Gesprekken met Nederlandse ontwerpers; Luchtig, gemakkelijk, achteloos

Goed in Vorm: Gesprekken over Dutch Design, door Lisette Thooft en Micky Otterspoor. Uitg. Aramith, 133 blz., ƒ 39,90.

Antwerpen is in, design is uit. Dit constateren Lisette Thooft en Micky Otterspoor in de inleiding tot hun boek Goed in vorm: “Ontwerp is degelijk, doorleefd, zorgvuldig. Design is luchtig, te gemakkelijk, achteloos.” Als hetzelfde onderscheid op dit boek wordt toegepast, dan valt het - ondanks de mooie foto's en verzorgde vormgeving - onherroepelijk in de tweede categorie.

Op de inleiding na bestaat uit het boek louter uit gesprekken met dertien Nederlanders die van alles vormgeven: de girobetaalkaart van Joost van Roon tot en met de tuinen van Arend Jan van der Horst, de inrichting van McDonald's door Jan des Bouvrie tot en met de kleden van "sfeerneerzetter' Maarten Vrolijk. Dat zou nog interessant kunnen zijn wanneer hen flink het vuur aan de schenen was gelegd, maar in al die gesprekken is amper één kritische noot te bespeuren. Barbara Broekman mag orakelen over “de gebruikswaardeachtige functie” van het tapijt dat zij voor het ministerie van sociale zaken ontwierp, Alexander Schabracq mag volstaan met de opmerking dat zijn straatmeubilair op het Damrak “inderdaad erg blauw” is, en Gerard van den Berg hoeft niet nader toe te lichten wat hij bedoelt als hij zegt dat Nederlands ontwerp net als Nederlands voetbal “smaakvol maar doordacht” is. Hoezo "maar'?

Thooft en Otterspoor zijn ervan overtuigd dat er in Nederland veel ontwerpers met talent zijn die veel mooie voorwerpen maken. Daar hebben ze volkomen gelijk in. Maar die positieve instelling wordt pas geloofwaardig als de auteurs de materie benaderen met een kritische blik en onderscheidingsvermogen. Die ontbreken ten enen male.