Omstreden Britse bewindsman treedt af

LONDEN, 25 JUNI. De Britse staatssecretaris voor Noord-Ierland, Michael Mates, is gisteren na drie weken tegenspartelen bezweken voor de politieke opinie en heeft zijn ontslag aangeboden. Mates werd gedwongen op te stappen door aanhoudende onthullingen over zijn contacten met de voortvluchtige Turks-Cypriotische zakenman Asil Nadir. Diens substantiële bijdragen aan de partijkas van de Britse Conservatieven hebben de fondsenwerving van de partij van John Major in opspraak gebracht. Mates trad af omdat hij zichzelf en de premier niet langer aan die schadelijke geruchtenstroom wilde onderwerpen.

De staatssecretaris is de derde bewindsman uit de regeringsploeg van Major die gedwongen verdwijnt. Net als bij de minister voor nationaal erfgoed, David Mellor, en de minister voor financiën, Norman Lamont, heeft Major ook bij Michael Mates geweigerd meteen ferme maatregelen te nemen toen partijgenoten op aftreden aandrongen. Die weifelachtigheid wordt de premier vanmorgen opnieuw als politieke zwakheid aangerekend.

Het aanzien van het kabinet is nu minimaal: met de onpopulairste premier sinds de opiniepeilingen werden ingevoerd, presiderend over een economie die door een diepe recessie nog steeds niet uit het slop wil komen. Majors ongeluk wordt nog vergroot door het mogelijk verlies uit het kabinet van Michael Heseltine, de hemelbestormende minister van handel en industrie, een van de weinige politieke krachtpatsers in de regering, die deze week in Venetië een hartaanval kreeg.

Het ontslag van Mates betekent niet dat de druk op Majors partij om opening van zaken te geven over haar (buitenlandse) weldoeners nu ophoudt. Een Lagerhuiscommissie buigt zich over de financiering van politieke partijen naar aanleiding van de Asil Nadir-affaire. Labour, dat zijn inkomsten grotendeels van de vakbonden krijgt, heeft de commissie gesuggereerd dat alle giften boven 200 pond voortaan verplicht openbaar gemaakt moeten worden. Maar de Conservatieven verzetten zich omdat ze het opdrogen van nu nog geldschietende bronnen vrezen, indien die met naam en toenaam bekend worden. De Conservatieve Partij kampt met een financieel tekort van 19 miljoen pond na de kostbare verkiezingscampagne van april vorig jaar.