Een gat in het hek maakt nerveus

In Duitsland wordt op 1 juli een nieuwe asielwet van kracht. Maar ook al bereikt deze wet het beoogde effect - indamming van de toestroom - dat betekent nog niet dat het land snel af is van de honderdduizenden asielzoekers die in opvangcentra in het hele land verblijven in afwachting van een gerechtelijke beslissing over hun toekomst.

DRESDEN, 24 JUNI. Het is buiten ruim dertig graden, maar in de voormalige kazerne van het Oostduitse Volksleger, in het bos bij het dorpje Langebrück, een paar kilometer ten noorden van Dresden, is het aangenaam koel. De dikke muren houden de warmte buiten. In de slaapzalen waar vroeger Oostduitse soldaten sliepen, wonen nu enkele honderden asielzoekers, een bont internationaal gezelschap Aziaten, Oosteuropeanen, Afrikanen, Latijns-Amerikanen en veel vluchtelingen uit het Midden-Oosten.

Op kamer 216 woont een Albanese familie uit het stadje Decani in Kosovo, vader, moeder en twee kinderen, die in het dorp op school gaan. De man heeft zijn gezin in veiligheid willen brengen. “Maar ik ga terug, zodra de oorlog met Servië uitbreekt. Die oorlog komt, dat is duizend procent zeker”, zegt hij in gebroken, maar goed verstaanbaar Duits. Zijn vrouw luistert gelaten.

Families zijn hier zoveel mogelijk bij elkaar ondergebracht, zegt Heimleiter Schmidt, terwijl we verder lopen door de gang. Hij is in dienst van het cateringbedrijf ZVC Chemnitz, keuken- en kantinevoorzieningen, dat het opvangkamp exploiteert in opdracht van de deelstaat Saksen. Een derde van de kampen in de deelstaat wordt beheerd door een bedrijf, wat in de praktijk het goedkoopste is, een derde door de deelstaat zelf, een derde door humanitaire organisaties als het Rode Kruis.

Zo'n 265 asielzoekers heeft Schmidt onder zijn hoede in dit centrum, dat in oktober vorig jaar werd geopend en sinds april vol zit. Echt vol is het niet, want de beheerder stopt geen mensen bij elkaar die elkaar niet verdragen. “Een gezin met vijf kinderen krijgt twee kamers, en dan stop ik niet een vreemde in dat laatste bed.” De omvang van het kamp vindt hij precies goed, omdat hij iedereen van gezicht en de meesten ook bij naam kent. “Niet dat ik alle namen kan onthouden, al die Indiërs hier heten voor mij Singh.”

Hij loopt mee naar de keuken aan het einde van de gang. Een Vietnamese vrouw glipt met een geurige maaltijd snel weg. Een man die in de keuken staat wordt aangesproken op de vieze troep op de vloer. “Dat heb ik niet gedaan, waarom moet ik dat opruimen, er zijn toch vrouwen genoeg hier?”

Schmidt wordt bij zijn werk in het opvangcentrum bijgestaan door drie asielzoekers, die daarmee wat bijverdienen. “Dat geeft wel jaloezie bij anderen en dat komt ook wel eens naar buiten.” Hij wijst naar een emmer sop die verderop in de gang staat. “Als de spanningen oplopen, gaat zo'n emmer absoluut om.” Maar over het algemeen is hij niet ontevreden met de sfeer in zijn centrum. In geval van nood kan hij de bewakers die vooraan op het terrein in een kantoor bij de slagboom zitten te hulp roepen. Maar gezien zijn postuur en uitstraling lijkt Schmidt niet een man die snel van de kook raakt van een ruzie.

“Dat het hier zo goed gaat, komt omdat hier geen Roemenen zitten”, zegt Schmidt. Functionarissen van de deelstaat Saksen die zich met de opvang van asielzoekers bezig houden bevestigen dit oordeel, al willen ze daar hun naam niet bij. “Het gaat daarbij nog niet eens zo zeer om Sinti en Roma (zigeuners), maar vooral om groepen jonge mannen die een soort mafia vormen. Het lijkt soms wel of ze daar hun gevangenissen leeg maken en die mensen hierheen sturen”, zegt een van hen. “Zulke mensen maken de omgeving van sommige asielzoekerscentra onveilig door afpersingen en berovingen en daar reageren de mensen dan logischerwijs negatief op.”

Buiten, op het exercitieterrein voor de kazerne, waar vroeger de NVA-soldaten hun laarzen tot heuphoogte hieven, staat een tiental wooncontainers. Ze zijn van een houtsoort gemaakt die moeilijk brandbaar is. “Uit veiligheid is dat van belang. Hier moet je echt een vlammenwerper opzetten om het in brand te steken”, zegt Schmidt.

In elk van de containers zijn acht asielzoekers ondergebracht, voor het merendeel eenlingen, op nationaliteit geselecteerd. In de helft van een van de wooncontainers, rechts van het portaaltje dat het optrekje in tweeën deelt, bivakkeren vier jonge mannen uit India. Behalve vier bedden staan er een ijskast en een televisie. Daarmee is de ruimte overvol. Aan de wand een christelijke kalender: “Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt” staat er in het Engels. Ernaast hangt een soort bidprentje van de Sikhs dat niet te ontcijferen is. De derde man is Hindu en de vierde is niets. Vier geloofsopvattingen op een paar vierkante meter, maar het geeft geen problemen, zeggen de bewoners. Aan de andere kant van het portaaltje herhaalt het beeld zich met andere nationaliteiten.

Met het dorp heeft het kamp weinig contact. Het kerkblad van de plaatselijke Lutherse gemeente dat ergens zwerft, blijkt een paar maanden oud, uit de tijd dat er nog geen asielzoekers in het kamp zaten, maar erkende vluchtelingen uit Oost-Europa. Acht kinderen gaan naar een lokale lagere school, ook al geldt de leerplicht niet voor asielzoekers. Een van de kinderen bezoekt het gymnasium in Dresden.

Tot dusver hebben zich geen incidenten voorgedaan, geen confrontaties tussen autochtonen en bewoners van dit kamp of aanslagen van rechts-extremisten. Maar er is zo nu en dan wel sprake van een zekere nervositeit, zegt Schmidt. “Laatst zat er opeens een gat in de omheining van het kamp, en toen kwamen de mensen echt zenuwachtig bij me.” Toch verwacht hij dat het hier allemaal niet zo'n vaart zal lopen, mede omdat dit kamp wat verder van de bewoonde wereld ligt. Zo'n afstand overbruggen dronken skinheads met kwade bedoelingen niet.

In Saksen is het na de ongeregeldheden in Hoyerswerda in september 1991, toen in de omgeving van een opvangcentrum voor 150 Vietnamezen en Mozambikanen enkele tientallen gewonden vielen bij een veldslag tussen politie en jonge rechts-radicalen, relatief rustig gebleven. De aanslagen lijken zich te hebben verplaatst naar het westen van Duitsland, waar de Turkse gemeenschap tot dusver de hardste klappen heeft opgelopen.

“Dat het hier betrekkelijk rustig is gebleven, is niet echt verwonderlijk”, zegt staatssecretaris Hubert Wicker die verantwoordelijk is voor de opvang van de asielzoekers. “Over heel Duitsland wonen gemiddeld acht procent buitenlanders, bij ons - inclusief asielzoekers - is dat cijfer één procent. Wicker, wiens Zuidduitse accent onmiddellijk verraadt dat hij, net als zoveel andere bestuurders en topambtenaren in het oosten, niet uit Saksen komt, wijst er verder op dat de deelstaat naar verhouding maar weinig asielzoekers opvangt. “Gezien de landelijke verdeling zouden we er 30.000 moeten herbergen, maar op dit moment zijn het er maar 15.000. Anders zouden we wellicht veel grotere problemen hebben.”

Dominee Heiner Sandig(CDU), die zich in het parlement van de vrijstaat Saksen met de problemen van de buitenlanders bezighoudt, verklaart de relatieve rust mede uit het feit dat zeventig procent van de rechts-extremistische aanslagen in Saksen is opgehelderd en dat er veel initiatieven worden ondernomen om met jongeren in contact te blijven. Zijn sociaal-democratische collega Benedikt Dyrlich uit zich wat sceptischer: “Het kan ook de stilte voor de storm zijn, die we nu beleven.” Hij wijst op de nog steeds oplopende werkloosheid. “In de textiel werkten een paar jaar geleden nog 11.000 mensen, nu zijn dat er nog 750. Zo'n cijfer geeft wel aan hoe moeilijk de situatie is. Bepaalde regio's zijn gedendustrialiseerd, veel mensen zijn hun baan kwijt en de schuldigen voor dat proces zoekt men dan makkelijk bij de toch al kwetsbare groepen in de samenleving.”

Wat betreft de onlangs door de Bondsdag en Bondsraad vastgestelde nieuwe asielwet, die op 1 juli van kracht wordt, zijn alle betrokkenen in de deelstaat nogal afwachtend. “Een garantie dat het tot een werkelijke daling van het aantal asielzoekers komt, is er niet”, zegt staatssecretaris Wicker, die vreest dat het aantal illegalen door de genomen maatregelen zal stijgen. “Die illegalen hoef je als overheid niet te betalen, maar de kans dat door hun aanwezigheid de criminaliteit stijgt, kun je niet uitsluiten. Het is moeilijk prognoses te geven.”