Illegaal met sofi-nummer

“Ik heb twintig man in dienst, waarvan sommigen al meer dan tien jaar. Ze doen vrij zwaar, ongeschoold werk. Het is een goed werkende ploeg; we draaien een omzet van zo'n 150 miljoen gulden per jaar. Vijftien van de twintig zijn illegalen. Wat wil zeggen dat ze geen werkvergunning hebben. Verder zitten ze helemaal in het legale systeem: ze hebben een sofi-nummer (sociaal en financieel nummer), we dragen normaal belasting en premies af. Ze zijn allemaal lid van de bedrijfsvereniging.

Een half jaar geleden hebben we een werkvergunning aangevraagd bij het Arbeidsbureau. Nog niets gehoord. Wel kregen we een paar maanden geleden een bekeuring van 40.000 gulden. Drie jaar geleden was het ook raak. Toen was de bekeuring 10.000 gulden. Zes jaar geleden hebben we een echte inval gehad. Veertig man politie, de administratie is meegenomen, de mensen moesten mee. Ze zijn allemaal teruggestuurd naar Turkije. Na veertien dagen was de eerste weer terug. Na twee maanden waren ze er allemaal weer. Sommigen hadden er even een vakantie aan vastgeknoopt. Ja, we betalen goed. Wie begint, krijgt het wettelijk minimumloon. Na een maand of drie komen daar twee-, driehonderd gulden bij. Momenteel zitten ze allemaal netto drie-, vierhonderd gulden per maand boven het minimum. Er is vaak overwerk, toch ook goed voor zo'n zeshonderd gulden per maand extra.

Zo'n inval is heel vervelend. Ineens staat je hele produktie stil. Waarom we die illegalen dan niet ontslaan en mensen met een werkvergunning aannemen? Dat zouden we best willen maar dat lukt je gewoon niet. Legale werknemers zijn voor dit werk niet te krijgen. Af en toe komt er een werkzoekende van het Arbeidsbureau (de laatste drie maanden was het er zegge en schrijve één). Ze bellen aan en hebben een briefje van het Arbeidsbureau bij zich. Of we dat even willen tekenen als bewijs dat ze geweest zijn. De fabriek willen ze meestal niet eens zien. Te nat, te vies, te koud, te zwaar. En àls we een legale werkzoekende bereid vinden en een illegale willen ontslaan, dan lukt dat niet. We krijgen van het arbeidsbureau geen ontslagvergunning. Je zit dus tussen twee vuren: de dreiging van een inval met bekeuring aan de ene kant. De onmogelijkheid tot ontslag aan de andere kant. En dan dit: toen ze zes jaar terug allemaal weggestuurd waren, was er één bij die we best kwijt wilden. Die mocht best wegblijven. Zijn advocaat sommeerde ons hem weer in dienst te nemen en via de rechter werd hij in het gelijk gesteld.''

Tot zover een verhaal uit de praktijk van een ondernemer, die om begrijpelijke redenen anoniem wil blijven.

In de Sociale Nota 1993 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid lezen we:

“Ondanks de hoge werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijkt het aantal moeilijk te vervullen vacatures sterk gestegen. Voor veel van deze vacatures worden geen of hoegenaamd geen opleidingseisen gesteld. Voor de bezetting van de vele vacatures blijkt weinig belangstelling te bestaan, ook niet van uitkeringsgerechtigden, alle formele sanctiemogelijkheden ten spijt.”

De Nota stelt een aantal beleidsmaatregelen voor. Ten eerste een vergroting van de afstand (netto) tussen het laagste cao-loon en de minimumuitkering. Verder ook een geloofwaardig sanctiebeleid. Bovendien: korte cursussen en trainingen, verbetering van de arbeidsomstandigheden. En tot slot de bestrijding van illegale tewerkstelling. Daarbij moeten de beschikbaar komende banen door legale werknemers bezet worden. Tegen niet-werkwillige werklozen kunnen strafmaatregelen genomen worden. Het begint met een waarschuwing bij overtreding. Vervolgens oplopende kortingspercentages op de uitkering gedurende een toenemend aantal weken. Maximaal een korting van 25 procent gedurende 13 weken. De zwaarste sanctie is een algehele stop.

De aanscherping van het sanctiebeleid waar de Nota over spreekt, blijkt in de praktijk voelbaar. Het GUO, Gezamenlijk Uitvoeringsorgaan, voert de administratie voor een aantal sociale fondsen waaronder de bedrijfsvereniging tabak en agrarische produkten, het slagersbedrijf en het bakkersbedrijf.

De directeur van GUO Alkmaar erkent dat het voorkomt dat werkzoekenden alleen voor de vorm solliciteren. De omvang van het verschijnsel is niet bekend. Hij waarschuwt overigens voor borrelpraat op basis van een paar sterke verhalen. Tegelijk stelt hij vast dat er de laatste tijd een flinke groei in de toepassing van sancties is. Dat is een gevolg van de zogeheten "gevalsintensivering'. Hij licht toe: “We volgen de werkzoekende nadrukkelijker...Met zo'n 70.000 werklozen in Amsterdam kan niemand mij wijs maken, dat die bij voorbeeld niet in en rond de veiling Aalsmeer actief kunnen zijn. Maar het vraagt intensieve begeleiding, er komt het nodige duw- en trekwerk bij kijken.” In een proefproject werken GUO Alkmaar, de sociale diensten van de gemeenten en het Regionale Arbeidsbureau(RBA) nauw samen.

Het hierboven beschreven bedrijf heeft er nog niets van gemerkt.