Mieren

Uit de pagina's beschrijving en kritiek over de Biennale in Venetië, in het algemeen respectvol proza geschreven door vakmensen, heb ik opgemaakt dat het gebodene op de tentoonstelling voor het grootste deel bestaat uit opgeblazen, op de publiciteit gerichte flauwekul.

Ik zeg niet dat ik dat ook vind, ik ben niet in Venetië geweest, ik vat mijn indrukken uit de pers samen. Eén voorbeeld, Paul Depondt in de Volkskrant: "De Biennale is doodziek. Haar ledematen zijn door een dodelijk fin-de-siècle-virus aangetast. Haar hoofd tolt als een ontregeld kompas en haar darmen persen zo nu en dan een krampachtige woordendiarrhee uit haar aars.' Dat liegt er niet om, en, te oordelen naar de werken waaraan in de kranten de meeste aandacht wordt besteed, zou ik zeggen dat hij gelijk heeft. Iemand die van een volkswagencarrosserie een bloembak maakt en zeven televisietoestellen op het dak zet; de maquette van een landhuis onder een guillotine; de kop van een mus met aan weerskanten een snavel - het zijn allemaal installaties waarvan je denkt: dat moet beter kunnen. Ook het meesterwerk van Hans Haacke in het Duitse paviljoen met de aan scherven geslagen tegelvloer en een grote foto van Hitler en Mussolini wekt mijn wantrouwen. Dertig jaar geleden waren de Amerikanen Robert Smithson en Barry Le Va al geobsedeerd door kapot geslagen glas, en het is niet leuk maar waar: als je echt de aandacht wil trekken is het nog niet zo'n slecht idee, een hakenkruis of een Hitler in je installatie op te nemen. Mijn achterdocht geldt vooral de toewijding waarmee de artiesten aan de slag gaan. Laten we hopen dat het een vooroordeel is.

Afgaande op de besprekingen kom ik tot de conclusie dat op de Biennale een nieuwe trend verder tot ontwikkeling komt. Traden dieren tot dusver voornamelijk op als geportretteerden of objecten in stillevens, nu verschijnen ze ook als levende figuranten of al dan niet gemutileerde kadavers die speciaal voor het kunstzinnig doel zijn vervaardigd. (Men vervaardigt een kadaver door het dier dood te maken).

De Japanner Yukinori Yanagi had vijfduizend mieren aan het werk gezet, wat op zichzelf niet zo'n grote prestatie is. De dieren droegen tussen 150 doosjes zandkorrels heen en weer waardoor de kleur van het zand in de doosjes, aangebracht in het patroon van nationale vlaggen, voortdurend veranderde. Ik moet toegeven: dit heeft me aan het denken gezet. Ten eerste: hoe kom je op het idee. Het zou interessant zijn geweest als Yanagi de ontwikkeling van zijn denken grafisch en in haiku's aan de muur had gehangen. Ten tweede: wat wilde hij ermee? Misschien laten zien hoe vergankelijk die symbolen van nationale trots zijn omdat immers een leger van vijfduizend mieren, wat voor een mierenleger niet groot is, al de hele Verenigde Naties van kleur kan doen veranderen. Ten derde: altijd weer dezelfde vraag. Wat ging er door de toeschouwers heen? Toen ik het las dacht ik aan mijn enige bezoek aan een vlooientheater en ik kreeg weer medelijden; ten onrechte waarschijnlijk want het is van mieren nu eenmaal de levensvervulling om met zandkorrels te sjouwen zoals het vlooien, al dan niet voor een karretje gespannen, is opgedragen mensen te prikken.

De overweging aangaande de mieren is door de Italiaanse dierenbescherming niet gedeeld. Ze zijn vrijgelaten. Wat zou Leonardo da Vinci daarvan hebben gedacht? En waar zijn de mieren losgelaten? Zo dringen zich nog meer vragen op, maar het gaat om iets anders, een principiële vraag. Mag de kunstenaar ter bevordering van zijn werk een levend wezen gebruiken, anders dan model?

Een paar maanden geleden is in Duitsland opschudding ontstaan over een violiste of een zangeres, daar wil ik af zijn, die bij haar recital een vers geslachte ree aan haar voeten had gelegd. Kunstenares en kadaver kwamen op de foto in de krant; het publiek stroomde toe en toen greep de dierenbescherming in. Het werd een rechtszaak. De vrouw betoogde dat het dier na de voorstelling toch als reebout zou worden verkocht zodat een stukje muziek boven dit consumptie-artikel niemand kwaad kon doen. Integendeel, de muziek werd er beter van. De rechtbank toonde zich niet ontvankelijk; ze werd veroordeeld.

Op de Biennale zijn nu een doorgesneden koe en idem kalf te zien, ook alweer om ons de vergankelijkheid in te peperen. HP/De Tijd heeft een vraaggesprek met de kunstenaar, Damien Hirst, gehad. Hij pakt bereidwillig uit over zijn innerlijk leven; ik vrees derderangs duimzuigerij van iemand die behept is met een bovenmiddelmatige necrofilie. Daar is niets tegen. Maar uit het gesprek maken we op dat koe en kalf speciaal geslacht en gezaagd zijn voor de Biennale. Daar gaat het om. Als Yanagi geen mieren mag laten draven voor zijn artistieke broodwinning, is het dan iemand anders geoorloofd om voor hetzelfde doel een koe en een kalf te executeren? Hier komt de dierenbescherming te laat, maar ze kan zich gewaarschuwd achten voor volgende Documenta's en Biennales.

    • H.J.A. Hofland