Medewerkers Jeltsin van corruptie op grote schaal beschuldigd

MOSKOU, 25 JUNI. Een aantal naaste medestanders van president Boris Jeltsin is volgens de openbare aanklager van Rusland corrupt. Vice-premier Vladimir Sjoemeiko, minister van defensie Pavel Gratsjov, de presidentiële mediachef Michail Poltoranin en Jeltsins ideologische adviseur Gennadi Boerboelis zouden zich schuldig hebben gemaakt aan de illegale verkoop van staatsbezit.

De politici hebben niet gereageerd op de beschuldigingen. “De aanklacht is één grote politieke provocatie om de presidentiële ploeg te compromitteren en het werk van de constituante te verstoren”, die morgen weer in het Kremlin bijeenkomt om de nieuwe grondwet te behandelen, aldus Poltoranin en Sjoemeiko. De Opperste Sovjet heeft niettemin reeds zijn vertrouwen in de bewindslieden opgezegd en zijn afgevaardigden in de constituante opgeroepen het beraad van morgen te boycotten.

De aantijgingen tegen Sjoemeiko, Gratsjov, Poltoranin en Boerboelis werden gelanceerd door advocaat-generaal Nikolaj Makarov. In een toespraak tot de Opperste Sovjet onthulde hij gisteren details van het frauduleuze handelen van de vier. Het parlement had twee maanden geleden gevraagd om een onderzoek. Aanleiding daarvoor waren de uitlatingen van vice-president Aleksandr Roetskoj, die de topfunctionarissen in april voor het eerst publiekelijk van corruptie had beschuldigd, en het ontslag een maand eerder van "staatsinspecteur' Joeri Boldyrev, die zelfstandig met een onderzoek was begonnen en daarop door Jeltsin uit zijn functie was ontheven.

Volgens Makarov heeft Sjoemeiko zich verweven met de particuliere firma Vama in Zwitserland. De vice-premier zou vorig jaar 14,5 miljoen dollar aan de schatkist hebben onttrokken waarmee dit bedrijfje babyvoeding moest kopen. Tot nu toe is daarvan nog geen twee miljoen dollar besteed. Vama zou dankzij de handtekening van Sjoemeiko ook in het bezit zijn gekomen van Russisch onroerend goed in Monaco, ter waarde van twintig miljoen francs.

Poltoranin, een van de dierbaarste tafelvrienden van Jeltsin, zou zich ten onrechte meester hebben gemaakt van de bezittingen van het Russische "huis voor cultuur en wetenschap' in Berlijn. Volgens het openbaar ministerie heeft hij dit onroerend goed eigener beweging overgedragen aan een Duitse partner. President Jeltsin heeft deze handelswijze later per oekaze gesanctioneerd. Maar in de Bondsrepubliek zijn nu rechtzaken op gang gekomen die de Russische staat volgens Makarov wel eens veel geld zouden kunnen gaan kosten.

Boerboelis is volgens het parket betrokken bij de mistige affaire van het "rode kwik'. Op zijn voorspraak kreeg het bedrijf Promekologia in Jekaterinaburg (de geboorteplaats van Jeltsin, Boerboelis en vele andere ministers in het kabinet) de licentie om hoogwaardig strategisch materiaal aan het Westen te verkopen. De naam "rood kwik' zou slechts een dekmantel zijn. Niemand weet namelijk wat "rood kwik' precies is; algemeen gaat men ervan uit dat het niet bestaat.

Minister van defensie Gratsjov tenslotte heeft zijn vingers volgens het openbaar ministerie gebrand bij de massale uitverkoop van het militair materieel dat toebehoort aan de "legergroep West' die in Oost-Duitsland is gestationeerd. Officieel zouden de baten ten goede moeten komen van de vervangende huisvesting van officieren die naar Rusland moeten terugkeren. Maar met de opbrengst zouden dure Duitse auto's zijn gekocht. Gratsjov zou zich zo twee Mercedessen hebben aangeschaft. Om de justitie te misleiden zouden die op naam van vaandrig Pronin zijn geregistreerd. Bij onderzoek is nu gebleken dat vaandrig Pronin nog twaalf andere Mercedessen op zijn naam heeft staan. Dit detail heeft in Rusland al de nodige hilariteit opgeroepen, omdat een vaandrig in het Russische leger niets voorstelt en zijn achternaam bovendien herinneringen oproept aan de talloze grappen die in vroeger tijden de ronde deden over de niet al te snuggere politie-agent "majoor Pronin'.