Export als prikkel voor economie; Tsjechische minister van handel en industrie bezoekt Nederland

PRAAG, 24 JUNI. Hij is jong (39), dynamisch, en hij geniet onder de Tsjechen het grootste vertrouwen van alle politici, meer zelfs dan president Václav Havel. Vladimr Dlouh'y, Tjechisch minister van industrie en handel, kan dan ook in zijn land bogen op een succesvol begonnen overgang van commando-economie naar vrije markt.

Dlouh'y, vandaag in Eindhoven voor een symposium over zaken doen met de Tsjechische republiek, verklaart zijn strategie aan de vooravond van het bezoek: “We hebben de centrale planning losgelaten, de prijzen geliberaliseerd, de munt convertibel gemaakt. We zijn begonnen met massaprivatisering, het dichtdraaien van de subsidiekraan. En je ziet het resultaat: de inflatie is laag, de werkloosheid is 2,7 procent, alle andere Europese landen, inclusief Nederland, kunnen jaloers op ons zijn. Het begin van de omschakeling was dus een succes.”

Maar, geeft Dlouh'y toe, de Tsjechische economie is er nog lang niet. “Nu moeten we onze aandacht verleggen van het macro- naar het micro-economische niveau. De belastingdruk op de bedrijven moet worden verlaagd, de kapitaalmarkt tot ontwikkeling gebracht, de regering moet constant druk uitoefenen op de banken om hun rentetarieven te verlagen, het disconto moet naar beneden, we moeten de enorme industriële complexen ontmantelen die diep in de schulden zitten.”

Dlouh'y reageert wat korzelig als hij wordt herinnerd aan de laatdunkende reactie van premier Klaus op zijn onlangs begonnen "Buy Czech'-campagne. Tijdens een perconferentie vroeg Klaus, lid van een wat conservatievere partij, welk merk taperecorder de verzamelde journalisten hadden. “Juist”, zei Klaus toen iedereen een apparaat van Japanse origine bleek te hebben, “daarom rijd ik niet in een Tsjechische auto.”

“Die campagne staat misschien op de tiende of twintigste plaats van mijn prioriteitenlijst”, werpt Dlouh'y tegen. “Ik vlei me heus niet met de gedachte dat die campagne de Tsjechische economie kan redden. Het is slechts een onderdeeltje van de strategie de privatisering sneller te laten verlopen, administratieve en bureaucratische obstakels weg te nemen en nieuwe prikkels aan de economie te geven.”

De belangrijkste prikkel die de minister op het oog heeft - aanleiding ook van zijn reis naar Eindhoven - is de bevordering van de Tsjechische export. “De toegang tot buitenlandse markten moet worden vergemakkelijkt. De regering van haar kant verlaagt de belastingdruk, de banken moeten flexibeler worden. Dat zijn de maatregelen die leiden tot een goed ondernemersklimaat.”

Ondanks de optimistische vooruitzichten gelooft de minister niet dat Tsjechië, zoals begin 1993 nog verwacht, dit jaar een bescheiden groei van het BNP kan registreren. Hij schrijft dat toe aan het “zonder twijfel negatieve effect” van de splitsing van de Tsjechoslowaakse federatie in twee aparte landen. “Natuurlijk is er een negatief effect, maar de voorspellingen van de kranten dat de handel tussen Tsjechië en Slowakije met vijftig procent omlaag zal gaan slaan nergens op. Ik schat dat het zal uitkomen op 20 à 25 procent, maar het zal moeilijk zijn precieze getallen te berekenen. In jullie statistieken is toch ook niet exact vast te stellen hoe groot de handel tussen, zeg, Groningen en Eindhoven bedraagt. Er is tenslotte ook veel ruilhandel en niet alle geldtransacties worden geregistreerd.”

Dlouh'y stelt vast dat Nederland op de lijst van buitenlandse investeerders in Tsjechië niet erg hoog staat. Landen als de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en zelfs België staan hoger. Maar in die Nederlandse achterstand kan verandering komen. Shell heeft belangstelling om te investeren in de Tsjechische petrochemische industrie, hetgeen Nederland (en Groot-Brittannië) heel wat plaatsen zou doen stijgen. Die investering zou zijn te vergelijken met de grootste buitenlandse investering tot dusver in de Tsjechische industrie, het miljardenaandeel dat Volkswagen heeft verworven in de Skoda-fabriek in Mladá Boleslav.

Dlouh'y stelt echter zijn voorwaarden. “Het is nogal moeilijk. De Tsjechische regering wil de twee raffinaderijen van het land privatiseren, maar wel zo dat een buitenlandse partner een aandeel in beide tegelijk moet nemen. We zijn daarover in onderhandeling. Kortgeleden heb ik in Londen duidelijk gemaakt dat de Tsjechische regering wel flexibel is, maar Shell is niet de enige in het spel.”

    • Frits Schaling