Den Haag blij met geld stadsvernieuwing

De Tweede Kamer vergaderde gisteren over een nieuwe verdeling van het geld voor de stadsvernieuwing in de grote steden. De gemeente Den Haag kan niet ontevreden zijn, zegt wethouder P. Noordanus. De stad krijgt met ingang van 1994 jaarlijks 90 miljoen gulden, ruim 20 miljoen meer dan tot op heden. “Maar daar hadden we ook recht op.”

DEN HAAG, 25 JUNI. “Remmen van de stadsvernieuwing betekent ellende. De beschimmelde en vervallen panden, de drugs, de onveiligheid en de uitzichtloosheid in een buurt als Schilderswijk-West zijn er het levende bewijs van”, zegt wethouder Noordanus (stadsvernieuwing).

Den Haag moest de laatste jaren pas op de plaats maken met de stadsvernieuwing. De zwakke financiële positie van de stad, onder meer veroorzaakt door de ongecontroleerde uitgaven aan stadsvernieuwing in de jaren tachtig, heeft haar sporen achtergelaten in de Schilderswijk, Transvaal en de Stationsbuurt. Een aaneengesloten gebied van kommer en kwel ter grootte van een gemeente als Gouda, midden in de stad.

“Met de portemonnee die we hadden, hebben we de laatste jaren in een aantal wijken weinig meer kunnen doen dan een beetje pappen en nat houden”, zegt Noordanus. Tussen 1975 en 1990 werden in de stad 25.000 in slechte staat verkerende panden gekocht, gesloopt en vervangen, of gerenoveerd. De indruk dat daarmee het ergste leed is geleden is volgens de wethouder pertinent onjuist. Den Haag, zegt hij, is ongeveer op de helft van het karwei.

Ook de drie andere grote steden hebben geklaagd over de verslapping die dreigde op te treden in de stadsvernieuwing. Zij rekenden staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) voor dat voor de grote steden tot het jaar 2005 nog 11,3 miljard gulden nodig was om het karwei te klaren. Het Rijk wenste er niet meer dan 6,2 miljard voor uit te trekken.

Bijna eenderde van de vooroorlogse woningen in Den Haag moet worden gesloopt of gerenoveerd: in totaal 28.400 woningen. De slechte staat van de vooroorlogse woningen hangt samen met de sterke stijging van de woningbehoefte aan het begin van deze eeuw. Dat was een direct gevolg van de bevolkingsexplosie in de jaren 1880-1930. Duizenden goedkope woningen werden neergezet om de ergste nood te lenigen.

Dat Den Haag problemen kreeg met de financiering van de stadsvernieuwing was onder meer te wijten aan de verkoop van de woningen vanaf de jaren zeventig, aan veelal kansarme migranten en gezinsherenigers, zegt Noordanus. “Bij gebrek aan beter kochten zij voor veel te veel geld een aftandse woning.” Het traditionele ruimtegebrek binnen de gemeente hield de druk op de woningmarkt hoog.

De gemeente moet deze woningen om ze te kunnen slopen en de grond bouwrijp te maken, eerst aankopen. Van de 135 miljoen die het Rijk en de gemeente jaarlijks aan de Haagse stadsvernieuwing besteden gaat een slordige 100 miljoen op aan aankoop, sloop en bodemsanering. Noordanus' voorganger Duivesteijn zette er zijn tanden in, maar bij zijn aantreden trof de huidige wethouder - bijna vier jaar geleden - nog panden aan “waarvan

veiligheidsmensen van Bouw- en Woningtoezicht zeiden dat ze onverklaarbaar bewoond waren''.

De komende jaren kan het tempo van de stadsvernieuwing weer terug naar het niveau van vr de financi"ele crisis in Den Haag, zegt Noordanus. Met de nieuwe verdeling van de Rijksmiddelen gaat Den Haag "fors vooruit', zodat het stadsvernieuwingsprogramma in elk geval de komende vier jaar kan worden uitgevoerd.

Of de Schilderswijk er binnen die periode sterk op vooruit zal gaan kan Noordanus niet zeggen. Het onteigenen van een woning duurt zo'n 2,5 jaar.

Vervolgens moeten particuliere investeerders in de woningbouw de weg nog vinden naar wijken als deze. Het loopt het geenszins storm. Daar waar de projectontwikkelaars in het Haagse zakencentrum in de rij lijken te staan om hun geld in grote kantoorpanden te beleggen, laten zij aangrenzende woonwijken liever links liggen. Noordanus: “In de Schilderswijk praat je over koopwoningen in een multiculturele stad.” Nu nog een gebied waar zich vandaag de dag “alles heeft genesteld wat mis is” in Den Haag. “Een ontwikkelaar denkt eerder aan gezinsvriendelijke twee-onder-én-kappertjes in suburbia.”

    • Rob Schoof