Op baan 14 voltrekt zich het drama Lendl

LONDEN, 25 JUNI. De geur van een stervende kampioen hing boven baan één van Wimbledon. Langzaam maar zeker stroomde de perstribune vol. Als zich dan toch een sportief drama moest voltrekken, laat het dan ook maar een grootheid overkomen. Graag zelfs. Voorbij was de tijd dat het kleine leed het nieuws bepaalde bij de open Engelse tenniskampioenschappen. Als een opgewonden horde dromden ze samen. En nadat Ivan Lendl in vier sets van de baan was geveegd werd de eliminatie van deze voormalige superkampioen in stilte gevierd als de redding van een tennisdag.

Hoe oneervol voor de ras-atleet, die zich waarschijnlijk tegen beter weten in had opgeladen om nog maar eens een poging te ondernemen dat obsederende gat in zijn prijzenkast te vullen met de trofee van Wimbledon. Wat weinig respect voor een 33-jarige die tennis blijft beoefenen met de passie van een nieuweling. Die het sporten niet kan missen, zich een hele dag onplezierig voelt als hij niet gezweten heeft van de ochtendtraining. Of die na welhaast vernederende uitschakelingen, zoals vorige maand in de eerste ronde van Roland Garros tegen de Fransman Stephan Huet, toch weer begint aan zijn veertiende Wimbledon waar de bookmakers hem ontvangen met een weinig opbeurende notering van 100 tegen 1 en de organisatie zijn eerste partij situeert op baan 14.

Het was de schande die hij manmoedig onderging, waar hij de laatste jaren al min of meer mee vertrouwd is geraakt. Hij was dinsdag al blij dat hij de eerste ronde overleefde tegen zijn landgenoot Brian Devening. Drie toernooien achter elkaar, in Rome, bij de Franse Open op Roland Garros en op Queens, was zelfs dat hem niet gelukt. Maar de belangstelling voor zijn diepste gevoelens na de onderbreking van die negatieve spiraal van resultaten was minimaal. De rituele persconferentie werd afgeblazen omdat het vereiste minimum van zes verslaggevers niet werd gehaald. Die ene aanvrager zag zich zo door de reglementen een exclusief vraaggesprek door de neus geboord.

Wat moet Ivan Lendl eigenlijk nog vertellen? Het enige wat iedereen van hem wil horen is wanneer hij er mee stopt. Want wat hem bezielt om zo door te worstelen valt niet te doorgronden. Op de eerste twee grand-slamtoernooien van dit jaar, in Australië en in Frankrijk, moest hij al na een ronde vertrekken, hier in Londen hield hij het net iets langer vol. Dat hij nog zevende op de wereldranglijst staat is goeddeels te danken aan de wonderlijke puntentelling die de bond van tennisprofessionals, ATP, er op na houdt. In essentie komt die er op neer dat de beste veertien resultaten in een jaar tellen. Alle mislukkingen van Lendl worden hem dus nauwelijks aangerekend. “Als een chirurg die veertien succesvolle operaties heeft verricht, maar niet wordt gestraft voor de tien patiënten die tussentijds op de snijtafel zijn gestorven”, tekende The Independent deze week aan de rand van baan 14 op uit de mond van een Italiaanse waarnemer.

Zijn geldingsdrang om erbij te horen begint iets pathetisch te krijgen. Tegen Arnaud Boetsch, nummer 28 van de wereld en een specialist op gras die twee weken geleden in Rosmalen zijn eerste ATP-toernooi won, hield hij nog uitstekend stand in de eerste set, verloor de tweede nipt en zag vervolgens de Fransman steeds beter in zijn spel komen. Lendl was geen schim meer van de tennisser die met mathematische precisie de ballen vanaf de baseline in de verste hoeken en angstaanjagend dicht tegen de lijnen kon plaatsen. De tot Amerikaan genaturaliseerde Tsjech zag ineens een speelse, creatieve en doeltreffende opponent aan de andere kant van het net tot ongekende hoogten stijgen. Met briljante, bijna achteloos geslagen lobs en backhand passings, verbijsterde hij (met de cijfers 4-6, 7-5, 6-3, 6-4) Lendl die met zijn bijna conventionele, kleine racketblad en het onafscheidelijke zaagsel tegen gladde handen in de broekzak steeds meer ging lijken op een verschijning uit een ver verleden.

Sneu voor zo'n grootheid, die pas toen hij slechter begon te spelen menselijke trekjes ging vertonen (er bestaan uit die tijd mensen die hem hebben zien lachen) en zowaar nog de sympathie van het publiek kreeg dat hij op het toppunt van zijn roem moest ontberen. Driemaal US Open gewonnen, driemaal Roland Garros en tweemaal de Australische open en 270 weken - een onovertroffen record - op de eerste plaats van de wereldranglijst mannen gestaan om pas applaus te oogsten als je dat peil bij lange na niet meer kunt halen.

Toch is geen reden om medelijden met hem te hebben. In vijftien jaar tennis verdiende hij naar schatting 250 miljoen gulden. Hij heeft een sportmanagementbedrijf en verhuist binnenkort naar een geheel volgens eigen verlangens gebouwde boerderij in Connecticut. Daar kan hij zich ook gaan wijden aan de sport die hem nu fascineert: golf. Als hij maar kan winnen, zegt hij, want verliezen kan hij niet. Zelfs in een tennispartijtje met zijn dochter kan hij het niet over zijn hart verkrijgen haar de winst te gunnen. Logisch dus dat hij gisteren na zijn nederlaag tegen Boetsch verstek liet gaan op de persconferentie waarvoor ditmaal wel overweldigende belangstelling bestond. Ze hadden hem mogen zien sterven, maar zich vervolgens ook nog eens geestelijk laten verslinden, dat wilde hij niet laten gebeuren.