Het mannetje kun je er zelf bij verzinnen; De gelaagde interieurs van Wijnanda Deroo

Wijnanda Deroo fotografeert ruimtes zonder mensen. Ze ensceneert niet, bewoners stuurt ze zo snel mogelijk weg, het gaat haar om de sfeer van de ruimte. Deroo beschouwt zichzelf niet als fotografe. “Ik ben niet gehecht aan fotografie. Toevallig kon ik tot nu toe mijn ideeën het beste via dit medium verwezenlijken.”

Tentoonstelling Wijnanda Deroo: Museum Henriette Polak, Zaadmarkt 88, Zutphen. T/m 1 aug. Di t/m vr 11-17u, za en zo 13.30-17u. In oktober exposeert Deroo bij galerie White Columns in New York.

Wijnanda Deroo houdt van portretfotografie. “Op straat mag je nooit lang naar iemand kijken. Het is prachtig dat je op een foto ongegeneerd lang naar iemand kan staren.” Toch fotografeert Deroo (Zeist, 1955) zelf nooit mensen. Zij fotografeert ruimtes, waaronder Franse hotelkamers (1980), Hollandse huiskamers (1992) en oude koloniale gebouwen in China (1986). Deroo woont sinds 1989 in New York, waar ze vervallen synagoges, de kantoren van Ellis Island en een stuk niemandsland langs de East River in Brooklyn bij nacht vastlegde. Op dit moment heeft ze een kleine tentoonstelling in Museum Henriette Polak in Zutphen. Ze fotografeerde twaalf ateliers van kunstenaars die in de collectie van dit kleine, aan realistische Nederlandse kunst gewijde museum vertegenwoordigd zijn. In het museum zijn ook foto's die Deroo in 1986 in China maakte, te zien.

Deroo ziet haar foto's van sommige ruimtes wel als een soort portretten. “De ruimtes waarin mensen wonen en werken zeggen vaak andere dingen over hen dan hun uiterlijk.” Deroo fotografeerde bijvoorbeeld het atelier van de schilder Co Westerik. Er is nauwelijks een schilderij op de foto's te zien. Toch zeggen de foto's volgens haar iets over de kunstenaar. “Westerik schildert heel precies. Dat zie je aan zijn atelier. Het is net een laboratorium.”

Maar het is niet dit soort informatie die de foto's van Deroo bijzonder maakt. Bij het werk van kunstenaars die bekend zijn, zoals Westerik, leg je inderdaad een verband tussen atelier en de kunstwerken die je van de schilder kent. Maar foto's van het atelier van onbekende kunstenaars maken niet nieuwsgierig naar hun werk. In 1991 fotografeerde Deroo het intact gebleven Amsterdamse atelier van de in 1963 overleden schilder Johan Buning. Een van de foto's daarvan die nu in Zutphen hangen, toont een hoekje van zijn rommelige atelier. Er zijn reprodukties van schilderijen, fotootjes en een merklap aan de muur geprikt, er hangt een affiche dat een tentoonstelling van Middeleeuwse schilderijen aankondigt, er is een gootsteentje en op tafel staat een fles gedestilleerd water. “Het mannetje en zijn schilderijen kun je er zelf bij verzinnen,” zegt Deroo. Maar het gekke is nu juist dat de kijker dat niet meteen doet. Het is niet Buning, maar Deroo die zich opdringt. Rudy Kousbroek schreef in 1991 in Kunstschrift over de foto's van Bunings atelier en raakte in het geheel niet genteresseerd in de schilder. Hij vroeg zich onder meer af: "Die foto's, wat tonen die (En vooral: waarom zijn ze mooi? Waar berust dat op?)'

De fotografe is in Amsterdam en ik vraag haar of ze zelf het antwoord op deze vragen weet. Ze noemt de compositie, het licht, de grote formaten van de foto's. “Als je naar een door mij gefotografeerde ruimte kijkt, wil ik dat je het gevoel hebt dat je in die ruimte staat. Hij mag je best met afschuw vervullen, als hij je aandacht maar vasthoudt.”

De schoonheid van de foto's van Deroo is opvallend. Ze fotografeert vaak lelijke dingen, precies zoals ze ze in de ruimte aantreft. Ze ensceneert niet. De bewoners van de ruimte stuurt ze zo snel mogelijk weg. Voor haar bijdrage aan "Het eeuwige moment, een fotografische visie op het cultuurbehoud' legde ze kleine stukken van oer-Hollandse interieurs vast. De standpunten zijn ongebruikelijk. "Doorkijkje naar de centrale verwarming' of "Op het tapijt naast de televisie' zouden deze foto"s kunnen heten. De interieurs die Deroo uitzocht staan vol prullaria die het nog niet eens tot kitsch hebben gebracht. Één foto toont meedogenloos de verzameling bovenop een secretaire: een lamp met gemacrameede kap, een beeldje van Ot en Sien, een opgezette vos en twee familiefoto's. Ik vermoed dat de meeste bewonderaars van Deroo geen van deze dingen in huis zouden willen hebben. Maar samen op de foto zijn ze mooi. Deroo beweert overigens dat niet alle interieurs uit deze serie zo afschuwwekkend zijn. “Er zit ook een kasteel bij en het bijna te rustieke onderkomen van een oude boer in de Achterhoek. Maar door mijn aanpak gaan ze misschien op elkaar lijken.”

Over weer een andere serie van Deroo, de Nachtfoto's Brooklyn, schreef Maria Chailloux, haar Amsterdamse galeriehoudster: "Het wonderlijke is dat (-) er een schoonheid ontstaat die niets met de werkelijkheid te maken heeft.' “Ik ben niet genteresseerd in mooi of lelijk,” zegt Deroo zelf. “Het gaat mij om de atmosfeer van een ruimte. Die wil ik overbrengen.” Als voorbeeld noemt zij haar serie foto's van Ellis Island, het kleine eiland voor Manhattan waar over het lot werd beslist van de arme landverhuizers die tussen 1892 en 1927 de Verenigde Staten in wilden. Deroo fotografeerde op het eiland tijdens de renovatie van de na de sluiting vervallen gebouwen. In 1990 werd Ellis Island heropend als museum. Deroo: “Als er geen onderschriften bij de foto's zouden staan, zou je toch voelen dat dit geen normale ruimtes zijn. Ellis Island is een beladen plaats en dat stralen de gebouwen uit. Elk gebouw is om een bepaalde reden ontworpen en die laat zich er nooit uit verdrijven, ook al is het nog zo vervallen of verandert de functie. Een paar van de synagoges die ik in de Lower East Side van New York heb gefotografeerd, waren bijvoorbeeld veranderd in ateliers. Maar het bleven synagoges.”

Licht

Om aan te geven waar de schoonheid van de foto's van Deroo op berust kwamen Chailloux en Kousbroek allebei uit bij het licht (Kousbroek: "De kunst van Wijnanda Deroo is het stilzetten van het licht'). Wijnanda Deroo: “Het licht op mijn foto's is tastbaar, je kunt het pakken. Bij een reclamefoto moet licht ergens voor zorgen, bijvoorbeeld dat een voorwerp duidelijk zichtbaar is. Het licht is bij mij geen middel, maar deel van het onderwerp.” Deroo fotografeert bijna altijd met bestaand licht, het licht van de zon of van lampen die bij de ruimte horen. In de donkere kamer verdonkert of verlicht ze plekken.

Deroo kiest meestal voor zwart-wit foto's. Kleur leidt volgens haar af. “Bij het bekijken van een kleurenfoto kun je blijven steken in het bewonderen van een mooie kleur, terwijl het mij daar helemaal niet om gaat.” Licht is tijdloos, beweert Deroo, kleuren zijn tijdgebonden. Juist daarom heeft zij haar Hollandse huiskamers wel in kleur vastgelegd. Deroo maakte deze serie foto's in opdracht van het ministerie van WVC in het kader van het Deltaplan Cultuurbehoud; ze werden afgelopen winter samen met fotowerken van Mirjam de Zeeuw en Wout Berger in het Rijksmuseum tentoongesteld. Deroo: “Je kunt een stoel in een museum bewaren, maar de omgeving van die stoel niet. Die omgeving heb ik willen vastleggen; de planten, het behang, de gordijnen. Ook de kleur hoort daarbij. Kleur is erg gevoelig voor mode. Denk bijvoorbeeld aan de bruin-oranje interieurs uit de jaren zeventig.”

Deroo benadert haar ruimtes nu anders dan vroeger. De zwart-wit foto's van ateliers die ze nu in Zutphen exposeert zijn minder donker en de composities zijn niet meer zo klassiek als bij de serie Chinese ruimtes uit 1986. Deroo: “Bij die serie heb ik geprobeerd de composities zo neutraal mogelijk te houden. De ruimtes moesten zelf het verhaal vertellen. De foto's werden spannend doordat ze zo donker waren. Dat maakte ze gelaagd. Ik liet dingen in het zwart verdwijnen. Pas op het tweede gezicht doemden die op.” Spanning krijgt Deroo nu in haar foto's door de vreemde beelduitsnedes die ze kiest. Een stoelleuning kan het middelpunt van een foto zijn. “De rest van de kamer kun je er zelf bij verzinnen,” zegt Deroo. De omslag tussen deze twee werkwijzes vond plaats in 1991 met de serie Still life of Artificial Flowers. In haar eigen atelier maakte ze kleuren- en zwart-wit foto's van extravagante kunstbloemen tegen een achtergrond van gebloemd behang. Soms is het behang zo uitbundig dat ze de bloemen van de voorgrond verdringen. Deroo: “Ik kreeg behoefte aan een onderwerp waarvoor ik niet op stap hoefde, waar ik thuis aan kon werken wanneer ik dat wilde. In mijn atelier moest ik me op een andere manier met compositie bezig gaan houden. Dat heeft mijn latere werk op locatie benvloed.”

Haar op locatie gemaakte "stillevens' zijn soms zo sterk van compositie dat je aan denken over de sfeer, de ruimte en de mensen die erin thuis horen niet snel toekomt. De manier waarop een tafelpoot zich verhoudt tot een bloemenvaas, een tafelkleed tot een gordijn, biedt de eerste minuten schouwspel genoeg.

Deroo ziet zichzelf niet als een documentair fotografe. De informatie die ze bij de beelden verschaft is summier, meestal schrijft ze alleen de naam van de plaats waar de foto gemaakt is onder de afdruk. Deroo beschouwt zichzelf eigenlijk niet eens als fotografe. Ze volgde op de academie in Arnhem teken- en schilderlessen en begon pas later te fotograferen. “Ik ben niet gehecht aan de fotografie. Fotografie is net als klei of verf een medium. Toevallig kon ik tot nu toe mijn ideeën het beste via dit medium verwezenlijken.” Om deze redenen exposeert Deroo, van wie het Museum of Modern Art onlangs een foto aankocht, liever niet in aan fotografie gewijde galeries en musea.

Deroo werkt nu in Amsterdam aan een bescheiden monument voor Johan van Oldenbarneveldt op het Van Oldenbarneveldtplein bij de Marnixstraat. Het wordt een mozaëk van kleine zwarte, witte en groene stenen. “Als je erop staat, is het een abstract patroon, als je er vandaan loopt, doemt het portret van Van Oldenbarneveldt op. Dezelfde gelaagheid gebruik ik in de fotografie.”