Fotograaf Henze Boekhout zingt de lof der dingen; Daar waar de vaatdoekjes verblijven

Er is nauwelijks verband tussen de afbeeldingen aan te wijzen, soms komt een vorm terug of een kleur, dat is alles. En toch horen ze ontegenzeglijk bij elkaar, de foto's in het boek "Seconds First' van Henze Boekhout.

Bij Boekhout gaat het om de sensatie van ruimte in de kleine ruimte, meent fotograaf Hans Aarsman. “Maar wat bezielt iemand om zo'n allegaartje van stijlen en onderwerpen achter elkaar te zetten?”

Henze Boekhout: Seconds First. Uitg. Fragment, 78 blz. Prijs ƒ 59,90

Enige dagen geleden heeft de Haarlemse fotograaf Henze Boekhout een weggooivaatdoekje over de post gekregen. Zo'n blauw-wit lapje dat al na een week uiteen begint te vallen en dan in de vuilnisbak verdwijnt. Het zat in een envelop met een briefje van twee bevriende collega's. "Heb je dit doekje soms gebruikt voor de omslag van je boek?,' stond op het briefje, verder niets. Boekhout moest er om lachen, want de twee hadden gelijk. Het omslag van zijn onlangs verschenen boek is inderdaad gebaseerd op hetzelfde wit-blauwe weefpatroon als dat van de bewuste vaatdoekjes.

Wat de doorslag geeft dat we hier met een heus boek te maken hebben, is een oranje cirkel, waarin staat geschreven: Seconds First-Henze Boekhout-Seconds First. Wat moeten we met zo'n boek. Openslaan: allemaal foto's. Geen tekst, behalve achterin het lijstje met beknopte beschrijvingen waar de foto's gemaakt zijn, en wanneer. Ze zijn overal ter wereld genomen, tussen 1978 en 1992, het leeuwedeel in Haarlem. Zwart-wit en kleur door elkaar. Privé-foto's, studio-opnamen, fotogrammen, reisfoto's. De verzuiling binnen de fotografie, die loopgraven heeft getrokken tussen documentair en geënsceneerd, is aan Boekhout blijkbaar niet besteed. Met zichtbaar genoegen bespeelt hij alle snaren van de fotografie en doet er hier en daar zelfs een schepje bovenop. Maar wat bezielt iemand om zo'n allegaartje van stijlen en onderwerpen achter elkaar te zetten?

Er is iets met dit boek waardoor ik het steeds moet pakken. Ik heb het al enige weken in huis en nog altijd kan ik er niet de vinger op leggen wat het zo bijzonder maakt. Nergens een spectaculaire foto, nergens een toegankelijke thematiek. Als ik het open heb geslagen, zakt het al gauw op mijn schoot terwijl ik wegdroom met een foto van bijvoorbeeld het achterhoofd van een buschauffeur. De volgende keer begint het dromen bij een foto van een piano waar een projectiescherm tegenaan staat.

Iemand probeert hier iets te vertellen, maar wat? Soms helpt het schools van voren af aan te beginnen en aan een tafel gezeten alles op te schrijven wat je opvalt.

De dubbele titelpagina: op de linker staat SECONDS, op de rechter FIRST. Beide woorden liggen op een fond dat me opeens doet denken aan de ribbeltjes in het aluminium van mijn aanrecht, de bekende wafelstructuur. Daar waar de vaatdoekjes verblijven. Dus dit is niet weer zo'n boek waarin iemand zijn mooiste foto's bij elkaar heeft gezet. Dit is een podium waar de eerste viool mag worden gespeeld door wat zich anders koest moet houden: vaatdoekjes, aanrechten. Ik zie ook televisietoestellen in het boek, een afstandsbediening heeft in een foto zelfs een hoofdrol gekregen. Twee kadetjes, een Renault 5, een bos huissleutels, drie appels op een langspeelplaat. Het maakt Boekhout niet uit, vroeg of laat komt alles aan de beurt.

Heupen

De ultieme krachtproef voor een fotograaf lijkt me eenzame opsluiting in een kamertje met alleen het hoogst noodzakelijke, en een camera.

Zelf zou ik het onherroepelijk op mijn heupen krijgen. Alleen met een flinke stapel boeken dorst ik het aan. Misschien schreef ik af en toe iets op, maar de camera raakte ik niet aan. Henze Boekhout wel. Die zou na een week glunderend naar buiten komen met zijn filmpjes vol.

Maar nu het tegenovergestelde, de vrije ruimte. We rijden op de A-4 langs Schiphol en voor ons stijgen de Jumbo's weer angstwekkend traag op. Ze willen het luchtruim kiezen, maar de zwaartekracht is tegen. Je ziet ze worstelen om zich van de aarde los te maken. Maak nou eens een foto van dat luchtgevecht. Het is ondoenlijk waar veel ruimte is, fotografisch een gevoel van ruimte op te roepen. Je zou een vliegtuig zien tegen een blauwe achtergrond, meer niet. Ook Boekhout zou er weinig van bakken. Maar met een kussen kan hij het wel. In een kamertje waarin ternauwernood twee bedden naast elkaar passen, heeft hij op 26 december 1991 tijdens een kussengevecht een foto gemaakt... blz. 31. Als een Jumbo zweeft het kussen boven een van de twee bedden. Op grond van voorkennis weten we dat het in luttele seconden op de figuur onder de dekens zal ploffen, maar de foto laat zich daar niet over uit.

In Boekhouts boek gaan eigenlijk alle foto's over ruimte. De sensatie van ruimte in de kleine ruimte. Wat normaal hoort te liggen, zweeft bij Boekhout. Hij geeft dingen volume die zich altijd zo bescheiden opstelden, dat we ze nooit zagen staan. Onze ogen zijn getraind alleen te registreren wat ons direct aangaat. Blijft onze betrokkenheid onder het minimum, dan kijken we erover heen. Pas als een vonk overspringt, trappen we op de rem. Daar is niets ergs aan, alle wezens zijn zo. Als een hond een andere hond aan de overkant van de straat ziet lopen, schiet hij, zonder oog te hebben voor het verkeer, de straat over. Voor een willekeurige voorbijganger aan de overkant van diezelfde straat zal hij zijn leven niet zo in de waagschaal stellen, of hij moet er toevallig zijn baas in herkennen: betrokkenheid.

Henze Boekhout kan er niet omheen dat hij een mens is. Maar ook hij heeft een baas. Zijn loyaliteit ligt bij de ruimte en mocht die er niet zijn dan máákt hij ruimte. De camera is zijn beste kameraad, want met niets kun je zo mooi ruimte suggeren als met fotografie.

Stuifwolk

Op bladzijde 7 rust een hand op het raamkozijn van een treincoupé. Tussen wijs- en middelvinger is een sigaret gestoken. Er komt geen rook van de sigaret, maar buiten in het landschap is een flinke stuifwolk zichtbaar. Ver weg en dichtbij aan elkaar gekoppeld. Het zijn voornamelijk dingen die we te zien krijgen, gewone dingen waar we niets mee hebben. Dat moet ook, want anders werkt de ruimtelijke sensatie niet. De emotionele betrokkenheid met het afgebeelde moet zo klein mogelijk zijn. Ik kan het nu makkelijk vertellen, want ik heb Boekhout net aan de telefoon gehad. In mijn eentje kwam ik er niet uit. Ik zocht maar tussen die foto's naar een aanknopingspunt, iets herkenbaars, iets waarmee ik iets had. Dom.

Toen het boek openviel op pagina 25, dacht ik het even te weten. Een blauwige kleurenfoto. Ingrediënten waren een fles, een binnentrap, dames- en herenschoenen en de schim van een man. Wanneer iets maar de helft van de totale sluitertijd in beeld is, komt het er doorzichtig op, de achtergrond schemert er dan doorheen. Wie is die figuur in het midden? Het is Boekhout zelf, dat zie je zo. Ik herken hem aan zijn onafscheidelijke zwarte herenschoenen van het degelijke soort. Er zijn nog twee schoenen in beeld, twee ondoorzichtige witte pumps, ze zijn kennelijk van de trap gevallen. Zwarte schoenen en witte schoenen, had die combinatie geen symbolische betekenis? De wazige figuur houdt een flinke bezem in zijn handen en maakt aanstalten de twee witte damesschoenen weg te vegen. Dwars door de mansfiguur wordt een whiskeyfles zichtbaar. Waar iets moet worden uitgewist, helpt drank. Nee, niet doen, niet interpreteren, dat is goedkoop. Maar wat dan? Op dat moment de telefoon gepakt. Het blijkt dat ik er flink naast zit. “Ruimte”, zegt de fotograaf. En de titelpagina dan? Seconds-First op een fond van aanrechtaluminium? “Ook ruimte. Seconds op de eerste plaats, en First op de laatste, dat is ruimtelijk schuiven met woorden en betekenissen.”

Ja, maar de dingen dan. Zong hij niet in alle toonaarden de lof der dingen? Hij had toch de laatsten de eerste plaats toebedacht?

    • Hans Aarsman