Quarto: het ingenieuze vervolg op Boter-kaas-en eieren

Quarto! Prijs ƒ 69,-. Te koop in cadeauwinkels en gespecialiseerde speelgoedwinkels.

Het spelletje boter-kaas-en-eieren is voor mij voorgoed verbonden met de ledige uren op de "lagere school'. Schoolkinderen die hun aandacht niet konden houden bij de krijtstrepen op het bord of die bij het "vooruitwerken' genoeg kregen van de eindeloze reeks repeterende breuken, doodden zwijgend de tijd met een klasgenoot. Vier strepen en enkele rondjes en kruisjes werden tientallen keren met balpen op schriften, losse velletjes en bijna lege agenda's gekrabbeld, totdat beide spelers er genoeg van hadden.

Het spelletje werd nooit gespeeld buiten de schooluren, omdat de concurrentie van andere bezigheden dan te groot was. In zijn meest primitieve vorm met negen hokjes en slechts twee verschillende symbolen, wordt het vormen van horizontale, verticale of diagonale rijen snel eentonig. Vooral doordat degene die begint ook meestal wint. Het spelletje Tic Tac Toe, met rode en groene pinnetjes die in een verantwoorde houten plank moeten worden gedrukt, wordt in de speelgoedwinkel niet voor niets verkocht met de aanduiding "geschikt vanaf drie jaar'.

Een andere methode om het spel te verlevendigen is het vergroten van het speelveld tot zestien hokjes (negen streepjes) en het verlengen van de rij van drie tot vier kruisjes of rondjes. Vier-op-een-rij, dat kinderen al jaren in de huiskamer spelen, is op dit principe gebaseerd: gele of rode rondjes moeten in vierenzestig vakjes een rij van vier vormen. De speelvreugde kan hiermee niet langdurig worden verlengd. Niet alleen is het spel in zijn uitvoering van hardblauw plastic onverwoestbaar lelijk, ook de variatie blijft gering.

Het spel Quarto, dat onlangs in Nederland werd gentroduceerd en al verschillende Europese prijzen in de wacht heeft gesleept, is wel een geslaagde poging om het vormen van rijen-van-vier spannender te maken. De zestien houten stukken liggen prettig in de hand en met enige fantasie vallen er torens, lopers en pionnen van een modern schaakspel in te herkennen. Veel belangrijker is echter, dat elk stuk over vier eigenschappen tegelijk beschikt in plaats van het gebruikelijke enkele kenmerk. Waar in de primitieve vorm een "stuk' alleen maar rood of geel is, zijn de stukken bij Quarto èn hoog of laag, èn rond of vierkant, èn licht of donker èn vol of hol.

Dat is een belangrijke vondst, waarmee boter-kaas-en-eieren een volwaardig en afwisselend spel voor twee spelers is geworden. Op de zestien rondjes kunnen acht rijen worden gevormd van vier hoge, vier lage, vier lichte, vier donkere, vier vierkante, vier ronde, vier volle en vier holle stukken. Het aardigste daarbij is dat een stuk waarmee een speler zijn mooie rijtje donkere stukken wilde volmaken, door de tegenstander kan worden gebruikt om zijn rij holle stenen af te sluiten. Op die manier ontstaan tijdens de tien tot twintig minuten dat het spel duurt op het bord aardige patronen van half- en bijna voltooide rijen, waarvan er een elk moment door de winnaar kan worden volgemaakt.

Een andere aardige vondst zit verscholen in de spelregels. De speler die na loting begint zet niet zelf het eerste stuk op het bord, maar kiest er een uit en overhandigt het aan zijn tegenstander. Deze zoekt - na het ontvangen stuk een plaats op het bord te hebben gegeven - zelf een stuk uit en geeft dit aan de tegenstander. Op deze manier kan een speler de tactiek van zijn mede-speler een beetje sturen.

In tegenstelling tot het traditionele boter-kaas-eieren kunnen spelers van Quarto een behoorlijk diepgaande strategie ontwikkelen. De veelvormigheid van de stukken geeft de mogelijkheid om aan verschillende rijen tegelijk te werken. Doordat zichtbaar is welke stukken nog niet op het bord staan is het mogelijk om in de loop van het spel zelfs enige varianten door te rekenen. Ook in dat opzicht lijkt Quarto enigszins op het schaakspel, zij het dat de mogelijkheden onvergelijkbaar veel kleiner zijn dan die van het schaken.

Beginners kunnen zich beperken tot minder kenmerken, zodat de aanduiding dat het spel vanaf acht jaar kan worden gespeeld reëel lijkt. Hoewel het spel in de praktijk niet snel verveelt, kan de variatie verder worden vergroot door naast de rijtjes ook te werken aan vierkanten op het bord. Wie ook op deze patronen uitgekeken raakt, is misschien rijp voor het schaakspel.

    • Karel Berkhout