Letteren door bezuinigingen tot kale woestenij herschapen

Met het intellectuele leven is het een beetje als met een tropisch regenwoud. Het kan een gigantische jungle van verkwisting zijn, en juist daardoor van rijkdom; of het kan, uit armoede en gebrek aan voorstellingsvermogen, worden verkwist en herschapen tot een kale woestenij. Twee vormen van verspilling: de ene zet overvloedige kwantiteit om in kwaliteit, de andere vernietigt zonder meeropbrengst.

De natuur is, net als bijvoorbeeld de wetenschap, wel enigszins beheersbaar, maar alleen als je je onderwerpt aan haar metabolisme. Francis Bacon wist het al: Non nisi parendo vincitur, je wordt de natuur niet dan door gehoorzaamheid de baas. Of je richt haar te gronde. Er is een zekere geestelijke bagage voor nodig, een zeker voorstellingsvermogen, om in te zien dat je in wetenschap veel moet investeren, maar dat de revenuen nu eenmaal onzeker zijn. Wetenschap, anders dan technologie, is geen keurige akker, met van te voren te taxeren opbrengsten.

Armoede en gebrek aan voorstellingsvermogen zijn het ook die vandaag de dag in Nederland onder meer de studie van taal en beschaving bedreigen. Gelijksoortige factoren zijn trouwens al dertig jaar de oorzaak van een afbraakproces in het hele onderwijs, beurtelings onder leuzen als "gelijke kansen voor iedereen', "maatschappelijke relevantie', "besparingen', "efficiëntie' en "vernieuwing'. In een roes van bestuursdrift wil de ene bobo na de andere zijn onuitwisbaar stempel achterlaten. Dat vooropleidingen voor universitaire studies tekortschieten, wordt soms wel, soms niet erkend, maar niemand kijkt er meer van op.

De aangeklede zeehonden krijgen het voor het zeggen. Dode talen zijn "achterhaalde talen', zoals een dame mij onlangs verzekerde. Wat onze voertaal betreft: who needs Dutch these days? En lingustisch en literair-historisch onderzoek van de nog nét achterhaalde talen zijn in Nederland niet zo nodig, vindt de minister van onderwijs en wetenschappen (NRC Handelsblad, 18/9/90).

Tja, wat wil je, als bijvoorbeeld onze vorige minister van buitenlandse zaken Rushdies Satanic verses al "niet eens de moeite waard' vindt om te gaan lezen, en boekverbranding weer helemaal van deze tijd is. Nutz und Nachteil der Historie? Weg met geschiedenis! Grammatica, taaltechnologie? Kies liever exact!

Armoede en gebrek aan voorstellingsvermogen.

In dit klimaat gaat de ene Letterenfaculteit na de andere voor de bijl. Na de Utrechtse toestanden en de Nijmeegse kaalslag wordt nu aan de Universiteit van Amsterdam definitief met de Letterenafbraak een begin gemaakt. Niet dat dit een onverwachte ontwikkeling is. Al twintig jaar wordt er bezuinigd. Al twintig jaar wordt er geschermd met prognoses die er steevast dramatisch naast blijken te zitten, met "studierendementen' (bedoeld is onderwijsrendementen, in termen van afstudeersnelheid, dropouts en omzwaaiers) en "overcapaciteit' (teveel tijd voor onderzoek).

Af en toe cumuleerde dit in grote landelijke bezuinigingsoperaties ("exercities', zei de vorige minister graag), met "namen' als Taakverdeling en Concentratie (TVC), Selectieve Krimp en Groei (SKG) en meer van dat fraais. Volgens de traditie werden de letterenfaculteiten nog eens extra aangepakt. In 1984 bijvoorbeeld werd de Faculteit der Letteren waar ik decaan was, in het kader van de TVC een teruggang met ongeveer vijf miljoen gulden opgelegd (wat toen meer was dan het nu is). Maar de universiteit deed daar zelf nog eens, ondanks protesten en zonder uitleg, een korting van vier miljoen bovenop. Andere faculteiten (waaronder ook met een veel lager "rendement' dan Letteren) hoefden juist aanzienlijk minder in te leveren dan waarvoor zij door de minister waren aangeslagen. Zo konden de universitaire bestuurders achteraf intern "rechttrekken' wat ze in externe onderhandelingen niet voor elkaar konden krijgen.

De letterenfaculteit zorgt, al meer dan tien jaar, voor meer dan een kwart van alle (in '92: ruim 27.000) studenten aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet dit, ook al meer dan tien jaar, met minder dan een achtste van het universitaire personeel. (Het kan nog erger: bij Rechten liggen de verhoudingen nog ongunstiger. Ter vergelijking: De Faculteit Natuur- en Sterrenkunde verzorgt twee procent van de studenten; haar aandeel in het personeel is het dubbele daarvan).

Maar een onderwijsvoorziening is als een Perzisch tapijtje, waarmee je iets kunt doen waar Nijhoff nooit van droomde: je kunt het blijven uitkloppen. Tot de stukken eraf vliegen. Dat laatste staat nu met de Amsterdamse letterenfaculteit te gebeuren, ditmaal op eigen initiatief. Volgens het faculteitsbestuur zal de vaste staf terug moeten van 330 naar 260 plaatsen in 1997. Omdat daar deeltijdaanstellingen bij zijn, zullen er meer dan honderd mensen moeten verdwijnen. Een dozijn vakken - geheel of in bepaalde opzichten specifiek met Europa of Europese projecten verbonden - worden opgeheven, waaronder vier die nog maar enkele jaren oud zijn en waarin "vernieuwingsgeld' was genvesteerd; voor één ervan - Alfa-informatica - zijn de vernieuwingsgelden nog maar net of zelfs nog niet helemaal opgebruikt.

Sommige vakgroepen worden nagenoeg gehalveerd (Nederlandse taal- en letterkunde, bijvoorbeeld), andere worden gedecimeerd. En dit onttakelde schip moet verder varen met een "aantrekkelijk, aangescherpt Europees profiel' als potsierlijk boegbeeld. Het is maar wat je verspilling vindt en wat niet. Een routeverlegging van lijn twee in Amsterdam (twee minuten tijdwinst), kost een veelvoud van het huidige tekort bij de Faculteit der Letteren in diezelfde gemeente.

Misschien zijn er financiële beleidsfouten gemaakt. Misschien ook zou het geldelijk tekort bij de letteren met minder schade kunnen worden weggewerkt. Maar de merites van het bezuinigingsplan zijn minder relevant dan de uiteindelijke oorzaak van de misère. Want er zullen nog vele bezuinigingen volgen, zonder dat ze die oorzaak kunnen wegnemen. Die is gelegen in een zichzelf versterkende onderschatting in onze samenleving van de centrale functie die de geesteswetenschappen (met name de letteren) hebben: die van bestrijding van barbarij, van collectief geheugenverlies, en van een bij sommigen bijna instinctieve afkeer van reflectie op de hoger gestructureerde gedragsvormen, zoals de taal en de erdoor gedragen cultuuruitingen.

Armoede - maar wat voor armoede - en gebrek aan voorstellingsvermogen.