De moorden van een lachende domineesdochter; Biografie van Dorothy L. Sayers

Barbara Reynolds: Dorothy L. Sayers, her life and soul. Uitg. Hodder & Stoughton, 398 blz. Prijs ƒ 77,25

Dorothy L. Sayers (zij wilde die L. erbij, en de achternaam uitgesproken als één lettergreep: Sairs) is na haar dood in 1957 vooral bekend gebleven als een schrijfster die haar detectiveromans een literaire allure gaf. Zij heeft ook ander soort werk geschreven, zoals een toneelstuk voor Canterbury twee jaar na T.S. Eliots Murder in the Cathedral, en een boek en incidentele artikelen over haar christelijke visie; en van haar vertaling van Dante voor de Penguin-uitgave waren de eerste twee delen klaar toen zij stierf.

Zij was een energieke, intelligente vrouw, en daarbij jolig; genietend van het leven zodra het kon, met een klinkende lach die haar kennissen en vriendinnen gezellig vonden. Zij was een dochter uit een domineesgezin, opgegroeid in de pastorie van een dorpje niet ver van Cambridge. In 1912 werd zij student in Oxford, aan Somerville College; daar had zij de mooiste tijd van haar leven, zoals later bleek toen zij zich verloren voelde en zich aan de oude bron ging laven.

Na haar studie werkte zij op een paar scholen en een advertentiebureau. Haar eerste roman met de amateur-detective Lord Peter Wimsey als hoofdfiguur verscheen in 1923, en na nog een paar van die boeken kon zij van hem goed leven. Waar haar werk zijn literaire reputatie aan dankt is niet makkelijk te begrijpen als het op thema's, karakterisering en dialogen beoordeeld wordt, maar het is vernuftig en grappig gemaakt. Het halfgemeende snobisme in de behandeling van Wimsey en herensociëteiten en eenvoudige dorpelingen stamt uit een tijd toen de gedachte aan een lord de harten sneller deed kloppen; die tijd is niet helemaal voorbij, en de boeken over Lord Peter worden steeds herdrukt.

Als zij tegen de dertig loopt krijgt de lezer langzamerhand genoeg van haar blijmoedigheid die alleen door ziekte af en toe onderbroken lijkt te worden. Dan pas komen verlangen en liefde haar leven compliceren. Een tijd lang had zij alles over voor een schrijver van Russische afkomst genaamd John Cournos, behalve seksuele risico's zonder huwelijksplannen en die wilde hij juist. Toen kwam er een motorrijder genaamd White die weinig voor haar betekende behalve dat zij ook dol was op motorfietsen en er zelf een bereed (zie haar verhaal "The Cat in the Bag' in Lord Peter views the Body). Van hem kreeg zij haar enige kind, een zoon die verborgen gehouden moest worden voor haar brave ouderwetse ouders en die ondergebracht werd bij een nicht in Oxfordshire. De last van zo'n ongelukje in 1924 was niet licht, en de lezer vindt hier meer om in mee te leven dan in de tijden van energieke vrolijkheid.

Twee jaar later trouwde Dorothy Sayers met een journalist van de News of the World genaamd Fleming die in de eerste jaren een hartelijke huisgenoot was. Hij kookte ook goed, en zij werd dik zoals zij verder gebleven is. In de loop van de jaren ging de hartelijkheid verloren, en Flemings gezondheid werd aangetast door verschillende kwalen en gebreken die hij uit de oorlog had meegebracht. Het echtpaar bleef bij elkaar, maar thuis lag niet het middelpunt van hun leven.

Dorothy werd een openbare figuur. Zij was veel gevraagd als expert zowel op het gebied van de misdaadroman als op dat van het christendom in de moderne tijd. In de Tweede Wereldoorlog won zij aan gezag door haar lezingen en artikelen en door een serie hoorspelen voor het Children's Hour van de BBC ontleend aan de bijbelse geschiedenis, The Man Born to be King. De aartsbisschop van Canterbury bood haar in 1943 een eredoctoraat in Divinity aan, dat zij overwoog en afsloeg. Na 1945 schreef zij geen detectiveromans meer; zij hield zich met ander werk bezig, in het bijzonder met Dante.

Zij was een bijzonder mens, daar zijn vrienden, critici en kerkvorsten het steeds over eens geweest. Barbara Reynolds, die zelf een vriendin was (en vertaalster van de rest van de Divina Commedia) vertelt in haar biografie genoeg om het overtuigend te maken, maar doet er weinig mee. Zij behandelt haar onderwerp met respect, zelfs omzichtig: veel brieven geciteerd, weinig interpretatie. Achter een van de grote namen uit de geschiedenis van de detectiveroman had meer ontdekt moeten worden: meer verwikkelingen, meer botsingen en spanningen. Dat zo'n zelfverzekerde, begaafde, lachlustige domineesdochter naam maakte met haar vermogen om moorden te verzinnen en geleidelijk te ontraadselen hoeft niet ongelofelijk genoemd te worden, maar het is opmerkelijk genoeg om nader onderzoek te verdienen. Dat blijft voor een volgende biograaf liggen.