echter allerminst zeker dat de RDM kan rekenen op anderhalf jaar werk, zoals in sommige media is gemeld. RDM kan de opdracht niet bevestigen en de hoofdaannemers reageren sceptisch op RDM-deelname.

Bij het gunnen van opdrachten “wordt gekeken bij welke werven de grootste pijn zit”, zegt Henk Vos. Nederland kent overheidssteun voor de scheepsbouw omdat ook andere landen hun werven ondersteunen.

“Kwalitatief en ook qua produktiviteit heeft de Nederlandse scheepsbouw zo'n goede infra-structuur dat wel zes Nederlandse werven deze schepen zouden kunnen bouwen”, aldus Vos.

“Wanneer in Brussel zou worden besloten de steun van nationale overheden aan de scheepsbouw af te schaffen dan, zou de Nederlandse orderportefeuille meer dan vol zitten. Zonder overheidssteun zouden weinig buitendlandse werven met Nederland kunnen concurreren. Maar je hebt probleemgevallen. Zoals in Duitsland waar na de eenwording plotseling zes werven uit Rostock die min of meer failliet waren met steun op de been werden gehouden.”

In 1988 liet Spliethoff al twaalf vrachtschepen bouwen in Nederland.