Nigeria in de greep van wanbestuur en corruptie

Jaren van militair bestuur bezorgden Nigeria nòg meer corruptie en wanbestuur. De economische en sociale ontreddering in dit potentieel zeer rijke land zijn groot. Deze week verklaarden de militairen de verkiezingen voor een nieuwe burgerregering ongeldig.

LAGOS, 25 JUNI. In de beruchte files van Lagos, de go-slows, rennen jongens van auto naar auto met hun waren. Ze verkopen ook zakjes ijswater aan de gerriteerde automobilist om enige koelte te brengen in het klamme klimaat. Deze zakjes van een kwart liter kosten 5 naira, ongeveer 50 cent. Tegelijk worden Lagos' brede autowegen elke dag, elk uur geplaagd door lange files. Want Nigeria beschikt over uitzonderlijk grote olierijkdommen en de Nigeriaan betaalt bij de pomp voor een liter benzine slechts 70 kobo, een luttele 6 cent. Vermoedelijk kost water nergens ter wereld vele malen meer dan benzine.

Veel aspecten van Nigeria laten zich in superlatieven beschrijven. Zo behoort het tot de allercorruptste landen ter wereld. Van de nationale olie-inkomsten worden miljarden dollars illegaal afgeroomd. "Buiten-budgettaire' uitgaven heet dit in het Nigeriaanse jargon. Zo verdwijnt vermoedelijk twee miljard dollar per jaar naar oncontroleerbare bestemmingen, zoals de Nigeriaanse vredesmacht in Liberia of de bouw van de prestigieuze hoofdstad Abuja. Miljoenen belanden op privé-rekeningen, dat is zeker. De liefde voor geld vormt immers de leidraad voor iedere Nigeriaan, van hoog naar laag, van de politicus die miljoenen opeist, tot de portier die je er niet in laat zonder betaling van 50 naira. Wanbeleid en corruptie, noemen zakenlui de hoofdoorzaken van de malaise in Nigeria. “Werkelijk, er had hier geen verslechtering van de levensstandaard hoeven op te treden”, stelt een buitenlandse econoom in Lagos. “De olieprijzen zijn immers hoger dan in 1985.” Een internationale bankier onderschrijft deze mening: “Er is geen sprake van een echte economische crisis. Nigeria beschikt over voldoende financiën.”

Van Nigeria's jaarlijkse verdiensten uit olie valt ongeveer 8,7 miljard dollar in de boeken terug te vinden. Ongeveer 2 miljard gaat jaarlijks naar de afbetaling van schulden. Resteert dus 6,7 miljard dollar, een kolossaal bedrag in de Afrikaanse context.

Desondanks kreunt de reus van Afrika onder een eindeloos lijkende economische impasse, veroorzaakt door een pijnlijk aanpassingsprogramma dat maar geen vruchten afwerpt. Het jaarinkomen van de gemiddelde Nigeriaan nam sinds 1980 af van 1000 tot 250 dollar. De meeste industrieën draaien op minder dan de helft van hun capaciteit, de werkloosheid bedraagt vermoedelijk meer dan 25 procent. De inflatie schommelt rond de 80 procent. Was een dollar in 1986 nog 3,5 naira waard, nu 33.

Pag.12: Miljonairs gedijen in Nigeria's corrupte chaos

De sociale gevolgen van de economische neergang zijn nauwelijks in cijfers uit te drukken. In de jaren tachtig halveerde de overheid de uitgave per kind voor onderwijs. Het aantal analfabeten neemt toe. Ziekenhuizen stellen het veelal zonder medicijnen en veranderen in sterfhuizen. Steeds meer goedopgeleiden verlaten hun geboorteland om elders in de wereld werk te zoeken. Openbare faciliteiten vallen van ellende uit elkaar. Door voortdurend gebrek aan investeringen slagen de electriciteits- en waterbedrijven er nog maar sporadisch in hun diensten te verlenen. Het openbaar vervoer functioneert niet meer, arbeiders voeren een dagelijkse strijd om tijdig op hun werk te verschijnen. Nigerianen kortom, worden armer, dommer, trager en ongezonder. Het is alsof de olierijkdom een vloek voor het land is geworden.

De olierijkdom had in de jaren zeventig tot een ware bonanza geleid. Tussen de 16 en 20 miljard dollar per jaar vloeide toen de staatskas binnen. Maar die rijkdommen werden niet zo zeer gebruikt voor investeringen in de produktieve sector, maar bovenal voor consumptie. De naira, gedekt door een overvloed aan dollars, kreeg een kunstmatig hoge waarde. Luxe goederen kwamen plotsklaps binnen ieders bereik. “Ruim driekwart van mijn arbeiders bezat opeens een auto", herinnert een manager zich.

De achtereenopvolgende regimes wilden, konden of durfden niet in te grijpen. Tot de militaire president Ibrahim Babangida het roer in handen nam en in 1986 een structureel aanpassingsbeleid invoerde. Hij zette de waarde van de naira op de helling, waarna forse devaluaties volgden. Tientallen staatsbedrijven gingen over in privé-handen. Het begrotingstekort liep terug. Het Internationale Monetaire Fonds en Nigeria's westerse schuldeisers knikten instemmend en ook de Nigeriaanse ondernemers reageerden positief.

Het keerpunt moet ergens in 1989 hebben gelegen. Babangida ondervond steeds meer tegenstand bij de uitvoering van zijn overgangsprogramma naar een burgerregime. Hij stelde daarop de beloofde overdracht aan de burgers in 1990 uit en creëerde zo vijanden, in zowel de strijdkrachten als onder burgerpolitici. “Hij heeft vervolgens zijn vrede gekocht”, concludeert een econoom. Vanaf 1989 namen de begrotingstekorten en de hoeveelheid naira's in omloop weer toe. De extra inkomsten uit de oliewinning als gevolg van de Golfoorlog werden gespendeerd aan geldverslindende projecten. Aan de financiële discipline van de voorgaande jaren kwam een einde.

En de corruptie floreerde meer dan ooit. “In 1991 gingen de militaire politici van de regeringen in de deelstaten plotseling veel meer uitgeven”, vervolgt de econoom. “Waarom? Omdat ze de macht moesten overdragen aan burger-deelstaatregeringen. Op het allerlaatste moment wilden de militairen in die deelstaten nog even snel hun zakken vullen. De laatste tijd vindt precies hetzelfde plaats, maar nu op federaal niveau. Deze corruptie wordt gecoördineerd vanuit het bureau van de president”.

Ondanks het klaarblijkelijk mislukte economische beleid van Babangida, pleit menig zakenman voor een voorzetting van het militaire regime. En die kans is niet gering nu de militairen de recente verkiezingen voor een nieuw burgerregime deze week ongeldig hebben verklaard. “We hebben een man met een stok, ja met een geweer nodig”, pleit de eigenaar van een Nigeriaans luchtvaartbedrijf. “Nigeria heeft discipline nodig, militaire discipline.” De overgrote meerderheid der Nigerianen deelt die cynische mening echter niet, Babangida moet onmiddellijk opstappen. De militairen, die gedurende tweederde van Nigeria's onafhankelijkheidsjaren de macht uitoefenden, blijken doorgaans minder dan burgerregimes in staat een geslaagd economisch beleid te voeren. Bovendien blijken zij nog meer dan burgerpolitici ontvankelijk voor corruptie.

Door hun uitgesproken liefde voor geld laten Nigerianen zich ambivalent uit over corruptie. Ze hebben het klaarblijkelijk geaccepteerd. Een bedrijfsleider spreekt over een "tolhekeconomie". “Bij iedere stap die je zet, staat een mannetje die zijn aandeel opeist”, vertelt hij. “Er bestaat geen economisch systeem in Nigeria. Alles is gebaseerd op persoonlijke belangen. De overmaat aan dollars heeft verslavend gewerkt”.

De twee toegestane politieke partijen zetten tijdens de afgesloten verkiezingscampagnes de bestrijding van corruptie niet boven aan hun prioriteitenlijstje. “Deze samenleving aanbidt nu eenmaal geld”, zegt Abba Mohamed, vice voorzitter van de Nationale Republikeinse Conventie, in Abuja. “Als je geen geld bezit, wordt je niet gerespecteerd.” Beide burgerkandidaten bij de presidentsverkiezingen eerder deze maand, Moshood Abiola en Bashir Tofa, zijn trotse multimiljonairs en werden in het verleden van corruptie beschuldigd.

Misschien zou de economie de verliezen als gevolg van corruptie nog wel kunnen dragen als elders niet eveneens zoveel geld over de balk wordt gesmeten. De subsidie op de locale consumptie van benzine is een voorbeeld. Wanneer deze zou worden opgeheven - en de regering stelde dit al enkele malen vergeefs in het vooruitzicht - blijkt negentiende van het jaarlijkse begrotingstekort gedicht. Een binnenlandse oliemaffia smokkelt nu grote hoeveelheden goedkope benzine met tankwagens naar de buurlanden, waar een liter het tienvoudige opbrengt.

"Witte olifant'-projecten, zoals de aanleg van de nieuwe hoofdstad Abuja slokken eveneens miljarden op. Dit gaat ten koste van investeringen in het bestaande produktie-apparaat. Enkele olieraffinaderijen blijken dringend aan vernieuwing toe en werken op beperkte capaciteit. Dit leidt in toenemende mate tot benzinetekorten in het land. In het verouderde wegennet en het vrachtwagenbestand vallen steeds meer gaten. “Het ineenstorten van de bestaande infrastructuur verontrust ons zeer”, vertelt de directeur van een groot bedrijf. “Nigeria investeert niet meer in zijn produktie-apparaat en dus niet in zijn eigen toekomst.”

Het vertrouwen onder buitenlandse investeerders in Nigeria's economie liep in de afgelopen jaren een forse deuk op. Vrijwel alle Amerikaanse banken en enkele grote farmaceutische industrieën trokken zich uit het land terug. De politieke instabiliteit, gevolg van de voortdurende machtsstrijd tussen burgers en het leger, houdt menig potentieel investeerder op afstand.

Toch draaien enkele sectoren van de economie nog steeds uitermate goed en trekken privé-investeerders aan, vooral in de energiesector. Nigeria blijft, ondanks zijn problemen, economisch het belangrijkste land van zwart Afrika. “Je kunt hier goed zaken doen”, beaamt een internationale bankier. “Mijn advies: bewaar een grote afstand tot de overheid en handhaaf een low profile”. Nederland is volgens gegevens van de ambassade in Lagos inmiddels de grootste buitenlandse investeerder in Nigeria. Voor Frankrijk is Nigeria de tweede handelspartner in Afrika.

Hoewel de gemiddelde Nigeriaan steeds minder verdient, neemt onder de beter gesitueerden de consumptie niet of nauwelijks af. “We handelen vijf tot tien schepen per week af”, vertelt een grote handelaar in het havengebied van Apapa bij Lagos, “en het gaat daarbij bovenal om consumptiegoederen.” De internationale luchtvaartmaatschappijen blijven ook goede zaken doen en vele Nigerianen blijken nog steeds in staat regelmatig naar Europa en Amerika te reizen. Voor de KLM blijft Nigeria een van de meest winstgevende bestemmingen in Afrika.

Boven de luchthaven voor binnenlandse vluchten in Lagos ontstaan regelmatig files van toestellen die willen landen. Dit moet één van de drukste luchthavens van Afrika zijn. Van Nigeria's kunstmatig geschapen rijkdom, rijkdom zonder ontwikkeling, profiteerden honderden inwoners die zich in korte tijd bij de groeiende groep miljonairs voegden.

Vele "chiefs', gerespecteerde ouderlingen met een soort adelijke titel, richtten met hun rijkdommen luchtvaartmaatschappijen op. Tientallen privé luchtvaartondernemingen opereren nu op binnenlandse routes met de frekwentie van ieder half uur een vlucht. Deze ondernemingen draaien meestal met verlies maar de "chiefs' zien ze als prestige-objecten en passen het verschil uit eigen zak bij.

“Het potentieel van Nigeria is enorm”, besluit de onderdirecteur van een groot levensmiddelenbedrijf. “Er bestaat een grote markt met bijna 100 miljoen Nigerianen, er is menselijk kapitaal, het land is vruchtbaar en we beschikken over talrijke natuurlijke hulpbronnen.” Hij toont zich gematigd optimistisch. “We moeten eerst de olielekken stoppen en dan het begrotingstekort. Het probleem van Nigeria is gebrek aan goed leidersschap en management.”

De econoom berekent dat jaarlijks door electriciteitsstoringen de economie 800 miljoen dollar schade oploopt. “Wanbeleid vormt in mijn eindanalyse de hoofdoorzaak van de malaise. Slecht management op alle niveaus.” Hij pleit voor grotere doorzichtigheid in het financiële overheidsbeleid. Ook het Internationale Monetaire Fonds en de westerse crediteuren eisen dit als voorwaarde voor een reorganisatie van Nigeria's schuldenlast van ruim 33,4 miljard dollar.

KOERT LINDIJER

    • Koert Lindijer