De schrift

In de Schrift-column van 4 juni gaat Maarten 't Hart het verhaal van de verheerlijking op de berg te lijf met zijn realistische meetlatje en bedenkt dat Petrus evenmin Mozes en Elia in levenden lijve zou herkennen als Elco Brinkman Jacoba van Beieren en Floris de Vijfde.

Wie het verhaal niet "realistisch' leest, heeft er misschien oog voor dat Mozes en Elia symbolen zijn voor de wet en de profeten, de pijlers van de joodse godsdienst, en dat de herkenning door Petrus wel niet gebaseerd zal zijn op lichamelijke kenmerken, hoe je dan verder het verhaal ook nog wilt interpreteren.

Als literator en ex-gelovige weet 't Hart dit allemaal best. Ook in de streng gereformeerde kringen waaruit hij afkomstig is, wordt de hele bijbel niet "letterlijk' opgevat. Het Hooglied wordt daar niet als ode aan de lichamelijke liefde gelezen, maar als allegorie voor de relatie tussen God en zijn volk. De culturele en literaire achtergrond interesseert hem kennelijk niets. Hoe kun je anders zo'n melig grapje bedenken als "de travestie van de discipelen in hun lange jurken.' Hij heeft sedert het flanelbord toch wel eens vernomen dat de broek in de oudheid in de Mediterrane landen geen bekende dracht was?

Het is te hopen dat 't Harts artikelenserie geen trend zet. Zodra een fotograaf zich er in een bespreking van een kubistisch schilderij over beklaagt dat hij nooit mensen met zulke vierkante neuzen tegenkomt, weet ik wat me te doen staat: een abonnement nemen op een serieuzere krant.

    • A. Verheul-Van Rees