Leven in een romantisch schilderij; SINTRA, verval na het gouden tijdperk

In het Portugese Sintra lopen spoken rond, verdwijnen mensen op mysterieuze wijze en leiden onderaardse gangen naar het middelpunt van de aarde. Althans, dat wordt gefluisterd. Eeuwenlang was het stadje het zomerverblijf van de koninklijke familie, de adel en de rijke kooplieden. Wie nu voor het eerst in Sintra komt, wordt heen en weer geslingerd tussen de opwinding een idylle te hebben ontdekt en verbijstering over het verval van de paleizen. De Berg van de Maan, zoals de Moren de plaats noemden, is onlangs door de UNESCO genomineerd als Wereld Cultuur Monument.

Quinta do Relogio - Landgoed De Klok - staat te koop. Voor zo'n vier ton krijgt de nieuwe eigenaar één van de bekendste monumenten van Sintra, de voormalige Portugese koningsstad 30 kilometer buiten Lissabon. Het landgoed bestaat uit een weelderig park met een vijver en een villa in quasi-Arabische stijl, geheel volgens de mode van 1850. Het uitzicht is net een romantisch schilderij: een groene vallei met links de blauwe zee met witte zeilboten, en rechts een dorpje met een kasteel. Huidige eigenaar Miguel Carvalho e Silva had het landgoed vorig jaar al bijna verkocht aan de Duitse graaf Von Turn und Taxis, maar deze overleed jammer genoeg na de eerste aanbetaling.

Carvalho e Silva is niet de enige in Sintra die onroerend goed in de aanbieding heeft. Veel van de oude rijke, al dan niet adellijke families kunnen zich de enorme kosten van een landgoed niet meer veroorloven. Bovendien geven de kinderen of kleinkinderen van de oorspronkelijke bezitters er vaak de voorkeur aan de gemeenschappelijke erfenis van de hand te doen en de opbrengst te verdelen. Sintra houdt uitverkoop.

Miguel Carvalho e Silva (39) is in zekere zin een uitzondering. Hij keerde na jarenlange afwezigheid terug in Sintra en hoopt vurig dat de verkoop van zijn landgoed hem in staat zal stellen te blijven wonen in de voormalige portierswoning op het grondgebied. Zijn flamboyante oom, die hij graag had ingeruild voor zijn eigen vader, woonde in zijn tienertijd op het landgoed en gaf feesten met echte kamelen - vanwege het Moorse karakter van de villa. Helaas pleegde oom Bobsey, zoals heel Sintra hem noemde, na de revolutie van '74 zelfmoord. Daarmee kwam er abrupt een einde aan de restauratie van het Arabische paleisje, dat er nu bijstaat als een vage schim van zijn glorieuze verleden. Miguel hoopt op de komst van een nieuwe suikeroom. Niet alleen in zijn eigen belang, maar ook in dat van Sintra, vindt hij. Zonder permanente bewoners zou volgens hem de "mooiste plek ter wereld' een soort van openluchtmuseum worden.

Sintra ligt aan het begin van een 20 kilometer lange heuvelrug die doorloopt tot de steile kliffen van de Cabo da Roca - de meest westelijke punt van Europa. Het stadje bestaat uit drie aan elkaar gegroeide dorpen. Vila Velha, het oude dorp, ligt aan de voet van de heuvels. Hier staat het voormalige koninklijke paleis, met zijn twee reusachtige schoorstenen waaronder zich de keukens bevonden. Groot genoeg om er desnoods tien hele koeien tegelijk aan het spit rond te draaien. Eeuwenlang was het stadje de verblijfplaats, in ieder geval zomers, van de koninklijke familie, de adel en de rijke kooplieden. Als het in Lissabon te warm werd, trokken zij zich terug in hun villa's en paleizen in de koele heuvels. Sintra is beroemd om zijn weldadige frisheid. Berucht ook, want tot in juni kan het er flink koud zijn, met een gure wind van de Atlantische Oceaan, laaghangende nevels en rookpluimen uit de huizen. Sintra draagt een helm, zeggen de inwoners. Als de wintermist eenmaal is opgetrokken, is Sintra op z'n best. Een subtropische zon met uit het westen af en toe een zilte windvlaag. En als het in de stad toch te warm wordt, zijn er altijd nog de koele, vochtige bossen met de schaduw van metershoge varens en zacht mos voor een siësta.

In het stadje wonen tegenwoordig ruim twintigduizend mensen en in de gemeente, ongeveer de hele bergketen, ruim driehonderdduizend. Daarnaast zijn er tienduizenden tijdelijke bewoners, bezitters van tweede huizen, want het gebied is nog steeds een geliefd oord voor uitstapjes en vakanties.

De naam Sintra komt van de Moren en betekent "berg van de maan', vertelt de gemeentearchivaris. De Moren bouwden in de elfde eeuw een immens fort op één van de bergtoppen, het Castelo dos Mouros, waarvan de runes zich bij helder weer aftekenen tegen de lucht. Een bergtop verder staat het Palácio da Pena, mooi van kitscherigheid. Gebouwd in een mengeling van stijlen, in opdracht van de Duitse echtgenoot van de toenmalige koningin Maria II, vormde dit paleis in 1840 het spectaculaire begin van Sintra's gouden tijdperk, de Romantiek. Uit die tijd dateren de meest tot de verbeelding sprekende villa's.

Eén van de mooiste voorbeelden is het Quinta da Regaleira, ook wel "Landgoed van de Miljoenen' genoemd, omdat de opdrachtgever er een groot deel van zijn in Brazilië vergaarde fortuin aan spendeerde. Een klein stukje daarvan is te zien vanaf de weg naar de kust, meer niet. De Japanse eigenaar geeft jammer genoeg geen toestemming voor bezichtiging. Alleen oudere inwoners van Sintra weten nog hoe spannend het was in de kunstmatige grotten van het landgoed te spelen. Er wordt zelfs gefluisterd over een onderaardse gang die naar het middelpunt van de aarde voert en waarin mensen spoorloos zijn verdwenen.

Maar er wordt zoveel gefluisterd in Sintra. De eigenaar van een landgoed waarin de laatste monarchen, koning Carlos I en koningin Amélia, ruim een eeuw geleden hun verlovingsweken doorbrachten, beweert dat Dona Amélia nog regelmatig op het bankje komt zitten waarop haar aanstaande haar voor het eerst in de armen sloot. De arme vrouw heeft geen rust meer, nadat haar man en haar oudste zoon in 1908 werden vermoord - wat meteen het einde was van de monarchie. Een Nederlandse toeriste had een angstige ervaring in haar pension, een oude villa, waar midden in de nacht een in het zwart gekleed oud vrouwtje op de rand van haar bed kwam zitten. Na wat schoppen en schelden vertrok ze weer.

Wie voor het eerst in Sintra komt, wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen de opwinding een idylle ontdekt te hebben en verbijstering dat zo'n prachtplek aan z'n lot wordt overgelaten. Hoewel er nog regelmatig nieuwe villa's bijkomen in de omgeving, misschien zelfs teveel, staan in en rond het dorp vooral de grote oude paleizen uit de vorige eeuw weg te rotten. De Portugezen die ze zouden kunnen betalen, kiezen in de regel eerder voor een buitenhuis in trendy plaatsen als Quinta da Marinha, aan de kust bij Cascais. Daar kun je paardrijden en tennissen en ostentatief met je geld wapperen - iets wat in Sintra, decadent als het mag lijken, geldt als een gebrek aan beschaving. Bovendien zijn er in Sintra helemaal geen mondaine uitgaansgelegenheden. Ooit was er een casino, maar dat staat al tijden langzaam te vergaan en is ook altijd alleen gebruikt voor culturele avondjes, want de eigenaar was een tegenstander van gokken.

De laatste jaren vertoont de huizenmarkt in Sintra echter een flauwe opleving. Bedrijven en buitenlanders zijn de nieuwe kopers. Bedrijven, omdat Sintra een aardig decor vormt voor conferenties en vergaderingen. Buitenlanders waarschijnlijk vanwege de romantiek van de plek. Zo kocht het Nederlandse echtpaar Jan-Willem en Coreen Bos drie jaar geleden Lawrence's Hotel, midden in de Vila Velha, het oude dorp. Het staat al veertig jaar leeg, maar was ooit het beroemdste hotel van Portugal. Lord Byron schreef er een gedeelte van zijn "Childe Harold' en de negentiende-eeuwse romancier Eça de Queiroz noemt het in zijn beroemde epos Os Maias. Het is moeilijk voorstelbaar dat de huidige bouwval ooit weer een klassehotel zal worden, maar Os Holandeses zijn ook na drie jaar geworstel met Portugals taaie bureaucratie nog vol goede moed.

Het is niet toevallig dat Sintra dit jaar werd uitverkoren voor de viering van de Dag van Portugal, althans, dat beweert de burgemeester. De tiende juni staat altijd in het teken van alles waar het land trots op is: de ontdekkingsreizen, de taal en het literaire werk Os Lusiadas van Luis de Camões. In een informatiefolder van de gemeente weidt de ambitieuze, jonge politicus breed uit over zijn beslissende rol in het geheel. Hij had Portugals president Mario Soares ervan weten te overtuigen dat Sintra de beste keus was. Zeker dit jaar, nu er zoveel op het spel staat. Sintra is kandidaat voor toekenning van de status van "Wereld Cultuur Monument' door de UNESCO. Die afkorting, weet iedere inwoner van Sintra inmiddels, betekent "subsidies voor de grote opknapbeurt van Sintra'. Winkeliers hebben in hun etalages het embleem van de UNESCO al hoopvol naast het wapen van Sintra geplaatst. Maar degenen die de strenge voorwaarden kennen voor aspirant wereldmonumenten, twijfelen sterk aan Sintra's kansen. “Zolang het zo'n zootje blijft met het verkeer, kunnen ze het vergeten,” zegt een vroegere bewoner van Sintra, Pedro Caldeira Cabral. Hij is een van de bekendste bespelers van de Portugese guitarra. Als jongen had hij een prachtige tijd in Sintra. Daarom kan hij woedend worden dat het centrale plein bij het koninklijk paleis verpest wordt door af- en aanrijdende toeristenbussen. Bovendien heeft de gemeente jarenlang geen cent uitgetrokken voor onderhoud aan panden die in "ontwikkelde landen', zegt hij spottend, liefdevol verzorgd zouden worden. “Sintra zat altijd opgescheept met corrupte politici.” Hij doelt onder meer op de inmiddels gepensioneerde burgemeester die toestemming gaf voor het foeilelijke Hotel Tivoli, Sintra's schande uit de jaren zeventig. De man geniet nu van zijn oude dag in het huis dat hij als dank cadeau kreeg.

Op de Dag van Portugal, schreef de plaatselijke pers, mag niemand ontbreken. “Niemand van ons, trots volk, sterk en onverschrokken.” De markiezin is niet onder de indruk. Olga de Cadaval (93) blijft thuis, tussen de schilderijen van haar voorvaderen en de fluwelen gordijnen met familiewapens. Haar huis is nog precies zoals ze het driekwart eeuw geleden heeft ingericht - afgezien van de videorecorder en ghettoblaster naast haar satijn-zijden hemelbed. Het is de wereld buiten die veranderd is. Zelfs hier, in haar eigen Sintra. De markiezin is de grondlegster van het befaamde Festival van Sintra, een serie klassieke concerten in de fraaiste paleizen van de stad en in de tuin van haar eigen landgoed, Quinta da Piedade. Het minste wat ze had verwacht was een officiële uitnodiging voor de lunch met de president. Dan had ze die met een nobel gebaar naast zich neer kunnen leggen. Soares is in haar ogen nog steeds een omhoog gevallen linkse oproerkraaier. Waarschijnlijk heeft het gemeentebestuur haar daarom gepasseerd, lacht ze schamper. “Ik zou eens de verkeerde dingen kunnen zeggen.” Gretig trekt ze de la open van het tafeltje voor haar, vol foto's en herinneringen. “Kijk, dat was toen Maria Callas voor het eerst in Lissabon optrad. Eigenlijk was ze te duur voor Portugal, maar ik had toen nèt de uitgeweken koning van Italië te logeren. Zij wilde hem dolgraag ontmoeten en kwam daarom voor een veel lagere gage.” Bal masqués, diners en inmiddels gestorven beroemdheden. Het tafeltje is inmiddels bezaait met bloedrode rozenblaadjes, die omlaag blijven dwarrelen uit de trossen uit eigen tuin. Het is mooi, bedenkt ze zich, dat de concerten doorgaan, nu zij zich niet meer met de organisatie bemoeit. “Ook als ik er niet meer ben, moet er muziek blijven klinken in Sintra.”

    • Lieke Noorman