Aandeelhouders wantrouwen Begemann

BREDA, 25 JUNI. Hoe win je vertrouwen? Die vraag stond gisteren centraal op de aandeelhoudersvergadering van Begemann, het bedrijvenbolwerk van Joep van den Nieuwenhuyzen.

De mate van vertrouwen is bij beursfondsen nauwkeurig vast te stellen door de in het jaarverslag opgegeven waarde af te zetten tegen die van het scorebord op de Amsterdamse effectenbeurs. Bij Begemann is er zeventig procent verschil tussen de opgegeven waarde en de beurskoers.

Om dat verschil te verkleinen nam de Begemann-topman gisteren eerst een smet op het jaarverslag weg. De accountant had namelijk voor Begemann's scheepswerf RDM een 'continuiteitsvoorbehoud' gemaakt. Maar Van den Nieuwenhuyzen kon melden dat nieuwe financiering van banken en Begemann plus nieuwe overheidsopdrachten die binnen een paar weken moeten loskomen, de accountant had doen besluiten het voorbehoud in te trekken.

Bij aandeelhouders roept deze geruststelling echter nieuw wantrouwen op, want het nemen van voorschotje op orders is in het bedrijfsleven 'not done'.

Beleggers bekijken Begemann sinds 1991 met toenemende scepsis. In dat jaar kwam Van den Nieuwenhuyzen met justitie in aanraking op verdenking van handel met voorkennis in aandelen HCS. De kettingreactie die dat te weeg bracht is nog niet voorbij. Van den Nieuwenhuyzen vertelde gisteren voor het eerst dat de beurs van Singapore vorig jaar geen notering wilde van Begemann-dochter Bredero Price omdat de topman nog onderwerp was van een justitieel vooronderzoek in Nederland. De mislukking van de introductie had tot gevolg dat Van den Nieuwenhuijzen eind vorig jaar bij de banken moest komen, omdat de financieringslast van Begemann te groot werd.

De haast waarmee Van den Nieuwenhuyzen de verkoop van Bredero Price moest regelen, draagt bij aan de vertrouwenscrisis. Begemann meldde de beurs dat de verkoop rond was, terwijl de koper nog aanvullend onderzoek eiste. Dat kon de onderneming niet gebruiken, want zonder de verkoop zou Begemann over 1992 zwaar in de verliezen zijn gekomen. In februari werd alsnog een andere koper gevonden. Die legde echter bijna 70 miljoen gulden minder op tafel, waardoor Van den Nieuwenhuyzen zijn eerder afgegeven 'prognose' voor 1992 niet kon waarmaken. Vervolgens werd de accountant gevraagd met terugwerkende kracht de transactie door te voeren en het jaar 1992 te redden: met als gevolg nog meer wantrouwen.

Van den Nieuwenhuyzen ziet zelf een relatie met HCS: 'De affaire heeft Begemann ongelooflijk veel geld gekost'. Tegelijk zegt hij er altijd verongelijkt bij dat HCS een privé-aangelegenheid was, die niets met Begemann te maken heeft. De commissarissen van Begemann lijken het met hem eens te zijn, aangezien zij geen druk hebben uitgeoefend op de Begemann-topman om op te stappen. “Aftreden heeft Joep nooit overwogen,” vertelde zijn broer Jeroen.

De commissarissen hebben Joep bovendien niet belet door te gaan met de privé-handel in aandelen van en voor Begemann. Zo kreeg hij van Begemann een lening om 15 procent Begemann-aandelen in te kopen en die te ruilen tegen de aandelen van de Belgische versnellingsfabriek Volvo Car Sint Truiden.

Een beursgenoteerde onderneming mag slechts tien procent eigen aandelen inkopen, maar door Joep een lening te geven - op een gegeven had Joep een schuld van 128 miljoen gulden bij Begemann - omzeilde Begemann de regeling.

Gisteren vertelde Van den Nieuwenhuyzen dat hij geen schuld meer bij Begemann heeft, maar de aandeelhouders bleven wantrouwend. Zij vroegen zich af tegen welke prijs Joep zelf VCST gekocht had en tegen welke prijs hij had doorverkocht aan Begemann. Van den Nieuwenhuyzen weigerde echter details te geven.

De commissarissen hebben deze transactie goedgekeurd en daarbij zijn ze ook verantwoordelijk voor het wantrouwen die dat oproept, wanneer de transactie niet goed kan worden uitgelegd. De huidige president-commissaris, oud-VOC-topman, ir W.H. Brouwer gaf er gisteren nog geen blijk van de ernst van de vertrouwenscrisis in te zien. Brouwer: “In een moeilijke economie is het moeilijk fietsen.”