Vakantie bedreigt kamerplanten

Hoe haalt de mensenschuwe en contactarme plantenliefhebber zijn kamerplanten de zomervakantie door? Hoe voorkomt hij dat Azalea's, Bromelia's, Clivia's en Dipladenia's verdrogen en vergelen in de wilde weken die hij in Montferland doorbrengt? Dat is hier vandaag het probleem.

Vast staat dat de botanische pendant van kennel of dierenpension er nog niet is. Plantenopvang bestaat nog niet, uitzendkrachten die alleen voor het watergeven langs de deur gaan, zijn er niet. Het is burenhulp of niets.

Nee, erger dan "niets': tegen beter weten in fröbelen met wollen draadjes die water uit emmers aanvoeren, de gang naar de badkuip die - half volgelopen - de planten net zo makkelijk verdrinkt als drenkt, of in wanhoop het paardemiddel: maximaal terugsnoeien en van het snijsel stekken maken. Omdat zowel stronk als stek nauwelijks water nodig hebben.

In deze high-tech tijd moet het watergeefprobleem nog steeds met houtje-touwtje-methoden worden opgelost en daarom is het wel eens aardig na te gaan wat hier eigenlijk, in technisch opzicht, de kern van het probleem is. De moeilijkheid schuilt niet in de totale hoeveelheid water die moet worden gedistribueerd. Tenzij men een compleet regenwoud in de huiskamer heeft ondergebracht zal binnen een termijn van drie weken in totaal waarschijnlijk niet meer dan 50 liter water nodig zijn. Zo'n hoeveelheid is in twee flinke jerrycans klaar te zetten.

Het probleem schuilt in de verdeling en dosering van die waterhoeveelheid. Een berekening toont dat aan. Geeft men een kamerplant continu één druppel water (van 0,05 ml) per seconde, dan ontvangt die pot per etmaal meer dan vier liter water. Dat is zeker 25 keer zoveel als de gemiddelde potplant verwerken kan. Een of twee druppels per minuut komt eerder in de richting van zijn watervraag.

Nu zijn er sinds een jaar of 25 inderdaad goed regelbare elektrische pompjes die zo'n laag "debiet' kunnen leveren. De komst van deze zogeheten peristaltische pompen (die in nabootsing van de darmwerking water ritmisch door een slangetje knijpen) bracht begin jaren zeventig een doorbraak in het kweken van allerlei micro-organismen. Maar de pompen zijn duur en lekkage is aan de orde van de dag. Bovendien zou je er één per plant moeten installeren om de wateraanvoer te verzekeren: het splitsen van waterstromen is een riskante zaak. Van plastic Y- of T-stukjes valt bitter weinig te verwachten.

Het komt er op neer dat een continu pompend irrigatiesysteem niet bruikbaar is. De oplossing moet komen van systemen die met hulp van schakelklokken of proces-computers discontinu werken. Dus: maar af en toe even aanslaan en dan in korte tijd een veel hoger debiet aanhouden dan de peristaltische pompen. Niet dat die systemen er nu zijn, maar ze komen er aan.

Het kwartaalblad "Onze eigen tuin' bespreekt in zijn laatste nummer twee irrigatiesystemen die, na wat aanpassingen, ook binnenshuis te gebruiken zouden zijn. In Nederland heerst een "terracotta rage', heeft het blad geconstateerd. Steeds meer tuinliefhebbers hebben hun planten niet in de grond maar op de grond staan: in aardewerken potten. Waar dat goed voor is, weet niemand, zeker is dat het een hoop extra werk meebrengt. Buitenshuis zit zo'n terracotta-fan 's zomers opeens met hetzelfde probleem als de kamerplantenliefhebber binnen. Wie doet er water in al die potten als hij op vakantie is?

Welnu, sinds een jaar of drie zijn daar volautomatische bevloeiingssystemen voor. Ze komen uit de kassenteelt, zijn ook niet goedkoop en voorlopig nog niet binnenshuis inzetbaar maar ze zijn de voorboden van een revolutie in de kamerplantenverzorging. "Onze eigen tuin' heeft twee systemen gevonden: het "Micro-Drip-System' van Gardena en het "SummerRain Sprinkler System' van handelsonderneming SummerRain in Naarden.

Het gaat hier om plastic buizen, buizennetten of ringsystemen die met een schroefkoppeling op de gewone waterleiding worden aangesloten. Tussen kraan en sproeisysteem bevindt zich een reduceerventiel en desgewenst, en daar gaat het hier om, een bescheiden procescomputer/schakelklok die een afsluitklep in de leiding bedient. De "computer' werkt op een batterij en kan het systeem maximaal zes keer per etmaal gedurende minimaal vijf minuten onder druk zetten (Gardena) of maximaal zes maal minimaal één minuut (SummerRain). Dat systeem, begrijpt men, mondt uit in druppelaars of sprinklers die in of boven de bloempotten kunnen worden aangebracht. Het buizennet en het aantal daarop aan te sluiten druppelaars is naar behoefte uit te breiden; de prijs loopt dan makkelijk op tot honderden guldens.

SummerRain levert het systeem nu al aan kantoren met welbeplante, maar onberegende balkons. Van daar is het maar een kleine stap naar de huiskamer. En inderdaad, Gardena-importeur Markt (Holland) in Weesp weet te melden dat Gardena waarschijnlijk volgend jaar komt met een geautomatiseerd systeem voor binnenshuis. Ook SummerRain heeft plannen iets dergelijks te ontwikkelen.