Van CDA-fractie mag wapenembargo Bosnië worden opgeheven

DEN HAAG, 24 JUNI. Wat de CDA-fractie in de Tweede Kamer betreft, mag het wapenembargo tegen de voormalige Joegoslavische republiek Bosnië-Herzegovina worden opgeheven. Het fractielid Van der Linden zei gisteravond in een debat met premier Lubbers en minister Kooijmans dat wanneer er geen helderheid over garanties voor de moslims komt het CDA “eventuele opheffing van het wapenembargo in de toekomst niet langer in de weg wil staan.

Van der Linden legde zich echter neer bij het standpunt tégen opheffing van de regering, zoals zij dat tijdens de Europese topconferentie in Kopenhagen opnieuw heeft ingenomen. Dat standpunt werd gisteravond in de Kamer nog eens door Lubbers en Kooijmans verwoord: opheffing van het embargo zou alle humanitaire hulpverlening lamleggen, de aanwezige VN-troepen in gevaar brengen en een verheviging van de strijd bewerkstelligen.

Maar ook Lubbers en Kooijmans toonden zich gisteravond tussen de regels door zeer sceptisch over het op de Europese top in Kopenhagen afgesproken alternatief: namelijk door het sturen van 7500 extra vredestroepen de veiligheid van de "veilige zones' absoluut te garanderen. Voorlopig wil Nederland de EG hierbij steunen, waarbij minister Kooijmans aangaf dat het opheffen van het wapenembargo voor de moslims als “allerlaatste” middel door de besluitvorming in Kopenhagen niet is uitgesloten.

Van der Linden zei zelf dat hij zijn standpunt over eventuele opheffing van het embargo “een uiting van machteloosheid” vindt. “Wanneer wij op dit pad doorgaan en er is geen veiligheidsgarantie die aan de moslims geboden kan worden, dan is natuurlijk ook de vraag naar het recht op zelfverdediging aan de orde. Kunnen wij er een moreel oordeel over hebben om hun dit te ontzeggen, ten langen leste?”

Andere fracties wilden nog niet zo ver gaan als het CDA, hoewel ook PvdA-Kamerlid M. van Traa aangaf dat het moment van opheffing steeds dichterbij komt. Hij hoopt echter nog steeds op een werkelijk effectieve bescherming van veilige zones. De “keus van deze Europese Raad in Kopenhagen” is geweest, aldus Van Traa, dat we daarvoor ook inderdaad de mensen en het materiaal zullen leveren.

De fracties van de VVD, D66 en GroenLinks achtten opheffing van het embargo nog steeds te riskant; voor GroenLinks is zij zelfs “onaanvaardbaar”, zoals mevrouw Sipkes het uitdrukte.

Zij ging uitvoerig in op de vraag of minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking inderdaad aan NRC Handelsblad-redacteur Michael Stein de toezegging heeft gedaan uit zijn naam 5000 aan de Bosnische moslims te overhandigen voor wapenaankopen. Stein had dit geld uit handen van Pronk gekregen, behorend bij de Dick Scherpenzeelprijs voor berichtgeving over de Derde Wereld, en het direct teruggegeven met het verzoek het de Bosnische moslims te geven.

Hoewel Pronks woordvoerder inmiddels heeft ontkend dat de minister de toezegging had gedaan erbij te zullen zeggen dat het geld voor wapenaankopen was bestemd, wilden Sipkes en andere Kamerleden weten wie er nu gelijk heeft: Pronk of Stein. De enigszins in het nauw gedreven Kooijmans zegde toe er met zijn collega over te zullen spreken. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet gedaan zou hebben”, zei Kooijmans, die duidelijk maakte dat Nederland, gezien het VN-embargo, niet gerechtigd is wapens aan de moslims te leveren.