Waar blijven de meisjes

"Code onbekend', dat is de status van honderden allochtone meisjes die na de basisschool ineens uit het zicht verdwijnen. Ze komen nooit aan in het voortgezet onderwijs en niemand mist ze. De Turkse en Marokkaanse meisjes worden thuisgehouden of naar het land van herkomst gestuurd om zich voor te bereiden op het huwelijk. Een gemengde school die buiten de eigen buurt ligt is voor meisjes in de huwbare leeftijd gevaarlijk terrein vinden veel orthodox-islamitische ouders.

"Het is een vergeten groep", zegt Martin Werkman, voorzitter van Amsterdams stadsdeelraad Bos en Lommer. "Er worden miljoenen uitgetrokken om migrantenjongens op het rechte spoor te krijgen, maar de meisjes zijn onzichtbaar".

Dat ze geen problemen hebben zou een te gemakkelijke conclusie zijn. Werkman schat dat er alleen al in zijn wijk honderd moslimmeisjes in de leerplichtige leeftijd thuis worden gehouden. Van slechts 25 meisjes is het officieel bekend.

Op een werkconferentie die deze maand werd gehouden in Amsterdam-West, een deel van de stad waar relatief veel allochtonen wonen, waren zo'n zeventig vertegenwoordigers uit het welzijnswerk, het onderwijs, de hulpverlening en de arbeidsbemiddeling bij elkaar om over de "onzichtbare' problemen van migrantenmeisjes te praten. In Bos en Lommer is twee jaar geleden door samenwerking van deze sectoren het meisjescentrum Nina van de grond gekomen.

In een beschermde omgeving die in hoge mate tegemoet komt aan de wensen van de ouders, wordt speciaal voor deze leeprlichte groep een dagprogramma georganiseerd. Doel is dat de meisjes na enige tijd alsnog doorstromen naar het reguliere (beroeps-) onderwijs. Inmiddels heeft een dertigtal meisjes het onderwijsproject van Nina bezocht.

Het hadden er meer kunnen zijn. "Maar", zo legt Martin Werkman uit: "het is een zeer gesoleerde groep die moeilijk op te sporen is. Opvallend is ook dat wij tot nu toe alleen Turkse meisjes hebben kunnen bereiken. De Marokkaanse meisjes zijn voor ons tot nu toe onvindbaar."

Veel allochtone ouders weten dat er geen haan naar kraait als ze hun dochters na de basisschool niet aanmelden op een school voor voortgezet onderwijs. De leerlingadministratie in Amsterdam is uitgesmeerd over veertien stadsdelen en bovendien ernstig vervuild.

"Dat mag dan zo zijn', meent Ineke van van de Bogaert, directeur van Dr. A. van Voorthuizenschool, een basisschool voor speciaal onderwijs, ze vindt het "onbegrijpelijk dat er kinderen gewoon kwijt kunnen raken'. Zij weet precies naar welke scholen haar achtstegroepers doorstromen en ze houdt haar oud-leerlingen zeker nog een jaar in de peiling.

"Het lijkt zo logisch dat basisscholen en middelbare scholen elkaar op de hoogte houden', zegt ook Ria van der Liet, leerplichtambtenaar van Bos en Lommer, "maar het gebeurt gewoon niet.'

Zelf heeft ze de afgelopen tijd alle scholen in haar werkgebied afgebeld om uit te zoeken waar migrantenmeisjes gebleven zijn. "Die scholen werden ziek van mijn telefoontjes, maar ik vind dat er gewoon gecontroleerd moet worden. Niet alleen of een kind staat ingeschreven, maar ook of het wel op school komt.'

Een deel van de migrantenmeisjes was volgens de ouders naar het thuisland vertrokken, maar Van der Liet heeft soms gegronde redenen om zo'n verklaring in twijfel te trekken. "Officieel zijn die meisjes weg, maar ineens worden ze toch weer in de buurt gesignaleerd.'

Het is de ervaring van veel aanwezigen op de conferentie dat de meisjes zelf dolgraag naar school willen, maar dat ze te jong zijn om het conflict met hun ouders aan te gaan.

Dat gold bijvoorbeeld voor Uzman, een veertienjarig Turks meisje dat op de basisschool al vaak afwezig was omdat ze met haar moeder mee moest naar het ziekenhuis om te tolken. Ondanks al het verzuim krijgt Uzman aan het eind van de achtstegroep een HAVO/VWOadvies en iedereen denkt dat Uzman na de zomervakantie in de brugklas zit. Maar als ze het volgend voorjaar ineens bij haar oude juf op de basisschool binnenstapt blijkt dat ze acht maanden thuis is geweest. "Ik zou heel graag naar school willen", zegt ze in vertrouwen tegen haar juf, "maar ik mag niet van mijn moeder en mijn stiefvader. Ze weten ook niet dat ik nu hier ben, ik moet snel weer gaan." Als de door de school ingeschakelde leerplichtambtenaar nog diezelfde week op huisbezoek gaat zegt Uzman verontwaardigd: "Waarom word k gedwongen om naar school te gaan? Er zijn zoveel meisjes die niet op school zitten.'

Habiba Elallati, werkzaam bij het Preventieproject voor Marokkaanse jongeren in Osdorp probeert uit te leggen waarom ouders hun dochters thuishouden: "Ze zijn bang dat de meisjes zullen integreren in een maatschappij die zij zelf als zeer bedreigend ervaren. Ze vinden dat hun dochters op de basisschool voldoende geleerd hebben, de rest moeten ze thuis van hun moeder leren.'

Dat er veel meisjes op hun zestiende ineens weer terugkeren in het onderwijs heeft niet alleen te maken met het inschrijvingsbewijs dat de ouders nodig hebben voor de kinderbijslag, maar ook met het feit dat de meisjes "bewuster' zijn geworden en zelf het initiatief durven te nemen.

Habiba Elallati: "Ze pikken niet alles meer van hun ouders. Ze zien dat andere Turkse of Marokkaanse meisjes wel naar school gaan en een beroep leren.'

Leerlingbestanden van het basis- en voortgezet onderwijs moeten over de hele stad gekoppeld worden vinden de conferentiegangers. Basisscholen moeten controleren of leerlingen ingeschreven zijn voor het vervolgonderwijs en of ze daar ook daadwerkelijk verschijnen. "Per school een kwestie van acht hooguit tien telefoontjes", aldus leerplichtambtenaar Ria Van der Liet.

    • Michaja Langelaan