In de tijd van een ijsje

Take One, nr.3, juni 1993. 24 p. Een uitgave van Nieuwe Revu/Gellustreerde Pers. Gratis verkrijgbaar in de foyers van MGM Theaters en als bijlage van Nieuwe Revu.

Sinds de verdwijning van SKOOP, eind vorig jaar, is er een gat gevallen in de markt van filmtijdschriften. De berichtgeving aan een breed publiek over populaire en actuele bioscoopfilms wordt verzorgd door twee gratis in de foyers verspreide publikaties, De Filmkrant en tot voor kort Preview. De eerste richt zich voornamelijk op kwaliteitsfilms en een meer dan gemiddeld in film genteresseerd publiek, de tweede is weinig meer dan een gesponsorde vorm van "free publicity' voor het filmbedrijf. Kennelijk was ook bioscoopexploitant MGM niet meer zo tevreden over het niveau van Preview; sinds april zijn de schappen van Preview vervangen door die met een nieuw gratis aan de MGM-clientèle aangeboden blad: Take One. Dit tijdschrift wordt bovendien maandelijks ingestoken als bijlage van het weekblad Nieuwe Revu.

Het niveau van Take One valt niet tegen; uitgaande van een door de actualiteit van bioscoop- en videopremières gedicteerde formule weet de redactie (Martijn Daalder, Wim Spijkers, Hans Verstraaten) een toon te treffen halverwege De Filmkrant en Preview, die SKOOP niet zou hebben misstaan. Er wordt weinig voorkennis verondersteld bij de lezer, die zakelijke informatie vooral aan kan treffen in vet gedrukte smalle kolommetjes in de marge. Een portret van Sylvester Stallone naar aanleiding van Cliffhanger in het juni-nummer debiteert goed geschreven gossip op niveau.

Zoals de schrijfster van het stuk, Marianne Stuit, laat doorschemeren, is in Nederland buiten de "yellow press' nog weinig vernomen over Stallones activiteiten in de kunsthandel, waaronder de aankoop van een spontaan uit elkaar vallende Kiefer en twee vervalsingen van respectievelijk Monet en Chagall. Ook over de voor zijn ex-vrouw Brigitte Nielsen gekochte ranch met een stal voor 29 paarden, een open haard van jade en een inpandige waterval vernemen wij voor het eerst het fijne.

De rubriek "Close Ups" besteedt kort aandacht aan gevarieerd nieuws, zoals de come-back van Derek de Lint als kleine crimineel in Martin Lagestees debuutfilm Angie en de voortgang van de carrière van ex-pornoster Traci Lords. Het verslag van Bernard van de Popeliere over het filmfestival van Cannes legt in principe dezelfde oppervlakkige accenten als René Mioch op de televisie, maar lardeert de informatie over parties met meer serieuze nieuwtjes, die bijna altijd correct zijn. Een overzicht van al enige tijd roulerende films is voorzien van prikkelend pro en contra commentaar. Zo wordt over The Lawnmower Man gemeld: “VOOR: Adembenemende computer-animatie. Geniaal geleerde verandert achterlijke tuinman in übermensch. En dan maar op avontuur in de virtual reality. TEGEN: Alles wat niet uit de computer komt. Het kapsel van tuinman Fahey slaat alles wat Harrison Ford en Kevin Costner met hun haar hebben laten doen”.

Ten slotte praat Edwin Oden met scenarist Jean van de Velde over Oeroeg op een manier die nauwelijks misverstand laat bestaan over de afkeer van de interviewer van de film. Het resultaat is dat Van de Velde hier vrijwel het achterste van zijn tong laat zien, bij voorbeeld door te onthullen dat hij tegen zijn gewoonte in niet tot het eind bij de film van regisseur Hans Hylkema betrokken is geweest: “Misschien is het toch zo dat Hans en ik elkaar niet zo goed liggen”.

Een nummer van Take One valt in een kwartier uit te lezen, dus precies de tijd die het kopen en eten van een ijsje in beslag neemt. Als dat de aandachtsspanne is van de lezer, dan is dit geen slechte manier om hem wat over film te vertellen.

    • Hans Beerekamp