Ballenjongens en -meisjes

De spelers en speelsters op het tennistoernooi van Wimbledon hoeven niet zelf de ballen op de rapen.

Daar zorgen de ballenjongens en ballenmeisjes voor. Elke partij zitten er zes op iedere baan. Twee achter de baseline, twee bij het net. Komt er een bal in het net of is er een punt gemaakt hollen ze over het heilige gras van het tennispark in Londen om de bal te pakken en aan te bieden aan degene die moet serveren. Daarvoor moeten ze stram in de houding staan en een bal recht in de lucht houden zodat zo'n speler meteen kan zien van wie hij een bal kan krijgen. Dat vragen ze niet vriendelijk, meestal geven ze een kort knikje in de richting van de ballenjongen of -meisje.

Op Wimbledon werd in 1946 voor het eerst gebruik gemaakt van ballenjongens. Meisjes kwamen er nog niet aan te pas. Het toernooi in Londen is nogal conservatief. De Engelsen willen bijvoorbeeld ook nog steeds niet dat op de baan fel gekleurde tenniskleding wordt gedragen. Het moet "overheersend wit' zijn. In 1977 mochten er voor het eerst ook ballenmeisjes op het toernooi verschijnen.

In totaal zijn 132 ballenkinderen actief op Wimbledon. Die komen van de John Archer School uit Wandsworth en de Beacon School uit Banstead. Na een strenge selectie beginnen ze in mei te trainen. Vier avonden per week onder leiding van een oud-gymnastiekleraar. De kinderen krijgen niet betaald, maar ze mogen wel hun groen-paarse kleding en schoenen houden. Wie dat niet mooi vindt kan het altijd wel kwijt. Eén ballenjongen verdiende er een aardig bedragje mee toen hij het verkocht aan een Chinese toerist.

Af en toe gebeurt er wel eens een ongelukje op de baan. Je moet bijvoorbeeld altijd goed uitkijken dat je geen harde opslag tegen je hoofd krijgt, want de ballen hebben soms een snelheid van meer dan 200 kilometer per uur. In 1991 kwam de 15-jarige Natasha Tunks een beetje ongelukkig ten val en raakte buiten bewustzijn. Terwijl ze bewusteloos op de baan lag kwam Andre Agassi, die aan het spelen was tegen Richard Krajicek, naar haar toe, pakte haar hand vast en vroeg zachtjes waar het pijn deed. Maar toen ze haar ogen opensloeg zag ze Agassi niet. Ze was al overgebracht naar de tent van de eerste hulp waar een ambulancebroeder met een pet en een uniform over haar heen gebogen stond.