Nieuwe rechtbankthriller van Scott Turow; Wat doet dat lijk in de ijskast?

Scott Turow: Pleading Guilty. Uitg. Viking, 387 blz. Prijs: ƒ 39,80

Vanaf zijn debuut, het fenomenale succes Presumed Innocent, wordt Scott Turow gehinderd door de wet van de remmende voorsprong. Dat boek luidde de opkomst van de moderne rechtbankthriller in, een genre dat binnen de kortste keren zoveel beunhazen en halftalenten aantrok, dat het nu, nauwelijks zes jaar later, volkomen uitgekauwd lijkt. Hierdoor heeft alleen de titel van Turows derde roman, Pleading Guilty, al onwillekeurig iets van een parodie; niet wéér een roman over overspannen DA's, levensmoede rechters en hyperambitieuze advocaten? Bovendien krijgt een recensent in het geval van Turow ook de neiging zonder pardon de zwaarste criteria aan te leggen: is hij nog wel steeds de beste? Of heeft de concurrentie, zoals John Grisham, hem inmiddels ingehaald?

In ieder geval durft Turow de uitdaging aan: in Pleading Guilty is hij niet van zijn vertrouwde terrein geweken. Centraal in deze opvallend ontspannen thriller staat het advocatenkantoor Gage & Griswell, dat nauw verbonden is aan een grote luchtvaartmaatschappij, TransNational Airlines geheten. Een van de advocaten, de onberekenbare Bert Kamin, is spoorloos verdwenen en heeft, zo blijkt uit bankopdrachten, meer dan vijfeneenhalf miljoen dollar ontvreemd uit een fonds waaruit smartegeld zou worden uitgekeerd aan de nabestaanden van de slachtoffers in een neergestort vliegtuig van TransNational. Waar is Bert? Waar is het geld? En wat doet dat lijk in zijn ijskast?

"Mack' Malloy, een vrijwel afgeschreven advocaat van het kantoor die vroeger bij de politie heeft gewerkt, wordt van bovenaf opgedragen de missing partner te vinden. Pleading Guilty bestaat geheel uit de uitgesproken bandjes waarop Malloy het verslag van zijn belevenissen inspreekt. Die geven het boek een losse toon, minder doembeladen dan Turows andere werk, een toon die echter wel het risico in zich draagt dat de lezer op een gegeven moment even laconiek wordt als de verteller.

Malloy is een Ouder Wordende Man Met Zorgen, de specialiteit van Turow: net (of eigenlijk nauwelijks) van de drank af, verlaten door zijn vrouw die lesbisch bleek te zijn, vader van een puisterige zoon die niet wil deugen. Vervuld van afwisselend zelfspot en zelfbeklag baant Malloy zich met tegenzin een weg door het doolhof van vuige intriges dat Gage & Griswell blijkt te zijn. Wanneer Malloy ten slotte het geld vindt, ontpopt hij zich onverwacht tot de held van een schelmenroman, die door een behendig spel met het bankgeheim vijand èn vriend te slim af is. De boodschap: een mens kent zichzelf meestal verdomd slecht.

Zoals gewoonlijk ruimt Turow veel bladzijden in voor de opbouw van zijn personages, al gaat hij dit keer minder zelfgenoegzaam te werk dan in The Burden of Proof. De ongenaakbare zwarte advocate, het eindeloos manipulerende hoofd van de firma, de mannenverslindende kenau met het kleine hartje, de te zwaarlijvige, te corrupte politieman, ze worden allemaal met veel omhaal van woorden neergezet, maar ze zitten de intrige niet echt in weg. Het hele boek door heeft Turow kleine, grappige verrassingen voor zijn lezers in petto; zoveel, dat die bijna zouden vergeten dat de uiteindelijke ontknoping niet zo veel om het lijf heeft.

Pleading Guilty mist de originaliteit van Presumed Innocent; het is wat gladder geschreven ook. Desalniettemin weet Turow zijn verhaal toch altijd nog meer diepte te geven dan zijn naaste concurrenten. Hoe heet de adem in zijn nek ook is, hij gaat nog altijd aan kop.

    • Dennis de Hoop