Japan wil monetaire G-3 met Amerikanen en Duitsers

TOKIO, 24 JUNI. In Japan gaan steeds meer stemmen op om de G-7 (de club van zeven grote industrielanden) in monetair opzicht te vervangen door een G-3: Amerika, Duitsland en Japan. Gedrieën zouden ze de wisselkoersen van dollar, D-mark en yen moeten stabiliseren. Daarbij spelen uiteraard de heftige schommelingen van de yen en de dollar een grote rol, die het aarzelende herstel van de Japanse economie lelijk dwarszitten.

Op een conferentie in Tokio, gesponsord door de krantenuitgeverij Yomiuri Shimbun, voegde gisteren Helmut Schlesinger, president van de Bundesbank, zich niet in dit koor. Hij zei dat hij voorstander is van “aanpassingen van wisselkoersen als effectieve maatregelen om spanningen, teweeggebracht door externe onevenwichtigheden, te verminderen”. Kortom: wat hem betreft mag de yen verder stijgen. “Flexibiliteit” was volgens Schlesinger nodig.

Over de komende wereldtop van de G-7, die begin juli in Tokio wordt gehouden, zei de Duitse centrale bankier: “In slot-communiqué's van de G-7 staan altijd frases als "onze gemeenschappelijke doelen zijn aanhoudend herstel en prijsstabiliteit of niet-inflatoire groei'. Het zou te veel gevraagd zijn van de G-7, waarin vrijwilig wordt samengewerkt, om iets anders te verwachten.”

De Japanse bankier Takeshi Ohta zette vraagtekens bij de raison d'être van de G-7. Volgens hem heeft de tripolaire structuur van de dollar, de D-mark en de yen “haar macht verloren bij het stabiliseren van de wisselkoersen in de wereld”. En de voormalige Japanse onderminister van financiën Makoto Utsumi zei: “De kern is of de Duitse mark of de yen of straks de Europese munt de dollar als sleutelvaluta kan supplementeren. Nu kunnen de D-mark en de yen de dollar niet vervangen als sleutelvaluta. De verantwoordelijkheid voor de dollar ligt bij de Verenigde Staten, de dollar is hun munt. Maar het probleem is dat deze verantwoordelijkheid zo vaag is”. Vandaag daalde de dollar in Tokio scherp en sloot 1,97 yen lager op 108,60 yen.