August Thiry

August Thiry, Onder assistenten. Uitg. Manteau, 118 blz. Prijs ƒ 32,50.

Onder professoren is geweest, nu is er Onder assistenten. Twee jaar geleden debuteerde August Thiry met Het Paustovski-syndroom, een Bildungsroman in het klein over een Vlaams dorpsjongetje dat zich losmaakt van zijn benauwende omgeving en zich opwerkt tot medewerker voor Slavische talen aan de universiteit van Leuven. Hij schrijft wel eens wat, maar als hij wil beginnen aan een groot artikel over Paustovski merkt hij dat een Nederlander hem net met een dergelijk artikel voor is geweest. De frustratie daarover, bovenop de vele die uit zijn jeugd zijn overgebleven, drijft hem naar een zenuwinzinking. Het was een bijzonder goed geschreven en veelbelovend debuut. Met Onder assistenten is die belofte royaal ingelost.

De slavist Peter Maris is ook de hoofdfiguur in de nieuwe roman, alleen heeft hij de slavistiek verruild voor de naamkunde. Het boek speelt in de vroege jaren zestig toen de universiteiten nog gedomineerd werden door een aantal zeer autoritaire hoogleraren. In het verhaal van Thiry wordt het leven van de assistenten overheerst door een van die god-professoren, een heel erge, nog erger dan wie ook in het boek van Hermans. Het is een man die goed fout is geweest in de oorlog, toch is geridderd, en die niet alleen macht uitoefent over zijn instituut maar ook over een uitgebreid internationaal wetenschappelijk netwerk waaraan hij nog weer meer macht ontleent. Als hij in 1968 overlijdt, tegen de achtergrond van het studentenrumoer, wordt er op zijn instituut een geweldig feest gevierd waarbij blouses en beha's uitgaan en over zijn portret worden gedrapeerd. Van die postume vernedering leidt Thiry de lezer heel behoedzaam, steeds de spanning verhogend, naar de grote vernedering die de professor bij zijn leven heeft ondergaan, toen er bij een vrijpartij met zijn secretaresse iets grondig misliep en de assistenten zijn kamer binnen stormden, aangetrokken door de kreten van pijn en ontzetting die eruit opklonken, en bleven klinken tot de dokter hen ontkoppelde.

Thiry's boek zit ingenieus in elkaar. Zonder ooit verwarring te zaaien blikt het terug en kijkt vooruit, van een moordzaak in de oorlog naar de roerigheid van mei 1968. Thiry's stijl is helder en trefzeker, en de manier waarop hij allerlei kleine mozaëksteentjes tot een kleurig en scherp beeld in elkaar weet te passen, is meer dan bewonderenswaardig.