Luchtvervuiling in Noordpoolgebied in tien jaar gehalveerd

Temidden van alle sombere berichten over het dunner worden van de ozonlaag is er nu eindelijk ook eens goed milieunieuws uit het hoge noorden.

De luchtvervuiling, die iedere lente in nevelige lagen boven het Poolgebied hangt, is in tien jaar tijd gehalveerd. Dat melden Amerikaanse onderzoekers van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) in Science.

De nevel, die in 1957 voor het eerst werd waargenomen, is het gevolg van de luchtvervuiling boven Europa en Azië, die aan het eind van de winter en in het vroege voorjaar naar het noorden waait. Onderzoekers zagen dit fenomeen elk jaar toenemen tot 1982. Daarna zette een daling in. Vermoedelijk komt dat doordat de Russen ten dele van kolen en olie zijn overgeschakeld op aardgas, terwijl in West-Europa strengere regels voor luchtvervuilers van kracht zijn geworden.

De Amerikaanse onderzoekers signaleerden de afname van de vervuiling tijdens hun jaarlijks lentemetingen op het NOAA Climate Monitoring Diagnostics Laboratory in Barrow, Alaska. Een minder opvallende daling in de voorjaars-luchtvervuiling werd waargenomen bij routinematige aerosol-metingen op het meetstation in de stad Alert in noordwest-Canada.

Hoe het verminderen van de Arctische smog zijn invloed zal hebben op het klimaat in de wereld is nog onzeker. In 1983 namen onderzoekers van de NASA de Arctische vervuiling, die vooral uit sulfaten bestaat, op in hun klimaatmodellen. Hun voorspelling luidde, dat de absorptie van zonnestraling zou leiden tot een kleine temperatuursstijging in het Poolgebied. Men neemt nu aan dat, als er in andere opzichten niets veranderd is, het "opwarmingseffect' van de zwaveldeeltjes in de lucht nu nog maar half zo groot is als in 1983. (Science, 11 juni 1993)