IN 'T VELD

In NRC Handelsblad van 19 juni over de affaire-In 't Veld doet Marc Chavannes het voorkomen alsof het vooral kinnesinne was die tot diens val heeft geleid. Daar kan best iets van waar zijn. Maar er zijn toch ook zakelijke bezwaren in te brengen tegen In 't Velds benoeming nu juist op die post. Wel is het raar dat de zittende minister daarmee pas kwam aandragen toen In 't Veld goed en wel benoemd was. Daardoor heeft de laatste onnodig schade geleden. Maar dat is een punt apart.

Een gewoon hoogleraar - en In 't Veld was gewoon hoogleraar - heeft een menigte van taken. Natuurlijk moet hij onderzoek doen en mooie stukken publiceren. Maar daarnaast is hij leermeester. Geeft colleges en werkcolleges die hij degelijk dient voor te bereiden. Hij verdiept zich in de werkstukken van zijn studenten (scripties, dissertaties en wat dies meer zij). Beoordeelt ze niet alleen, maar bespreekt ze ook uitvoerig met hen; geeft aan wat eraan mankeert en vooral hoe het beter zou kunnen. Is dan ook nog eens de bezielde leider van een team docenten. Tenminste zo zou het moeten zijn. Dáárvoor wordt hij betaald en die betaling is in Nederland nog altijd heel behoorlijk.

Er is niets tegen als zo'n hoogleraar occasioneel iets doet buiten zijn reguliere taak, ook niet als hem dat een stuiver extra oplevert. Het kan zijn onderwijs zelfs ten goede komen. Maar geen mens maakt mij wijs dat zo iemand tijd heeft om op grote schaal betaalde arbeid te verrichten voor anderen, behoudens wellicht een Leonardo da Vinci. Het kan bijna niet anders of zijn eigenlijke taken lijden daar onder. Ofwel - en ook dat komt nogal eens voor - veel wat zo'n persoon geacht wordt zelf te doen, wordt in feite uitgevoerd door een leger stille werkers. Dat zijn geen aanbevelenswaardige toestanden. Althans niet volgens mijn normen, maar toegegeven, die zijn zeer, zeer ouderwets.