Van het Indiase regenwoud is nog maar weinig over

Regenwouden van India, Ned.2, 20.19-21.11u.

Naast de NRCV is het vooral de Evangelische Omroep die veel natuurdocumentaires op televisie brengt. Ze zijn niet altijd van het niveau van de BBC - die al jaren op eenzame hoogte staat - maar ze zijn toch dikwijls de moeite van het bekijken waard.

Vanavond brengt de EO de documentaire Regenwouden van India, een opmerkelijk programma omdat de film geheel door Indiërs werd vervaardigd. Niet alleen rotan stoelen, biezen matjes en goedkope industrie-produkten, maar nu ook natuurdocumentaires.

Van het Indiase regenwoud aan de westkust, dat vroeger langs het gehele Ghat-gebergte liep van zo'n duizend kilometer lengte, zijn nog maar enkele kleine stukjes over, misschien zo'n vijf procent. Het regenwoud heeft hier zo'n vijftien miljoen jaar evolutie achter de rug en het merendeel van de soorten zijn volledig inheems. Strikt genomen betreft het geen echt regenwoud, want er zijn perioden dat er geen regen valt. Maar in de moesson van april tot december valt er zo'n 7000 millimeter water, voldoende om ook de rest van het jaar niet te verdrogen. De film begint dan ook met regen en een kleine drinkende slang die de druppels van zijn huid in zijn bek laat lopen.

In de jaren zeventig werden plannen ontwikkeld om een stuwdam te bouwen in een van de mooiste delen van het resterende regenwoud, het "Stille Dal' (Silent Valley). De dam in de Kunthi-rivier zou daarmee het einde betekenen van dit gebied. Andere stuwmeren hadden dit bewezen. De film toont animaties van hoe dit in zijn werk gegaan is: eerst stijgt het water, dan ontstaat er een meer dat het gebied toegankelijk maakt, er komen mensen in bootjes die de heuvels kaalkappen en tenslotte spoelt de regen de kale, onbeschermde grond weg. Veel stuwmeren zijn al geheel met modder gevuld, waardoor het project voor elektriciteitsopwekking waardeloos is geworden.

Het verzet tegen de stuwdam nabij het "Stille Dal' is zo groot dat de plannen worden ingetrokken. Het gebied is nu een Nationaal Park. Aardig is dat dit alles met een ingehouden trots wordt gebracht, de oorspronkelijke Indiase commentaarstem is duidelijk van de oppositie. In vergelijking met series als die van David Attenborough, die altijd een thematische aanpak heeft waardoor de gesproken tekst samenhang heeft, is Regenwouden van India meer van het type "een praatje bij een plaatje.' Dat kan misschien moeilijk anders bij een film die het woud in zijn geheel als onderwerp heeft.

De beelden zelf lijken tamelijk obligaat. Maar wie zich realiseert dat veel vertoonde soorten endemisch zijn en bijna op uitsterven staan, kijkt er toch anders naar. Een schitterend gezicht is de badende python die met welbehagen in een stroomversnelling kruipt, kennelijk ter afkoeling. Hij houdt zich enige tijd staande in een waterval om zich dan plotseling, hop, door de stroom te laten grijpen en het beeld uit zwiert.

Beklemmend is de scène van de jagende koningscobra, een gifslang die gespecialiseerd is in de jacht op andere slangen. Minutenlang bewegen prooi en cobra langs elkaar heen, terwijl de prooi, een kleinere slang, steeds aarzelender wordt. Plotseling bijt de cobra hem in zijn zijde. De prooi bijt fel terug, maar zonder effect. Langzaam raakt hij verlamd en de cobra begint hem naar binnen te werken, de kop het eerst.

Mooi is ook de scène van de badende mannetjesolifant. De commentaarstem meldt dat het ivoor 2000 dollar waard is, wat me laag geschat lijkt. Omdat bij de Indiase olifant alleen de mannetjesolifanten slagtanden hebben, zijn er nu nog nauwelijks mannetjes meer: een mannetje kan kiezen uit 1500 vrouwtjes. Want stropers komen er wel in het "Stille Dal'.