Professor R.J. in 't Geld

Ruim een week terug zag ik het "Van Es Educational Circus' performing:

1 buisberoemdheid: Victor de Cooninck; 1 minister: Jo Ritzen; 1 oud-onderwijshotemetoot: Van Eijndhoven; 2 Kamerleden als stallenjongens: Franssen en Leijenhorst; 1 echte circusartiest: Adelheid Roosen; de star herself: koel en bjoetifoel Andrée van Es, and many more.

Hartstikke leuk en bij de ingang meisjes met sjaaltjes en gratis koffie en gratis drukwerk en drie, vier jongens met microfoonhengels die iedere scheet uit het publiek probeerden op te vangen en vrij entrée!

Wat een show! Presentator Victor presenteerde en sneerde, het publiek brulde en snikte met behulp van de drie, vier hengeljongens, de hotemetoot rolde regelmatig bijna van zijn stoel van opwinding, Jo betoogde en Andrée was koel en bjoetifoel. Voor de toekomst van het leraarschap.

Er gebeurde iets verschrikkelijks. Lieve Adelheid speelde na de pauze een laten we het een sketch noemen als klein meisje. Het kleine meisje Adelheid wilde op schoot. Ze koos een oude man, die voor de pauze al regelmatig zuur en sjagrijnig was geweest.

De oude man wilde niet. ""Wat verdien je hier eigenlijk?'' zei hij. Het sneed door de zaal. Natuurlijk, Adelheid was aan het werk, natuurlijk krijgt ze daarvoor betaald. Ze maakte hem weergaloos af. Maar het oude mannengif hing in de zaal. Hoeveel zou ze...? Wat zou Andrée...? En Ritzen, zou die ook..., nee toch?

Een half jaar geleden nodigde ik een hoogleraar uit voor een spreekbeurt op een studiedag van zo'n honderd docenten. ""We hebben geen geld'' zei ik hem vooraf. ""We zijn hier niet in Rotterdam'', antwoordde de hoogleraar. Hij kwam en hield een spetterend verhaal. Jo Hermans kreeg twee koppen koffie, drie broodjes, een croquet, reiskosten en een boekenbon van ƒ 100,--. Zijn bedankbriefje heb ik bewaard. Zou prof. R.J. in 't Geld komen spreken voor een boekenbon?

Nee, Jo Ritzen verdiende die avond in Utrecht niet bij. Ik ben er bijna zeker van na de afgelopen week. Maar wat als In 't Geld er had gezeten?

Woedend ben ik vanmorgen wakker geworden. Woedend op In 't Geld, op al deze Ollie B. Bomhoffen. Ik stelde mij een Kamerdebat voor in 1994. In 't Geld: ""Maar meneer de voorzitter, ik begrijp de opwinding van de geachte afgevaardigde niet. Het is algemeen bekend dat ik als hoogleraar betaalde nevenactiviteiten verrichtte. Het was toen keurig geregeld, het is nu keurig geregeld. Ik doe mijn werk voor 209 procent. Ik heb meer reorganisaties doorgevoerd dan welke staatssecretaris ook.

Waarom zou ik geen bijdrage mogen vragen voor mijn b.v. (waarover ik alle zeggenschap heb opgegeven zoals u weet) als ik in mijn spaarzame vrije tijd de voorlichtingsavond van een of andere onderwijscommissie help verluchtigen? Is er een wezenlijk verschil tussen een hoogleraar en een staatssecretaris, is er zo'n verschil tussen een cabaretière en een staatssecretaris? Het is ergeniswekkend, dat, onder het mom van het in dit kleine landje zo vaak bereden stokpaardje van het burgermansfatsoen, kritiek wordt uitgeoefend op hetgeen ik in mijn privéleven verricht.''

Dadelijk komt Marcel. Marcel doet herexamen. Ik werk hem een beetje bij. Wat stom, wat stom. Ik had zijn vader moeten bellen: ""Ik denk dat het aanbeveling verdient dat hij een paar bijlessen krijgt. Zo'n investering levert zijn geld dubbel en dwars op..... Nee, ik laat het helemaal aan u over.''

P.S. Ik word voor deze stukjes betaald.

    • Rob Knoppert