Het lijden van Wei Jingsheng

Hij is inmiddels letterlijk tandeloos. Eerst maakte zijn arrestatie hem monddood; daarna moest hij door ondervoeding in de gevangenis zijn complete gebit prijsgeven.

“Het equivalent van Nelson Mandela en Anatoli Sjaranski”, noemde New York Times-columnist Anthony Lewis hem twee jaar terug. “Dezelfde moed, hetzelfde lijden.” Maar ofschoon de man in kwestie “sinds hun vrijlating de belangrijkste politieke gevangene ter wereld” is, kent het Westerse publiek hem niet. Lewis: “De slachtoffers van de Chinese tirannie zijn naamloos.”

Ik vraag me af of Wei Jingsheng, de 43-jarige zoon van partij-officials in de provincie Anhui, in zijn Pekingse cel iets heeft vernomen over de Wereldconferentie Mensenrechten. Morgen besluiten vertegenwoordigers van tientallen landen in Wenen hun gedachtenwisseling over martelingen, vrijheid van meningsuiting en vervolging. De luidruchtigste rol aan de vergadertafels werd de afgelopen veertien dagen vervuld door de Chinese Volksrepubliek. De laatste communistische grootmacht leidde het offensief van een aantal Aziatische regimes. De Grote Sprong Voorwaarts bestond niet uit een omarming van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens maar uit het hekelen daarvan. Volgens China heeft de VN-standaard geen mondiale geldigheid, omdat de Derde wereld in cultureel, sociaal en economisch opzicht een eigen ontwikkeling kent, die verschilt van het moralistisch geachte Westen. “Zolang de elementaire behoeften van de bevolking niet zijn gegarandeerd”, verklaarde onderminister Liu Huaqiu van buitenlandse zaken, “hoort economische ontwikkeling prioriteit te krijgen.”

De geschiedenis van Wei Jingsheng illustreert wat China's "eigen politiek voor de bescherming van de mensenrechten' inhoudt. Eind jaren zeventig, toen de machtsgreep van Deng Xiaoping uitmondde in een korte politieke dooi, plakte deze elektricien van een dierentuin zelfgeschreven kranten op de Muur der Democratie in de Chinese hoofdstad. Erg positief liet Wei Jingsheng zich niet uit over het Moederland: “In het Westen nuttigt het volk de vruchten van de vooruitgang. In socialistische landen kunnen mensen - net als muilezels - alleen maar hopen op wat gras na het werk.” Hij verweet de opvolgers van Mao Zedong een dictatoriale inslag. Van Deng Xiaoping werd geëist dat hij aan zijn Vier Moderniseringen (landbouw, industrie, wetenschap en defensie) een vijfde zou toevoegen: democratisering. Voor alle duidelijkheid kalligrafeerde Wei Jingsheng zijn naam en adres onder dergelijke artikelen.

Toen de vrijdenker overging tot het verspreiden van het gestencilde tijdschrift Tanshuo (Verkenning) lieten de autoriteiten hem arresteren. Ze beschuldigden Wei Jingsheng van "contra-revolutionaire agitatie' en het verstrekken van geheime militaire informatie aan buitenlanders. Om “de consolidatie van de dictatuur van het proletariaat te verzekeren” werd hij in oktober '79 tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Organisaties als Amnesty International rapporteren dat Wei Jingsheng jarenlang in eenzame opsluiting verkeerde. Later vervoerden bewakers hem naar een zoutvlakte in de provincie Hebei, waar hij als een van de naar schatting twintig miljoen Chinese gevangenen dwangarbeid verrichtte. Uit protest tegen die harde behandeling in de laogai, de Chinese variant van de Goelag, besloot hij tot een hongerstaking.

Vorig jaar liet een woordvoerder van het regime weten dat de dissident was overgebracht naar een gevangenis in Peking. Hij zou nu boeken lezen, naar de televisie kijken, kranten doornemen en discussiëren met het personeel. Het bewind weigert die idyllische schets te laten controleren door onafhankelijke waarnemers. Niet-officiële berichten over Wei Jingsheng willen dat hij is verhuisd naar een verpleeginrichting, omdat de autoriteiten vreesden dat hij in gevangenschap zou sterven. Index on censorship meldt dat hij fysiek en geestelijk is veranderd in een wrak. De laatste geruchten luiden dat Wei Jingsheng ten prooi valt aan krankzinnigheid, maar nog altijd weigert zichzelf te "hervormen'.

Zelfs in China is menigeen hem vergeten. Tijdens de studentenopstand van lente '89 hoorde ik geen roep om zijn vrijlating. Veel demonstranten hadden nooit van hun wegbereider gehoord. De overheid zwijgt hem het liefst dood, en stuurt buitenlandse journalisten brochures als Human Rights in China, waarin staat te lezen dat “de Communistische Partij vanaf de dag van haar oprichting de banier van mensenrechten en democratie hoog heeft gehouden”.

President Clinton waarschuwde China onlangs “voor de laatste keer”. Indien Peking de mensenrechtensituatie niet snel verbetert, zal de Volksrepubliek in 1994 de handelsstatus van meest-begunstigde natie verliezen. Oh toeval: op 29 maart van dat jaar komt Wei Jingsheng vrij. Hij kan dan vertellen of de vooruitgang in China méér betreft dan een economische boom.

Als hij nog in staat is tot spreken natuurlijk.

    • Frénk van der Linden