Een beetje steriel

Desinfectie is van groot belang, vooral in ziekenhuizen. Er mogen geen besmettelijke ziekten verspreid worden en tijdens operaties of wondverzorging mag er geen vuil in wonden komen. Toch is er ook nog in deze eeuw met middelen gewerkt die ontoereikend waren of die achteraf zelfs niet bleken te werken. In het Medisch Farmaceutisch Museum in Delft zijn instrumenten te zien die hierbij een rol speelden: de Breslauer Ketel, UV-lampen en de korentang.

De Breslauer ketel ofwel de formaline-desinfectielamp van Flügge-Lingner is een roodkoperen ketel met een brander. Hij werd aan het begin van deze eeuw toegepast voor het desinfecteren van ruimten. Levende bacteriën zouden worden gedood; niet de bacteriesporen. Alle kieren en gaten van de kamer werden afgedicht. De ketel werd gevuld met een oplossing van water en 40% formaldehyde, de brander met spiritus. Hij werd midden in de kamer opgesteld, zodat hij door het sleutelgat kon worden gadegeslagen (formalinedamp werkt verstikkend). De damp werd ook wel via een buis door het sleutelgat de kamer ingeblazen. Vervolgens werd met een kleine stoomketel ammoniakdamp naar binnen geblazen om de formalinedamp te neutraliseren, waarbij urotropine in kleine deeltjes neerdaalt, zodat de ruimte daarna schoongemaakt moest worden. In het standaardleerboek "Voorlezingen over Ziekenverpleging' uit 1929 staat: "De formaline-ontsmetting late men het liefst een zevental uren inwerken. Om de kamer te luchten, te reinigen, enz. moet vooraf de formaline gebonden worden door ammoniak, daar anders betreden van het vertrek door de prikkelende werking op onze longen onmogelijk is. (...) Al of niet met formaline ontsmette kamers, stelt men het liefst eenige dagen of weken buiten gebruik, om ze in dien tijd rijkelijk te luchten en het zonlicht vanwege de ontsmettende werking den meest vrijen toegang te geven...'

De heer Griffioen, voorzitter van de stichting Medisch Farmaceutisch Museum "De Griffioen' en vroeger medisch-directeur van het Delftse Reinier de Graaf Gasthuis: "Formaline werkt enigszins desinfecterend, maar de methode was arbeidsintensief en ontoereikend.'

Een tweede achterhaalde methode om te steriliseren is UV-traling.

Op zolder, tussen de hanenbalken van het oude grachtenpand waarin het museum gevestigd is, staat een apparaat met UV-lampen. Hij is afkomstig uit het Reinier de Graaf Gasthuis en werd halverwege de zeventiger jaren toegepast. Aan het apparaat hangt een geel plastic bord: "Niet betreden. Ultra-violette stralen. Bescherm huid en ogen bij blootstelling aan UV-stralen.'

Het apparaat heeft doorzichtige TL-buizen, die een paarsblauw licht uitstraalden. Het werd aan het einde van de dag, na het schoonmaken van de operatiekamer, aangezet. Een tijdklok werd ingesteld op twee, drie uur. Het idee achter het apparaat blijkt uit de gebruiksaanwijzing. Daarin staat dat lampen met kortegolvige ultra-violette straling een sterk inactiverende werking op mikro-organismen hebben: "Als zodanig vormen de T.U.V.-lampen derhalve een belangrijk hulpmiddel bij de bestrijding van bakteriën, virussen, schimmels en gisten...'

Griffioen: "UV-licht blijkt helemaal niets te doen. Het heeft alleen een kiemdodende werking op zeer korte afstand, enkele centimeters. Direct rondom het apparaat was het kiemgetal lager geworden, maar op twee drie meter afstand niet. Dus ook al laat je het 24 uur branden, een kamer wordt nooit steriel. We ontdekten dat het een bijgeloof was doordat er een hygiëniste kwam werken in het ziekenhuis; dat was destijds een nieuwe ontwikkeling. Ze onderzocht het effect van die UV-lampen. In het laboratorium werden in glazen bakjes - testplaten - gelatine-puddinkje gelegd, waarop verschillende bacterieën werden geënt. Die testplaten zette ze op meerdere plaatsen in de operatiekamer en na verloop van tijd keek ze of de groei van bacteriën was doorgegaan. Zo kwam ze erachter.'

Hij vertelt dat operatiekamers voor de komst van de UV-stralen met lysol werden schoongemaakt en tegenwoordig met minder stinkende desinfecterende middelen; "Voor de UV-stralen zijn gammastralen in de plaats gekomen, een vorm van radio-activiteit. Die stralen dringen zelfs door plastic heen, zodat je er voorverpakte instrumenten mee kunt steriliseren.'

Bij het derde voorbeeld gaat het om desinfecterende vloeistoffen. Op de verbandtafel van artsen stond vroeger de korentang in een buisvormige, verchroomde houder die gevuld was met kwikchloride (HgCl) in een oplossing van 1 op 1000. Dit zou bacterie- en schimmeldodend werken. De tang werd gebruikt om watten, verband en andere zaken steriel op te pakken. Griffioen: "In de jaren zeventig werd ontdekt dat die kwikchloride juist een broedplaats voor bacteriën was. Onder de toepasselijke titel "De koele meren des doods' werd die uitkomst destijds gepubliceerd.'

Ook alcohol, dat jarenlang als een desinfecterend middeld werd beschouwd en waarin bijvoorbeeld injectiespuiten werden bewaard, bleek niet alle bacteriën te doden: "Recent ontdekte virussen zijn zeer resistent, die lachen om de alcohol.' Bovendien verdampt alcohol, op den duur ook in de afgesloten buisjes en flesjes die men in verbandkisten, thuis of in de auto heeft. Er vormen zich bacteriën. Deppen met jodium kan dan zelfs weefseldodend werken en tot infecties leiden.

Griffioen relativeert: "Ik geloof nooit dat mensen door dit soort zaken iets hebben opgelopen in ziekenhuizen. Het is zo dat je 110% steriel wilt werken. Tegenwoordig moet je in een operatiekamer een pet op, schoenen aan, een pak, alles. Ik kwam vroeger als huisarts zo met mijn natte regenjas de operatiekamer binnenlopen en dan zei de chirurg: "Joh, kom eens kijken, ik heb hier een leuk geval.' Ik stond dan zo achter zijn rug naar het opereren te kijken.'

St. Everywhere, Jack van Asten, Medisch Nieuws, februari 1991.

Voorlezingen over Ziekenverpleging, J. Eduard Stumpff, elfde herziene druk, De Erven F. Bohn, Haarlem, 1929.

Museum de Griffioen. Koornmarkt 64 Delft, tel: 015-134888 (alleen na afspraak).

    • Lex Veldhoen
    • Jan van den Ende