VAST VOEDSEL AL VOOR DERDE LEVENSMAAND IS NIET ONGEZOND

Kinderen die voor hun twaalfde of zelfs al achtste levensweek vast voedsel krijgen, naast flesse-, borst- of koeiemelk, zijn na twee jaar niet lichter of ongezonder dan kinderen die pas na hun twaalfde week vast voedsel krijgen. De uitsluitend-melk-kinderen hadden na twee jaar wat minder luchtwegaandoeningen gehad, maar maag- en darmklachten, huidziekten, astma en moeilijk ademhalen kwamen even vaak voor.

Met eczeem was iets vreemds aan de hand: de kinderen die voor hun tweede maand en na hun derde maand voor het eerst vast voedsel kregen hadden wat minder last van eczeem dan kinderen die tussen hun tweede en derde maand voor het eerst iets anders dan melk kregen.

"Vroege introductie van vast voedsel is minder schadelijk dan eerder werd gerapporteerd. Een langere follow up is nodig, maar ondertussen kan er wat soepeler met de richtlijnen worden omgesprongen, meer aangepast aan de behoeften van moeders en kinderen." Dat schrijven kinderartsen en epidemiologen van Ninewells Hospital and Medical School in Dundee in de British Medical Journal (12 juni). Zij volgden 671 kinderen vanaf hun geboorte tot hun tweede levensjaar. Bijgehouden werd welke melkvoeding de kinderen kregen en wanneer er voor het eerst "bijvoeding" werd gegeven. De kinderen werden regelmatig gewogen en er werd opgeschreven welke ziekten ze doormaakten.

In de meeste Westerse landen krijgen ouders het advies om hun kinderen niet voor de derde maand en liefst niet voor de vierde maand bijvoeding te geven. In Nederland geldt dat advies ook, hoewel er hier vrij mee wordt omgesprongen. De meeste consultatiebureau-artsen benadrukken dat een kind de eerste zes maanden van moeder- of kunstmelk kan leven en dat daarna bijvoeding noodzakelijk is. Eerder mag wel, maar liever niet eerder dan bij 3, liefst 4 maanden. Ruim tien jaar geleden luidde het advies nog heel anders: toen moest er vanaf twee maanden fruit en na drie maanden groente worden bijgegeven.

De Engelse artsen begonnen hun studie omdat ander onderzoek uitwees dat vroeg beginnen met vast voedsel meer maag-darm- en allergische ziekten zou veroorzaken. Voor maag-darmziekten is dat vooral vastgesteld in de Derde wereld, maar het is de vraag of het in het westen ook geldt. Ook werd wel gezegd dat kinderen die vroeg vast voedsel kregen later te dik werden.

Dit laatste werd zeer snel weerlegd. De kinderen werden niet dik, ze waren het al. Vooral zware jongetjes uit de lagere sociale klasse kregen eerder vast voedsel. Uit ander onderzoek blijkt dat kinderen die worden bijgevoerd niet meer calorieen binnen krijgen - ze drinken minder melk.

Maag-darmklachten nemen niet toe door bijvoeding. Analyse van de gegevens wijst uit dat het echter vooral de voortzetting van borstvoeding naast de bijvoeding is die een beschermend effect heeft tegen overgeven en diarree. Over allergieen (astma en eczeem) zijn de auteurs nog het minst zeker, daarom volgen ze hun onderzoeksgroep langer. Zij vinden na twee jaar geen verschillen voor astma en de hierboven al vermelde kleine verschillen voor eczeem. Nieuwzeelands onderzoek liet bij vier- en tienjarigen meer eczeem zien bij kinderen die voor hun vierde levensmaand bijvoeding kregen, maar een uitsplitsing naar voor de tweede en voor de derde maand was in dat onderzoek niet gemaakt. Ook in dat onderzoek bleek astma niet gekoppeld aan het moment van eerste bijvoeding.