Zeolieten

In zijn artikel over zeolieten, dat verscheen in W&O van 3 juni, schetst uw medewerker Rob van den Berg een aardig beeld van de recente ontwikkelingen op dit vakgebied.

Het artikel bevat echter enige onnauwkeurigheden. De afgebeelde zeoliet, ZSM-5, heeft geen ultrawijde poriën, maar slechts poriën van ongeveer 5 ©1Angstrom, bijna de kleinste opening die nog voor organische moleculen toegankelijk is. De ontwikkeling van MCM-41, met ultrawijde poriën tot 100 ©1Angstrom, is niet bijzonder recent, ze werd al vorig najaar in Nature gepubliceerd.

Het artikel beschrijft daarnaast onder andere de inspanningen van Poolse en Duitse onderzoekers om zeolietkristallen te oriënteren, en zo de bereiding van membranen mogelijk te maken. De toepassing van deze technologie lijkt hiervoor echter minder geschikt. Het is namelijk erg moeilijk een aaneensluitend membraan van de georiënteerde kristallen te maken, omdat tussen de kristallen gaten ontstaan, die groter zijn dan de holten en kanalen in de kristallen zelf.

Nederlands onderzoek, uitgevoerd aan de Technische Universiteit van Delft, laat zien hoe het wel moet. Hier wordt namelijk al enige tijd gewerkt aan het aanbrengen van aaneengesloten lagen van zeolietkristallen op dragermaterialen zoals stalen pijpen, glas en kwarts. Het verschil met de Duits/Poolse methode is dat in het Delftse onderzoek de zeolietkristallen vanaf het drageroppervlak groeien. Al vorige zomer werden van dit bereidingsonderzoek spectaculaire resultaten gerapporteerd op het internationale congres over zeolieten in Montreal. Onlangs werd bewezen dat met deze membranen ook werkelijk scheidingen mogelijk zijn, toen Delftse onderzoekers de scheiding tussen LPG en aardgas demonstreerden.

Al met al zijn we een flink stuk verder dan uw artikel suggereert, en dat op basis van onderzoek dat gewoon in Nederland gebeurt.

(Het onderschrift bij ZSM-5 viel onder verantwoordelijkheid van de redactie.)