De professor ziet geen nut in het rijden met oude zijspan

ASSEN, 25 JUNI. Hij loopt wat onwennig door het rennerskwartier. Veel bekenden schieten hebben hem aan. Lijken medelijden te hebben met de grote Nederlandse afwezige tijdens de TT van Assen. Zijspancoureur en geboren Assenaar Egbert Streuer heeft minder moeite met zijn afwezigheid. “Ik leef heel lekker op het moment. Ik zit hier echt niet omdat ik zielig ben.” De vlassige baard, onder de helm normaal doorweekt van het zweet, is keurig getrimd. Streuer vindt het eigenlijk een heel leuke ervaring om morgen de TT van Assen eens van een andere kant te bekijken.

Dit seizoen heeft hij nog helemaal geen Grand Prix gereden. Zijn nieuwe zijspan, de Stredor, staat weer in de steigers. Een gebroken tandwiel in de krukasoverbrenging naar de versnellingsbak, luidt de officiële diagnose. De professor, één van zijn vele bijnamen, neemt geen risico. Streuer is nooit een kamikaze geweest. “En het heeft geen zin om voor spek en bonen mee te rijden. Met de oude zijspan zou ik geen kans maken op een goede klassering.”

Hij heeft het sleutelen aan de zijspan bijkans tot kunst verheven. Egbert Streuer en de zin van het motoronderhuid: de vergelijking met de hoofdpersoon uit Robert Pirsigs bestseller gaat inderdaad op. Hij zegt het boek over het Zen-boeddhisme niet gelezen te hebben.

De professor leest niet, hij ontwerpt liever. Elke dag staat hij te sleutelen in zijn verbouwde boerenschuur. Hij noemt het liever ontwikkelen. De meeste motorcoureurs sleutelen aan een kant en klare fabrieksmotor. Streuer tekent eerst een ideaal model, zoekt een gieterij die de motor vorm geeft en knutselt verder. Net zo lang tot de ideale zijspan de weg op kan.

“Het jaar 1993 staat niet in het teken van de racerij. Je kunt ontwerpen en racen trouwens toch nauwelijks combineren.” Op de vraag wat hij eigenlijk leuker vindt, inrijden of bijvijlen, blijft hij het antwoord bijna schuldig. “Het één is onlosmakelijk verbonden met het ander. Als ik zelf niet zou racen, zou het knutselen ook minder aantrekkelijk zijn.”

Het begon allemaal als kleine jongen die de solex van zijn buurman uit elkaar haalde. Toen hij zestien was, sleutelde hij aan auto's, maar dat ging na een tijdje ook vervelen. Een schoolkameraad maakte hem attent op de motor. Het werd een zijspan, dat was veel goedkoper dan twee tweewielers. In 1975 reden Streuer en zijn eerste bakkenist Johan van der Knaap de eerst grote wedstrijd. Een uit de hand gelopen grap, noemt Streuer zijn debuut achttien jaar later.

Sinds 1978 reed hij zonder onderbreking in Assen. Hij won in 1987 en 1991. In totaal behaalde Streuer 22 Grand Prix-zeges. Driemaal werd hij wereldkampioen met bakkenist Bernard Schnieders. De laatste jaren is hij met bijrijder Peter Brown een gevaarlijke outsider geworden. Met zijn 39 jaar is Streuer een routinier, maar nog altijd Nederlands meest succesvolle coureur.

De zijspan heeft er altijd een beetje bijgehangen. Tot vorig jaar, toen hing het aan een zijden draad. Bernie Ecclestone, de man die na de Formule 1 ook de motorsport in beheer kreeg, zag niets in het traditionele sluitstuk van het GP-programma. Niet interessant voor de televisie, volgens de Brit die zich vooral om beeldbuiscijfers bekommert. Een sfeervolle TT kan hem gestolen worden. In Hockenheim zijn sinds Ecclestone's bemoeienissen de entreeprijzen ruimschoots verdubbeld en de toeschouwersaantallen meer dan gehalveerd. In Francorchamps wordt helemaal niet meer gereden. Bijna was de zijspan van de internationale kalender geschrapt.

Het getouwtrek eindigde in een compromis: wel zijspan-races maar minder in aantal en sommige gecombineerd met de superbikes. Voordat deze noodoplossing was bedacht, raakte Streuer zijn sponsor kwijt. Het sigarettenmerk Hollywood bood hem minder geld, onzeker als het was over de goede afloop van de hele discussie. “Ik kan ze helemaal niets kwalijk nemen. Er was in april nog niet eens een programma bekend. Omdat mijn motor ook nog niet klaar was, besloot ik zelf het contract op te zeggen. Anders houd je toch verplichtingen en is er minder tijd voor de Stredor.”

Ondertussen werkt Streuer elke dag aan zijn nieuwe ontwerp. Wanneer het succes heeft en genteresseerde klanten lokt, kan hij het octrooi aanvragen. “Dan ga ik weer naar die gieter in Winschoten die mij gratis heeft geholpen. Ik kwam toevallig bij hem terecht. Iedereen adviseerde me naar Italië te gaan, maar ik heb gewoon de Gouden Gids doorgebladerd. Die man bleek een grote motorfan, hoewel hij nog nooit een motor gegoten had. We kunnen in Nederland meer dan we denken.” Chauvinisme van een geboren en getogen Drent die overal ter wereld heeft geraced, maar verknocht is aan Assen en omgeving. Streuer woont sinds kort in het naburige Grollo.

Daar heeft hij zijn werkplaats, het atelier van een bevlogen topsporter. Zijn loopbaan is nog lang niet ten einde, hoewel de echte lol er wel af is. “Door de commercie is de onderlinge sfeer een stuk afstandelijker geworden. Alles draait om de poen. En je rijdt liever voor volle tribunes natuurlijk. Maar zolang m'n ogen goed zijn, kan ik nog vooruit.” Bernie Ecclestone snapt er waarschijnlijk allemaal weinig van. De keiharde zakenman heeft geen begrip voor de dromerige knutselaar. Morgen begeeft Streuer zich glimlachend tussen zijn fans. Een aanbod om voor de televisie verslag te doen, sloeg hij af. “Ik ga lekker op de hoofdtribune zitten.” En hij gaat voor het eerst naar de vermaarde Nacht van Assen.

    • Jaap Bloembergen