Dropping op schateiland

“Als piraat verkleed bij de bus naar het schateiland” stond er in de brief. “Zeg maar af”, riep ik tegen mijn moeder, “ik ga daar een beetje met een ooglapje voor en een zakdoek op m'n kop voor gek zitten... Ik ben 14!”

Maar een maand later rijd ik toch maar als zeerover naar de bus. Gelukkig, ik ben niet de enige. Twee meisjes hebben hun tanden zwart gemaakt. Overal zie je rode mutsen en streepjes-t-shirts. En het hoofd van de leiding heeft een zwarte steek en een snor. In een feestwinkeltje had mijn moeder nog vlug een ijzeren haak met manchet gekocht die ik over mijn eigen hand kon schuiven. Volgens mij denken sommigen dat het echt is.

Het is de eerste keer dat ik mee ga met een kamp van het Jeugd Rodekruis. En ook de allereerste keer dat ik echt helemaal niemand ken. En ook al heb ik vorige week kennisgemaakt met twee meisjes van de leiding, toch vind ik het een beetje eng.

Het is een integratiekamp. Dan gaan er dus kinderen met en zonder handicap mee. Zodra de bus de parkeerplaats af is, kraken de zakken. Marsjes, twixen en drop. Het water loopt me in de mond. Soms is het wel balen als je vader tandarts is. Daar zit ik dan met mijn kaasblokjes met de grijnzende koeiekoppen. Utrecht, Overijssel, Drenthe, Groningen. In het donker kiepert de bus ons in Holtrop om in de laatste boot naar Ameland.

De huisjes liggen in een vakantiepark en hebben namen van beroemde kapiteins van de grote vaart. Die draaiden zich vast in hun graf om als ze deze roversbende konden zien. In mijn bungalow, Kapitein Vermeer, hebben Marlou en Mireille de leiding. We maken de bedden op, kijken nog even naar de nachtfilm en vallen in slaap.

De piratenwedstrijden beginnen zaterdag al vroeg. Zeepzeilen, wipplankrijden, ballonnen kapothaken, het veldje op het vakantiepark ziet gestreept van de zeerovers van het Utrechtse Jeugd Rodekruis. Na afloop gaan we nog even naar het strand. De Waddenzee ruist. Hier en daar schreeuwen wat meeuwen. De booreilanden in de verte horen hier eigenlijk niet. We barbeknoeien met z'n allen bij ons huisje. Je moet zelf op je vleesjes letten en eten als een echte piraat. Dat lukt wel. We verslinden de buit met huid en haar.

De volgende dag worden we gewekt door het felle licht van de zaklantaarn van Mireille. Ik ben meteen klaarwakker... Zondag, zwemdag. Ameland heeft ook nog eens een tropisch zwemparadijs. Ik kruip de trap op naar de glijbaan en dan schiet ik naar beneden. Nog een stukje vrije val en mijn record is gebroken.

's Middags gaan we naar de vuurtoren Willem III. Gelukkig is er een plateaurolstoellift. Ik kom tot aan de radioapparatuur en de ontvanger. Door de kijker zie ik grutto's en kluten boven het eiland en de zee. Hoog in de lucht zeilt een Jan van Gent. In de verte ligt de Brandaris van Terschelling. Was ik nu maar een vogel. Dan zou ik ook met mijn vleugels helemaal stil op de wind over het wad kunnen scheren.

's Avonds na de dropping op het schateiland zwerft onze groep uren door het dennenbos en de duinen. Ze slepen mij met rolstoel en al door het mulle zand. Dankzij de vuurtoren kunnen we ons een beetje oriënteren, maar de schat vinden we niet. We zitten op een dwaalspoor als we in het donker het Rodekruis busje tegenkomen. Gelukkig. In een duinpannetje vlakbij het strand hebben de anderen inmiddels de kist gevonden. Om half 2 schuiven we de vier matrassen tegen elkaar op de grond. Bij MTV dommel ik in.

Maandag. Na het ontbijt vlug naar de boot. Aan de vaste wal staat de grote bus al te wachten. Op de terugweg is het opvallend stil. We stoppen nog bij het Amersfoortse Dierenpark. Nog nooit heb ik zoveel vreemde vogels en eenden bij elkaar gezien. En dan naderen we Utrecht, mijn stádsie, zoals Winnie steeds zingt.

Als ik had geweten dat een Jeugd Rode Kruiskamp zo leuk kon zijn, was dit niet de eerste keer geweest. Zo gaan drie dagen te vlug om, zelfs als je nauwelijks slaapt. Mijn stem is een schorre zaagmachine. Bijna alle liedjes uit het gele boekje ken ik uit mijn hoofd en in mijn binnenzak zit een groepsfoto van 30 zeerovers. 'Migiel is beste zanger van kamp', heeft Winnie erop geschreven. Morgen begint mijn week met de vijf proefwerken.

Nou ja, ik kan altijd nog piraat worden.