Kamer wil mariniers uit Cambodja eind dit jaar terug in ons land

DEN HAAG, 24 JUNI. Een grote meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de mariniers aan het einde van het jaar terugkomen uit Cambodja. Minister Ter Beek hield gistermiddag in de Tweede Kamer nog een slag om zijn arm. “Het ligt wel in de bedoeling maar ik kan het politiek nog niet afzegenen”, aldus Ter Beek.

De Australische generaal Sanderson, die het commando voert in Cambodja over de 14.000 VN-troepen, wil het Nederlandse bataljon als één van de laatste laten vertrekken. Volgende maand brengt de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros-Ghali, rapport uit over de situatie in Cambodja. Ter Beek stelt zichzelf volgende week ter plekke op de hoogte. Hij was het niet eens met minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) dat VN-militairen in Cambodja moeten blijven. Wel liet hij de deur open voor militaire waarnemers en instructeurs, ook als het mandaat van de VN voor de voorbereiding van de verkiezingen en het installeren van een nieuwe regering afloopt.

De Vaste Kamercommissie voor defensie, die door de herhaaldelijke interrupties van het Kamerlid Vos (PvdA) in een wat lacherige sfeer de politieke en militaire ontwikkelingen in Cambodja besprak, vroeg zich bij monde van S. van Heemskerck Pilles-Duvekot (VVD) af of Nederland extra maatregelen heeft genomen voor de beveiliging van de mariniers. De situatie kan daar gevaarlijker worden wanneer zij straks bij de terugtrekking van anderen in een veel groter gebied de veiligheid moeten garanderen. Ter Beek noemde de uitrusting van de Nederlandse militairen “goed berekend op de situatie”.

In oktober zou met de terugtocht van het derde Nederlandse bataljon kunnen worden begonnen als de militaire situatie dat toelaat. Aan aflossing wordt niet gedacht. De Luchtmobiele Brigade is er niet geschikt voor en bereidt zich voor op een mogelijke inzet in Bosnië. Over mariniers beschikt Nederland dan niet meer omdat bijna het voltallige korps in Cambodja heeft gediend.